“Schapen of koeien: mijn hart ligt in de stal”
“Er is net een vierling geboren”, meldt Leen Van Langenhove enthousiast wanneer we de schapenstal binnenkomen. Ze is zelfstandig helper op het melkveebedrijf van haar vader wat verderop, maar ook in het melkschapenbedrijf van haar man Gert De Brandt in Moorsel is Leen een drijvende kracht.

Leen is amper 23, maar passie en ambitie heeft ze in overvloed.
Was een landbouwcarrière voor jou altijd al een droom?
Ik ben opgegroeid op het melkveebedrijf van mijn ouders zo’n 2 km van hier. Ik ben altijd enorm geïnteresseerd geweest in de koeien. Na mijn studies aan de hogeschool – waar ik mijn man Gert (31) leerde kennen – ging ik als zelfstandig helper aan de slag op mijn ouderlijke bedrijf. Ik werk nu zowel op het melkveebedrijf van mijn ouders als in de schapenhouderij van mijn man.
Keuze voor schapen
Schapenmelkerij De Brandt - Callebaut is een van de weinige relatief grootschalige schapenmelkerijen van Vlaanderen. Vanwaar het idee om dit op te starten?
Gert had thuis geen bedrijf om over te nemen, want zijn grootouders waren al gestopt met boeren. Hij wilde graag melkvee houden, maar die investeringskost is te groot om van nul te beginnen. Omdat hij hobbymatig al ervaring had met schapen, is hij op zoek gegaan naar afzet voor de melk. Dat was niet evident, maar het lukte. In 2019 werd de stal gebouwd. Deze is vergund voor 1.000 schapen. Momenteel melken we er zo’n 400 en gaat bijna alle melk naar de Zuivelarij in Berlare, waar ze onder andere labneh en Berloumi maken. Wij zijn hun enige leverancier van schapenmelk. Er zijn wel heel wat schapenhouders in Vlaanderen, maar vaak is hun productie op de korte keten gericht. 
Melkschapen zijn hier weinig bekend. Hoe verloopt de cyclus op het bedrijf?
Kunstmatige inseminatie is minder succesvol bij schapen, dus werken we met 7 rammen met Franse genetica die de dekking natuurlijk doen. Een schaap moet jaarlijks lammeren om de melkproductie op peil te houden. Om het jaar door een stabiele hoeveelheid te kunnen leveren, is de lammerperiode verdeeld over 3 momenten in het jaar. De bokjes houden we apart en gaan naar het slachthuis voor lamsvlees. De beste bokken worden dekrammen op ons bedrijf of worden aan anderen verkocht. De ooien blijven hier en worden, nadat ze gelammerd hebben, 2 keer per dag gemolken. Schapenmelk lijkt trouwens meer op koemelk dan op geitenmelk, want er zit vrij veel vet en eiwit in. Schapen moet je natuurlijk ook scheren, maar helaas is er voor de wol geen afzetmarkt. Met 400 schapen hebben we véél wol, dus als er iemand een idee heeft voor de valorisatie ervan, is dat zeker welkom!

Beschikken jullie over eigen ruwvoer?
Het rantsoen bestaat uit gras, draf uit de brouwerij van Kobbegem en cichoreipulp, aangevuld met krachtvoer. Maïs geven we niet, want daarvan vervetten de schapen te snel en krijg je een negatieve energiebalans bij droogstand. De eerste snede gras is eigenlijk het allerbelangrijkste voor de kwaliteit van het rantsoen. Momenteel hebben we zo’n 30 ha in pacht. Dat is niet voldoende, dus we kopen nog gras bij.
Hoevewinkel erbij
Jullie baten ook een hoevewinkeltje uit. Past dat goed in de bedrijfsvoering?
Mensen zijn nieuwsgierig naar hoe schapenmelk en afgeleide producten smaken, dus wilden we hier een antwoord op bieden. Elke zaterdag baten mijn schoonzus en ik het winkeltje uit. Zij maakt het ijs, ik de yoghurt en verse kaas. De harde kazen worden elders gemaakt. Op die manier krijgen we het allemaal rond. Hoewel ik het liefst van al in de stal sta, vind ik de afwisseling met de hoevewinkel heel fijn. Ik ben er wel heel erg fier op.
Pittige combinatie
Je werkt mee op 2 bedrijven. Dat moet pittig zijn.
Het zijn inderdaad vaak lange dagen. Het melken van de schapen doen Gert en ik samen en daar zijn we ’s ochtends en ’s avonds telkens minimaal 2,5 uur mee bezig. Een robot zou handig zijn, maar omdat de markt voor melkschapen zo klein is, denk ik niet dat er daar fabrikanten mee bezig zijn. Maar ook het werk in het melkveebedrijf van mijn vader doe ik enorm graag. De afwisseling tussen schapen en koeien is fijn, al maakt het constante over en weer rijden het wel een uitdaging.
Hoe ziet de toekomst er voor jou uit?
Het doel is om samen met Gert te kunnen boeren. Mijn mama heeft altijd buitenshuis gewerkt en ik wil dat liever niet. Als je samen in het bedrijf zit, is er naar mijn mening meer begrip voor de uitdagingen en het harde werk. Vandaag lukt het nog niet om met 2 van de schapen te leven, dus uitbreiden zou mooi zijn. Dat kan in principe, want de stal is vergund voor 1.000 dieren. Dan moet de marktvraag echter wel volgen. Wat helemaal mooi zou zijn, is als we op deze locatie ook een melkveestal kunnen bouwen. Zo kunnen we eventueel de koeien van mijn vader na zijn pensioen naar hier brengen en kan het jongvee op mijn ouderlijke bedrijf blijven. Dat zijn echter vragen voor de toekomst, want hij is nog te jong om te stoppen en ik heb ook nog een broer en zus. In elk geval wil ik boeren, of dat nu met schapen of koeien is.
Je moet de kansen die je krijgt echt met beide handen grijpen en je smijten
Toch het liefst in de stal
Heb je het idee dat vrouwen en mannen vandaag gelijkwaardig zijn in de landbouwsector?
Ik denk wel dat we intussen dezelfde kansen krijgen. Er is natuurlijk wel een verschil in kracht. Werken met schapen vind ik bijvoorbeeld fysiek best zwaar, veel zwaarder dan met koeien. En ik denk dat we onszelf als vrouw toch nog vaak te bescheiden opstellen. Ik zal bijvoorbeeld vaak iets voor de zekerheid aan Gert gaan vragen, terwijl ik het eigenlijk wel weet. Je moet de kansen die je krijgt echt met beide handen grijpen en je smijten, want anders heb je nadien spijt dat je iets niet gedaan hebt. Maar makkelijk is dat niet altijd, want als boerin zijn er ook verwachtingen rond het runnen van het huishouden, de hoevewinkel en zoveel meer. Eigenlijk doe je altijd enorm je best op alle vlakken, want je carrière en relatie zijn met elkaar verweven. Soms is dat gekkenwerk, maar ik zou het ook niet anders willen.

Merk je dat de meer zorgende en sociale taken eerder bij vrouwen terechtkomen?
Op heel wat bedrijven is het de vrouw die voor de jonge dieren zorgt, de verbredingstak op zich neemt en het huishouden runt. Enerzijds is dat een maatschappelijke verwachting, anderzijds vinden veel vrouwen het ook gewoon fijn om te doen. En dan is dat uiteraard prima. Ik zorg er graag voor dat het huishouden in orde is en dat de hoevewinkel draait, maar mijn echte passie ligt toch vooral in de stal. Ik ben altijd aan het werk en mijn hoofd staat nooit stil, maar ooit willen we ook graag kinderen. Ik weet dat er dan keuzes zullen moeten gemaakt worden, want ik wil ze wel zien opgroeien. Een bedrijf én een gezin dat sterk staat, dat is het doel, maar hoe je beide combineert, is vandaag toch nog vaker een zorg van de vrouw dan van de man. In drukke periodes vraag ik me af hoe we dit allemaal gaan doen als er kinderen zijn.
Zie je ondanks de uitdagingen een mooie toekomst voor jonge boeren in Vlaanderen?
Soms lijkt het alsof de landbouw hier op slot zit. Gert en ik zijn daarom ooit in Denemarken en Frankrijk gaan kijken naar landbouwbedrijven. Maar je vrienden en familie achterlaten, is ook niet ideaal. Intussen zijn we blij met de kansen die we hier hebben gekregen. We kunnen alleen maar hopen dat we het bedrijf verder kunnen uitbreiden om er met z’n tweeën van te kunnen leven. Dat zou echt prachtig zijn.





