Waals minister vindt introductie genetische insecticide zinloos
Waals minister van Gezondheid en Leefmilieu Yves Coppieters (Les Engagés) vindt de introductie in België van het genetisch insecticide in dit stadium zinloos. Zo bevestigde hij op 18 mei op de RTBF-radio.

De federale regering heeft het insecticide tijdelijk toegestaan, terwijl de evaluatie van de risico's nog niet afgerond zijn.
Calantha van het Amerikaanse GreenLight Biosciences werkt rechtstreeks in op de genen van de insecten die men wil bestrijden. Het gaat om zogenaamde RNA-interferentie-middelen (RNAi). Het middel is al in de Verenigde Staten op de markt, maar wordt momenteel nog door de Europese autoriteiten onderzocht.
Toch werd Calantha voor een periode van 120 dagen (1 mei - 23 augustus 2026) toegelaten om de coloradokever in de Belgische aardappelteelt te bestrijden. Dat bleek uit een mededeling van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu in maart.
Maar ondanks de toelating vindt Waals minister Coppieters het voorbarig om dit soort middelen te gebruiken omdat er geen informatie beschikbaar is over de gezondheids- en milieurisico's. "Zelfs de aardappelsector is geen vragende partij", aldus Coppieters.
De minister erkende ook dat hij machteloos staat om het gewasbeschermingsmiddelengebruik in Wallonië terug te dringen. "Ik slaag er niet in. Waarom? Omdat de landbouworganisaties een overgangsperiode vragen, wat ik begrijp en wat tijd zal kosten, maar ook omdat de economische lobby's op Europees, maar ook op federaal niveau sterk staan".
De milieuorganisaties Nature & Progrès en Pollinis kondigden aan naar de Raad van State te stappen tegen de vergunning voor Calantha.





