Startpagina Korte Keten

Aspergetelers Evelyn en Jelle: “De hoevewinkel biedt ons direct contact met de klant”

Evelyn Van Hoof (32) kreeg de landbouwmicrobe te pakken toen ze haar ouders hielp op hun akkerbouwbedrijf in Keerbergen. Zij en haar partner Jelle Vermaelen (34) telen nu op hun eigen landbouwbedrijf, de Dijlehoeve, maïs, aardappelen en asperges. De afzet verloopt bijna volledig via hun hoevewinkel. De unieke locatie – vlakbij de ‘Witte Goudbrug’ voor fietsers en wandelaars – helpt daar zeker bij.

Leestijd : 9 min

Evelyns ouders startten in 1987 aan de overkant van de Dijlehoeve een bedrijf waar ze aardappelen, asperges, maïs, graan en grondwitloof teelden. Hun aardappelen, grondwitloof en asperges vermarkten ze via thuisverkoop. Evelyn was daar van bij het begin hard door gefascineerd. “Elk vrij moment ging ik mee helpen; ik vond dat geweldig leuk”, lacht ze. “Maar toen mijn vader knieproblemen kreeg en mijn moeder een nieuwe heup, wilden ze hun productie van onder meer asperges minderen. Gelukkig zag Jelle het ook zitten om een deel van hun productie over te nemen.” Evelyn en Jelle hebben 2 zonen, Emiel (7) en Nand (4).

Gestart in 2017

Evelyn studeerde af aan de tuinbouwschool in Mechelen, Jelle heeft geen landbouwachtergrond. “Maar ik woonde op het platteland en ging als jonge kerel wel eens bij een boer in de buurt helpen. Zo kreeg ik de smaak te pakken en kwam ik bij een boerendochter terecht”, grinnikt Jelle. “Om een bedrijf zoals het onze goed te kunnen runnen, moet je er met 2 volop achter staan. Op korte tijd moeten we immers veel werk verzetten. Veel mensen beseffen dat niet. Onze asperges, aardappelen… liggen niet zomaar in onze winkel, daar gaat veel werk aan vooraf.”

In 2017 kreeg Evelyn een landbouwnummer en plantten zij en Jelle hun eerste asperges. “Die verkochten we op mijn ouderlijke bedrijf. Mijn ouders telen nog steeds graan en mäis, maar geen asperges meer”, vertelt ze.

Klanten triggerden idee hoevewinkel

Toen Evelyn nog asperges verkocht in de loods van het ouderlijke bedrijf, vroegen klanten haar of ze er geen peterselie of sausje bij kon verkopen. “Zo is ons idee gegroeid om met een echte hoevewinkel te starten. Bij mijn ouders stonden de zakken aardappelen gewoon op een pallet. De asperges haalden we uit de koelcel en verpakten we in papier”, vertelt Evelyn. Geleidelijk wilden zij en Jelle hun aanbod vergroten. “Zo rijpte het idee om met diverse boeren uit de buurt samen te werken. We begonnen aardappelen te leveren aan een zuivelbedrijf uit de buurt en we verkochten hun ijs, we verkopen varkens- en rundsvlees van hoevewinkel Van Den Boer uit Schriek en rund- en lamsvlees van collega-boeren uit hun buurt...” Jelle knikt. “De locatie bij Evelyns ouders liet die winkel niet toe, omdat de verkoop daar puur in een loods gebeurde. Dus hakten we de knoop door en zijn we zelf een bedrijf met hoevewinkel gestart”, legt Jelle uit.

Opstart in coronaperiode

In oktober 2020 – in volle coronaperiode – startte het koppel met de hoevewinkel. “Dat was heel spannend”, lacht Evelyn. “Aanvankelijk wilden we onze winkel al in april openen, maar helaas liep onze vergunning vertraging op, zodat we de start moesten uitstellen naar oktober.” Toch bleek de opening van de hoevewinkel een schot in de roos, “zeker omdat ons bedrijf langs een fiets- en wandelweg ligt. Veel mensen konden nergens naartoe. Het spannendste wat ze konden doen, was naar een hoevewinkel gaan. Een betere promotie konden we niet bedenken”, glimlacht Evelyn.

Evelyn aan het werk bij het triëren van de asperges.
Evelyn aan het werk bij het triëren van de asperges. - Foto: JVB

Risicospreiding qua rassen

Met 15 ha vormt maïs het grootste areaal op het akkerbouwbedrijf. Verder telen Jelle en Evelyn, ge-spreid over bijna 2 ha, de aardappelrassen Charlotte, Jelly, Bintje, Desirée, Agria en Frieslander. Het grootste deel daarvan zijn Bintjes. Qua asperges (70 a, gespreid over 2 percelen) telen ze het vroege ras Gijnlim, het middenras Herkolim en het late ras Backlim. “Zo kunnen we het hele seizoen een stabiele opbrengst garanderen”, zegt Jelle.

Jobs combineren

Jelle is al sinds hij de schoolbanken verliet zelfstandige in tuinwerken. Buiten het aspergeseizoen is hij bijna altijd ‘op de baan’. Bepaalde werkzaamheden (bespuiten, opzakken en triëren van aardappelen) doet hij dan vaak ’s avonds. “De liefde voor machines heeft hij altijd al gehad”, lacht Evelyn. “De jobs combineren is niet altijd evident. Het zijn vaak lange dagen, maar ik probeer niet te lang wakker te liggen van een tegenslag. Mijn job in de tuinwerken zorgt voor een zekere geruststelling mocht er iets fout lopen op ons akkerbouwbedrijf”, motiveert Jelle zijn keuze. “En ook omgekeerd, stel dat ik een rugprobleem zou krijgen, dan kan ik nog steeds bij Evelyn op het bedrijf terecht. We werken samen en helpen elkaar, maar elk heeft zijn eigen specialiteit. Ik neem het veldwerk voor mijn rekening, Evelyn runt de hoevewinkel en neemt de zorg voor onze kinderen op zich. Het oogsten van onze aardappelen en asperges doen we samen. Dat werkt heel goed. Emiel en Nand rijden vaak mee op de tractor. Maar dat lukt niet altijd. Soms werk ik wat langer op het veld, zodat Evelyn kan thuisblijven met hen. Indien nodig kunnen onze ouders op de kindjes passen en steken ze hier en daar een handje toe.”

Naast de vlot draaiende thuisverkoop levert de Dijlehoeve ook asperges aan 3 restaurants in de buurt. “Leveren aan de veiling is nooit aan de orde geweest. Evelyns ouders deden dat ook niet, omdat ze hun productie makkelijk via thuisverkoop konden vermarkten”, stelt Jelle.

Verloop teeltseizoen

In een vorstperiode klepelt Jelle het aspergeloof van het jaar voordien. “Als het weer het toelaat, begin ik half maart met het aanleggen van de aspergebedden”, legt Jelle uit. “Dat duurt zo’n 2 weken. Eind maart - begin april rijden we de ruggen op. Daarna duurt het nog zo’n 2 à 3 weken – zodra de folie over de bedden ligt – voor we oogstrijpe asperges hebben. Dat is ook afhankelijk van het weer. Het ene jaar hebben we al asperges op 1 april, dit jaar was dat pas op 15 april.”

Zodra de folie van de aspergebedden gehaald wordt en de asperges doorschieten, moeten ze worden behandeld tegen de aspergevlieg, de aspergekever en schimmelziektes. “Doordat veel fytoproducten uit de handel worden genomen, wordt de bestrijding van plagen en ziektes steeds moeilijker”, zucht Jelle.

Evelyn bij het ‘steken’ (oogsten) van de asperges.
Evelyn bij het ‘steken’ (oogsten) van de asperges. - Foto: JVB

Aanpak bonenvlieg

De laatste jaren vormt de bonenvlieg een gigantisch probleem in de aspergeteelt. De 3 tot 6 mm grote vlieg legt eitjes in de grond en de larven vreten zich een weg naar binnen in de jonge stengels. Dat leidt vooral bij koud en nat voorjaarsweer tot misvormde, kromme en onverkoopbare asperges. Onderzoek wijst uit dat kalkstikstof kan werken als middel tegen poppen van de vlieg. “Dat remt de bonenvlieg inderdaad wel wat af, maar de werking is ook niet 100%”, stelt Jelle. “We proberen het afge-storven loof zoveel mogelijk te verwijderen in het najaar of de winter. De bonenvlieg legt immers eitjes in organisch materiaal in februari. Zo hebben we er gelukkig nog niet te veel last van.”

Asperges beschermen bij doorschieten

Door preventief te behandelen, slaagt Jelle erin om de percelen ziektevrij te houden. Het advies van een goede teeltadviseur van Sanac is daarbij heel welkom. “We behandelen enkel indien nodig, want gewasbeschermingsmiddelen zijn niet goedkoop. Maar soms is het nodig, anders krijg je uitval, zoals bij stengelrot. Als je dan niet sproeit, heb je het volgende jaar minder asperges. Nu oogsten we, maar het belangrijkste werk volgt binnenkort. Zodra de folie van de bedden is en de asperges beginnen doorschieten, moeten ze goed worden beschermd tegen insecten en ziektes, zodat ze kracht kunnen opdoen voor het volgende jaar en uitval in het volgende oogstseizoen tot een minimum wordt beperkt.”

Volgens Jelle hebben asperges vooral zon, meststoffen en af en toe regen nodig. “Zo kunnen de meststoffen werken, heeft de plant genoeg sap en kunnen de ruggen van de aspergebedden opwarmen. Meststoffen dien ik toe aan het begin van het seizoen, voordat we opbermen, en na het seizoen nog een beetje waar het nodig is. Elk jaar laat ik een grondstaal nemen, zodat de pH op peil blijft. We proberen zoveel mogelijk dikke asperges te oogsten, want het ‘steken’ (oogsten) blijft voor elke asperge hetzelfde, en met de dikke exemplaren kom je sneller aan 1 kg. We sorteren de asperges in 4 soorten: de gewone witte (AA-klasse), de soepasperges (dunne en dikke), kopstukken (afgebroken exemplaren) en blauwe asperges (met blauwachtige kop). Die laatste soort duikt naast de folie op of verkleurt door felle wind, maar de smaak blijft dezelfde hoor”, knipoogt Jelle.

Je vindt diverse soorten asperges in de hoevewinkel, dus voor elk wat wils.
Je vindt diverse soorten asperges in de hoevewinkel, dus voor elk wat wils. - Foto: JVB

Bij een langdurige droogte tijdens of na het seizoen zet Jelle een ton achter zijn tractor met een sproeikanon in om water te geven. “Meestal is dat niet nodig, want het regent wel af en toe. Voldoende warmte blijft het belangrijkste voor asperges. Tijdens de week is ons aspergeaanbod meestal toereikend, maar voor het weekend vraagt Evelyn om op voorhand te bestellen. Zo kan ze het aanbod beter inschatten om geen klanten teleur te stellen.”

Ken je grond

Essentieel in de aspergeteelt vindt Jelle de grond kennen en het ideale moment inschatten om die te bewerken. “De voorbereiding is heel belangrijk. Te droge grond is niet goed voor de teelt, maar een te natte bodem is zeker niet goed, want zo compacteer je de grond. Daar kunnen geen goede asperges uit groeien. Wij hebben hier zandleemgrond; de zandgronden in Limburg zijn iets beter om asperges te telen. Zelfs hier merken we het verschil: op ons oude, iets zanderigere perceel groeien ze iets makkelijker dan op het nieuwe. Sowieso kiezen we voor onze aardappelen en asperges voor percelen in de buurt. Dat is niet alleen makkelijker om ze te oogsten, we kunnen ze zo ook beter dagelijks controleren op ziektes en ingrijpen indien nodig.”

Vers van boer tot bord

Jelle probeert de vroege aardappelen tijdig te planten, zodat hij die na de afloop van het aspergeseizoen stilaan kan beginnen oogsten. “Zo kunnen we onze klanten na onze asperges vrij snel onze nieuwe aardappelen aanbieden. Na de nieuwe volgen dan de bewaaraardappelen. Zo kunnen we altijd eigen producten verkopen, onze klanten appreciëren dat. Daarvoor komen ze tenslotte naar onze hoevewinkel. Tegen Halloween verkopen we meestal ook eigen pompoenen, maar dat is meer een uit de hand gelopen hobby. Dit jaar zullen we er wellicht aankopen bij een collega-teler.”

Echte seizoensgroente

Het aspergeseizoen loopt tot 24 juni (feestdag van Sint-Jan), maar Jelle en Evelyn stoppen meestal in het weekend rond 13-14 juni. “Veel klanten willen dan nog asperges voor hun diepvriezer. En begin februari staan ze hier al terug voor de nieuwe oogst”, lacht Jelle. “Dat is ook het voordeel van een echte seizoensgroente: de consument snakt in die periode naar asperges. Zeker met Pasen is het vaste prik op het menu. Dit jaar was het met Pasen nog vrij koud en hadden we nog niet veel asperges.”

Jelle en Evelyn vinden het een leuke teelt. “Je bent veel aan het werk op het veld en hier fietsen veel mensen voorbij die ons groeten. Dat sociale contact vinden we fijn. De locatie van ons nieuwe perceel aan de 3 jaar geleden aangelegde ‘Witte Goudbrug en -pad’ – zo genoemd vanwege de asperges – helpt daar zeker bij. Voor het klantenbestand van onze hoevewinkel is dat uiteraard een gouden zaak.”

Het directe contact met de klanten in haar hoevewinkel is voor Evelyn een meerwaarde.
Het directe contact met de klanten in haar hoevewinkel is voor Evelyn een meerwaarde. - Foto: JVB

Hoevewinkel als derde kindje

Nieuwe investeringen op het bedrijf zijn niet meteen gepland. “Enkele jaren geleden kochten we een aspergeschilmachine”, zegt Jelle. “Onlangs investeerden we in een tweede AspergeSpin, een elektrisch aangedreven oogstmachine voor witte asperges. We steken de asperges graag zelf, dus een oogstrobot is niet aan de orde. In de week oogsten we altijd in de voormiddag, in het weekend ’s ochtends en indien nodig in de namiddag. We hebben ook een vacuümmachine, waarmee je asperges tot 1 week in je koelkast kan bewaren. We denken enkel nog aan een koelcel of koele ruimte voor aardappelen, om ze te kunnen vergassen. Nu doen we dat nog op het bedrijf van mijn schoonvader. De hoevewinkel is qua grootte ook oké; hij moet overzichtelijk blijven en we moeten goed kunnen aanvullen indien nodig. De winkel is Evelyns ‘derde kindje’. Ze speurt regelmatig op beurzen naar iets nieuws om aan de klanten te kunnen aanbieden. Zo verkopen we ook aspergebitterballen en chocolade asperges. Evelyn houdt van het directe contact met de klanten, terwijl ik meer achter de schermen werk. Dat vinden we allebei een prima rolverdeling.”

Meer info over de Dijlehoeve vind je op www.dijlehoeve.be en op hun Facebookpagina.

Jan Van Bavel

Lees ook in Korte Keten

Meer artikelen bekijken