Startpagina Akkerbouw

Minister Clarinval: ik ben iemand die zich baseert op wetenschap

De tijdelijke noodtoelating (of 120 dagenregeling) voor het nieuwe RNAi-insecticide Calantha leidde in Vlaanderen tot wat controverse, maar bleek vooral in Wallonië een grote polemiek te creëren. Federaal minister van landbouw David Clarinval (MR) gaf onze collega’s van Le Sillon Belge een uitgebreide duiding bij zijn standpunten hierover.

Leestijd : 9 min

Minister Clarinval verdedigt het nieuwe insecticide fel. Het is een innovatie die hijzelf ‘beter voor het milieu’ vindt. Daarnaast steunt hij het gebruik van een Europese noodprocedure volledig en hekelt hij de ‘ideologische strijd’ die volgens hem door bepaalde ngo's wordt gevoerd tegen wetenschappelijke vooruitgang en nieuwe biotechnologieën in de landbouw.

De minister schetste in ons gesprek een zeer heldere visie op wat hij beschouwt als de toekomst van de Europese landbouw. Dat is voor hem namelijk een landbouw die meer wordt gedreven door wetenschappelijke innovatie, gerichte biotechnologie en nieuwe oplossingen voor gewasbescherming. Naast de specifieke casus van Calantha kaartte het gesprek ook de bredere vraagstukken aan over de toekomst van conventionele gewasbeschermingsmiddelen, over de toenemende resistentie van plagen en over de rol van technologische vooruitgang in de landbouwtransitie.

Niet afgeronde evaluatie

Meneer de minister, waarom wordt een noodtoelating verleend aan een product waarvan de Europese evaluatie nog niet is afgerond?

Allereerst moeten we de algemene context begrijpen waarin we ons bevinden. België zet zich al jaren volledig in voor de Europese strategie ter vermindering van fytogebruik. Dit is geen loze kreet. De cijfers laten een gestage daling zien van de verkoop in ons land, met zo'n 2 tot 3% per jaar. Als we kijken naar de trend over een decennium, dan is meer dan de helft van de gewasbeschermingsmiddelen van de Belgische markt verdwenen. We ervaren dus al een enorme afname van het aantal beschikbare middelen, maar we hebben altijd volgehouden dat deze transitie ondersteund moet worden. We kunnen boeren niet vragen om met steeds minder middelen te produceren zonder hun geloofwaardige alternatieven te bieden. Dat is des te belangrijker omdat elke sector zijn eigen agronomische beperkingen heeft. Aardappelen zijn geen suikerbieten en groentegewassen zijn geen granen. Elke sector moet toegang hebben tot oplossingen op maat. Calantha is naar onze mening precies zo'n innovatief alternatief dat past binnen deze strategie ter vermindering van conventionele gewasbeschermingsmiddelen. Dat sluit aan bij een bredere visie die we ook op Europees niveau uitdragen met betrekking tot nieuwe landbouwtechnologieën. Dat is precies de logica die we met nieuwe genomische technieken (NGT’s) ondersteunen. Wij zijn ervan overtuigd dat wetenschappelijke innovatie een onderdeel van de oplossing moet zijn als we milieubescherming en landbouwproductie met elkaar willen verzoenen.

Noodtoelating of machtsgreep?

Wat rechtvaardigde specifiek het gebruik van deze noodtoelating van ‘120 dagen’ zoals voorzien in artikel 53 van de Europese Verordening 1107/2009?

Dit artikel staat een lidstaat specifiek toe om een tijdelijke vergunning te verlenen wanneer zich een bijzondere situatie voordoet die een snelle reactie vereist en wanneer er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is.

In ons geval is de urgentie niet beperkt tot de directe druk die dit jaar op de velden is waargenomen. Het betreft voornamelijk de veranderende agronomische context en het probleem van resistentie. De coloradokever ontwikkelt momenteel een toenemende resistentie tegen verschillende werkzame stoffen die op de markt verkrijgbaar zijn. Het risico is dat effectieve bestrijdingsmethoden op middellange termijn geleidelijk zullen verdwijnen. Dat benadrukt de noodzaak om snel nieuwe oplossingen te ontwikkelen. Het Waalse aardappelproefcentrum Fiwap (tegenhanger van Viaverda in Vlaanderen) heeft dat zelf erkend.

Fiwap heeft niet expliciet om een noodprocedure binnen de 120 dagen gevraagd, maar heeft een neutraal advies ingediend bij de Waalse vertegenwoordiger van de goedkeuringscommissie. Daardoor werd duidelijk de urgentie benadrukt om nieuwe manieren te vinden om resistentie te bestrijden.

Het is ook belangrijk om te begrijpen dat een noodvergunning niet van de ene op de andere dag kan worden verleend. Tussen de wetenschappelijke evaluatie, de analyse van het dossier en het overleg met de verschillende bevoegde instanties duurt een dergelijke procedure enkele weken. Als we wachten tot het probleem zich in de praktijk voordoet, is het al te laat om effectief te handelen. We moeten daarom anticiperen op basis van trends uit voorgaande seizoenen, vastgestelde agronomische risico's en praktijkervaring.

En dan is er nog een fundamenteel element: België is het Europese rapporteurland voor dit dossier. Dit betekent dat onze wetenschappers eerder dan andere lidstaten toegang hadden tot de evaluatieresultaten. De eerste conclusies van de evaluatie waren geruststellend genoeg om deze afwijking te overwegen. Daarom vonden we het zonde om nog een jaar te wachten met het toestaan van het gebruik van een product dat perfect past binnen de Europese strategie voor de vermindering van gewasbeschermingsmiddelen. We hebben deze afwijking niet alleen op basis van een belofte vanuit de industrie (de producent van Calantha) verleend.

België had als Europees rapporteurland de volledige evaluatie van de molecule al afgerond. We beschikten dus al vóór het einde van de Europese procedure over het ‘ontwerp-beoordelingsrapport’, ofwel een uiterst grondig wetenschappelijk rapport. Dit bood ons al voldoende wetenschappelijke garanties om het verzoek om afwijking op nationaal niveau te beoordelen.

NGO's spreken echter van een ‘machtsgreep’ en van misbruik van het betreffende artikel...

Ik ben van mening dat deze beschuldiging volkomen onjuist is. We hebben strikt binnen het Europese rechtskader gehandeld. Artikel 53 bestaat juist om dit soort anticipatie mogelijk te maken wanneer een staat van mening is dat een bepaalde situatie dat rechtvaardigt. En bovenal hebben we onze acties niet gebaseerd op intuïtie of op een willekeurige politieke beslissing. We hebben ze gebaseerd op gedegen wetenschappelijke beoordelingen. België, als rapporterende staat, heeft het dossier geanalyseerd met zijn wetenschappers, de relevante overheidsdiensten en met alle beschikbare studies. We hebben ook de regio's geraadpleegd, die hun goedkeuring aan de procedure hebben gegeven. Zeggen dat dit een machtsgreep is, is dus onjuist. Ik zou zelfs willen stellen dat sommigen een belangrijk punt over het hoofd zien: artikel 53 is historisch gezien vaak bekritiseerd, omdat het het gebruik van controversiële conventionele gewasbeschermingsmiddelen zou verlengen. Hier doen we precies het tegenovergestelde. We gebruiken deze bepaling om de komst van een oplossing te versnellen die naar onze mening beter is voor het milieu.

U beweert dat u met instemming van de regio's hebt gehandeld. Waals minister van volksgezondheid Yves Coppieters (Les Engagés) suggereerde echter dat hij niet op de hoogte was gesteld van dit besluit.

Ik wil graag iets belangrijks verduidelijken, omdat ik merk dat er verwarring is. Deze procedure was niet uitsluitend gebaseerd op federaal wetenschappelijk advies. We hebben ook de regio's geraadpleegd, zoals gebruikelijk is bij dit soort zaken. En de regionale besturen steunden deze aanpak. We hadden dus hun goedkeuring om verder te gaan. Ik wil mijn collega Yves Coppieters niet tegenspreken, maar beweren dat hij hiervan niet op de hoogte was, betekent wellicht dat hij meer in gesprek moet treden met zijn medewerkers. Zij hebben ons immers wel degelijk een positief advies gegeven in het kader van de procedure. We zijn dus te werk gegaan met volledige kennis van de feiten, met de steun van de wetenschappers, de instemming van de regionale besturen en binnen het Europese rechtskader zoals vastgelegd in artikel 53. Dit was geen overhaaste of geheime beslissing.

Heisa rond nieuwe technologie

Calantha maakt gebruik van een volledig nieuwe technologie in Europa: interfererend RNA. Begrijpt u de zorgen die rond deze innovatie bestaan?

Ik begrijp dat elke technologische innovatie vragen kan oproepen, maar ik baseer mijn beslissingen op wetenschap. Ik vertrouw wetenschappers. In dit geval zijn de analyses zeer duidelijk: dit product heeft een aanzienlijk beter milieuprofiel dan veel oplossingen die momenteel in gebruik zijn. En het is belangrijk om te onthouden dat deze technologie niet nieuw is. RNA-interferentie wordt al zo'n 10 jaar in de humane geneeskunde gebruikt. Dus de bewering dat er ‘geen langetermijngegevens’ zijn, is onjuist. Het is geen genetisch gemodificeerd organisme. Soms maken mensen aannames die niet overeenkomen met de wetenschappelijke realiteit. Hier hebben we te maken met een zeer gericht mechanisme dat fungeert als een onderschepper van ‘biologische boodschappen’ in de coloradokever.

Wanneer Calantha wordt gebruikt, doodt het alleen  de coloradokever. Het is niet gericht op bijen, hommels, nuttige insecten of andere organismen, benadrukt  minister Clarinval.
Wanneer Calantha wordt gebruikt, doodt het alleen de coloradokever. Het is niet gericht op bijen, hommels, nuttige insecten of andere organismen, benadrukt minister Clarinval. - Foto: JV

U legt veel nadruk op het ‘gerichte’ karakter van dit product. Waarom denkt u dat dit de gewasbescherming verandert?

De filosofie achter gewasbeschermingsmiddelen verandert hierdoor fundamenteel. Lange tijd vertrouwde de landbouw voornamelijk op zogenaamde ‘breedwerkende’ producten, ofwel producten die op een groot aantal soorten inwerken zonder onderscheid te maken. Dit kon uiteraard gevolgen hebben voor de biodiversiteit of voor bepaalde niet-doelorganismen. Met Calantha hebben we te maken met een compleet andere aanpak. Het product is specifiek gericht op de coloradokever, én dat verandert veel. Ten eerste, omdat bij gebruik van dit product alleen coloradokevers worden gedood. Het is niet gericht op bijen, hommels, nuttige insecten, kikkers of andere organismen die in de landbouwomgeving voorkomen. Ten tweede, omdat het alleen wordt gebruikt wanneer de plaag daadwerkelijk aanwezig is. We werken niet langer binnen een kader van systematische preventieve bespuiting op percelen waar soms zelfs geen coloradokevers voorkomen. Hier wordt de behandeling alleen toegepast wanneer er een plaag aanwezig is. Dat heeft belangrijke gevolgen: het vermindert de hoeveelheid actieve stoffen die in het milieu, de atmosfeer en landbouwecosystemen terechtkomen drastisch. Dat is precies wat we zo aantrekkelijk vinden aan deze technologie. Nog een groot voordeel: deze middelen breken veel sneller af in het milieu dan veel conventionele moleculen. Ze zijn aanzienlijk minder problematisch voor waterbronnen, verdunnen veel sneller en hebben een veel beperktere impact op de bodem en het milieu in het algemeen. Dus ja, wij geloven dat dit soort oplossingen kunnen bijdragen aan een betere bescherming van wilde dieren, planten en biodiversiteit, maar ook van de boeren zelf en, meer in het algemeen, van de menselijke gezondheid.

Milieugroeperingen blijven echter volhouden dat er nog te weinig bekend is over de langetermijneffecten. Waar trekt u persoonlijk de grens tussen innovatie en het voorzorgsbeginsel?

Voor mij betekent het voorzorgsbeginsel niet dat alle innovatie moet worden afgewezen. Het betekent dat we ons baseren op wetenschap en grondige beoordelingen. In dit geval zijn de wetenschappelijke rapporten zeer duidelijk. Studies tonen aan dat Calantha beter is voor het milieu dan veel bestaande alternatieven. Als er serieuze twijfels waren geweest, hadden we deze beslissing uiteraard nooit genomen.

Storm in glas water

Krijgt u uiteindelijk niet de indruk dat dit een storm in een glas water is?

Ja. Maar ik denk dat er helaas een zeer ideologische dimensie aan dit debat zit. Achter de zaak Calantha zien we 2 fundamenteel verschillende visies op de landbouw botsen. Aan de ene kant degenen die geloven dat wetenschappelijke innovatie (gerichte biologicals, NGT’s, nieuwe biotechnologieën) de milieubelasting zal verminderen en tegelijkertijd voldoende productiecapaciteit zal behouden. Aan de andere kant is er een veel radicalere visie, die vrijwel alle technologische innovatie afwijst en vindt dat we moeten terugkeren naar veel meer handmatige of mechanische methoden. Ik ben een pragmatisch persoon. Ik wil het milieu beschermen, ik wil het fytogebruik in dit land verminderen, maar ik wil ook dat boeren effectieve middelen hebben die financieel toegankelijk zijn en die aansluiten bij de realiteit ter plaatse. We kunnen producenten van gewasbeschermingsmiddelen niet vragen om de Europese bevolking te blijven voeden, terwijl we hun geleidelijk aan alle middelen voor gewasbescherming ontnemen. Wanneer ik sommige ngo's hoor beweren dat de oplossing ligt in een massale terugkeer naar het handmatig verwijderen van coloradokevers, zou ik graag voorstellen dat deze ngo's zelf met naar de velden komen om coloradokevers te verwijderen. Ik ben er oprecht van overtuigd dat een deel van de milieubewegingen bepaalde innovaties tegenwoordig bijna principieel afwijst, zelfs als ze specifiek gericht zijn op het verminderen van de milieubelasting. Het is een vergelijkbaar debat als dat rondom NGT's (nieuwe genomische technieken). Ook daar verdedigen we het idee dat wetenschap en technologie kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van meer weerbare planten, die minder behandelingen en minder input nodig hebben.

En wat interessant is aan deze RNA-interferentietechnologie, is dat deze waarschijnlijk niet beperkt zal blijven tot de coloradokever. Er worden al andere toepassingen ontwikkeld, met name in fungiciden, insecticiden en acaricides. In de Verenigde Staten wordt deze technologie bijvoorbeeld momenteel onderzocht voor de bestrijding van varroamijten in bijenkorven. Dit betekent dat dit soort innovatie op de lange termijn ook kan bijdragen aan de bescherming van bijen. Dus ja, ik denk dat we waarschijnlijk aan het begin staan van een nieuwe generatie gewasbeschermingsmiddelen, die veel gerichter, specifieker en potentieel veel milieuvriendelijker zijn dan de conventionele methoden die we tot nu toe kennen.

Werd u in deze kwestie gesteund door de landbouwsector?

Ja, absoluut. Aardappeltelers en landbouworganisaties steunen deze aanpak. De sector is zich er terdege van bewust dat de resistentie toeneemt en dat de beschikbare oplossingen geleidelijk aan schaarser worden. Dus wanneer een technologie het mogelijk maakt om een gerichter gewas te produceren, met minder impact op het milieu en mogelijk meer efficiëntie, is het logisch dat de landbouwsector dit als een aantrekkelijke oplossing ziet.

Marie-France Vienne

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken