Evolueren naar 750.000 ha Vlaamse landbouwgrond
Kamerlid Mieke Schauvliege (Groen) weet uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dat er 750.000 ha grond bestemd moet worden voor landbouw. Op dit moment telt Vlaanderen 782.000 ha landbouw. Daaruit concludeert ze dat er nog meer landbouwgrond moet omgezet worden in andere bestemmingen.

In de kamercommissie Leefmilieu gooide Schauvliege op 26 mei minister Jo Brouns (cd&v) van Landbouw en Omgeving voor de voeten dat hij de belofte om jaarlijks 1.500 ha voor natuur te herbestemmen niet waarmaakt. Ze vindt bovendien dat de minister hypothekeert dat er landbouwgrond wordt ingezet om aan natuur- en bosdoelstellingen te werken.
Robuust natuurnetwerk
Schauvliege zegt dat de Vlaamse regering al sinds 1997 belooft om werk te maken van een robuust natuurnetwerk. In het Ruimtelijk Structuurplan gaat men uit van 150.000 ha natuur en 53.000 ha bos. Dat is samen 203.000 ha bos en natuur. Dat is een noodzakelijke groene sprong van 48.000 ha boven- op de oude gewestplannen. Het kamerlid stelt vast dat, hoewel deze oefening al in 2007 afgerond had moeten zijn, amper de helft ervan gerealiseerd is. Voor natuur is 51% van de doelstellingen gehaald, voor bos slechts 38%. Vandaag kijkt men volgens Schauvliege nog steeds aan tegen een achterstand van 25.700 ha. Uit nieuwe cijfers van de ruimteboekhouding blijkt dat in 2025 amper 200 ha natuur en amper 600 ha bosbestemming gerealiseerd is.
Het zit Mieke Schauvliege hoog dat natuurorganisaties en -administraties intussen geen landbouwgrond meer kunnen aankopen om de natuur- en bosdoelstellingen te realiseren. De traagheid waarmee bestemmingen worden omgezet, is volgens haar tergend. Van beloofde versnelling merkt Schauvliege niets. Ze betreurt dat hierdoor in Vlaanderen natuurherstel in de praktijk onmogelijk is, omdat er een stop gezet is op de aankoop van landbouwgrond voor natuurdoelen.
Planologisch verankeren
Minister Jo Brouns zegt er zich bewust van te zijn dat er nog een grote opgave ligt in het bestemmen van bijkomende natuur- en bosgebieden. Hij onderschrijft het belang van die taakstelling als een effectief instrument om het beoogde landgebruik als natuur en bos ook planologisch te verankeren. De minister heeft deze bestemmingsopgave hernomen in de dialoognota van het BRV. Het BRV is de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) en bepaalt de krijtlijnen voor het ruimtelijke beleid in Vlaanderen tijdens de komende decennia. Hij zegt dat hij in de bouwshift bovendien een kans zag om de ambitie te verhogen, zowel wat het areaal als wat het tempo betreft.
Daarom werd in de conceptnota voorgesteld om de taakstelling voor de bestemming natuur en bos met 15.000 ha te verhogen tot een totaal van 218.000 ha. Daarnaast werd inderdaad voorgesteld om het jaarlijkse tempo van herbestemming op te trekken van ongeveer 425 ha naar 1.500 ha. De voorstellen uit die conceptnota worden momenteel verder uitgewerkt in het voorontwerp van het BRV. Brouns zegt dat hij niet zal wachten op de afronding van dat traject om al werk te maken van de operationalisering ervan.
In navolging van de aangekondigde versnelling in de dialoognota van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zijn in het najaar van 2025 voorstellen voor nieuwe Agnas-projecten (afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur) opgevraagd en voorbereid. Op basis daarvan zijn begin 2026, 6 nieuwe projecten geselecteerd om op te starten. Een eerste voorzichtige en nog niet verder uitgewerkte prognose van deze 6 projecten biedt ruimte voor de beoogde 1.500 ha herbestemming naar natuur en bos. Het gaat om de volgende op te starten processen: Midden-Brabant, Voeren, Adinkerke, Duras-Nieuwenhoven, Boven-Brakel en Boshoek-Lachenen.
Agrarisch voorkooprecht
Volksvertegenwoordigster Sanne Van Looy (N-VA) greep de gelegenheid aan om een stand van zaken te vragen over het voorkooprecht. Ook dat zal naar haar mening bijdragen aan de ruimteboekhouding, wat dus inhoudt dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) of natuurverenigingen gebieden kunnen kopen in groene bestemmingen of in vennengebieden, en omgekeerd ook dat landbouwers gronden met voorkooprecht kunnen kopen in agrarische bestemmingen.
In de hoek van de cd&v sloot Mien Van Olmen zich aan bij de bezorgdheid rond het aankopen van landbouwgronden in functie van bebossing. Daar werd een beetje een rem opgezet en ze onderschrijft die beleidskeuze. Van Olmen vindt het niet verstandig om zonder visie zonevreemde bossen te realiseren.
Aan het voorkooprecht wordt volgens minister Brouns gewerkt, samen met natuurorganisaties en met landbouworganisaties om te realiseren dat landbouwgrond in de eerste orde aan landbouwers wordt aangeboden. Als de vraag wordt gesteld door natuurorganisaties om die gronden aan te kopen met subsidies, kan dan ook in natuurgebieden een versnelling worden voorzien voor de natuur. Voor Brouns blijft landbouwgrond maximaal vrijwaren voor landbouw, gelijk aan gezond verstand.
Als het gaat over de zonevreemde natuur, dan stelt de minister vandaag vast dat er om en bij de 30.000 ha natuur in een gele zone ligt en gele zone in de natuur. Dat zou je planologisch kunnen ramen. In het BRV en de conceptnota is daarom gezegd die 30.000 ha verharde bestemming niet te ontwikkelen, omdat ze waterziek of slecht gelegen is. “We geven die terug aan de natuur en aan de landbouw”, zegt Brouns.
Bij Agnas kan men aan de slag met het BRV en de WORG-instrumenten (watergevoelig openruimtegebied). Brouns ontkent niet dat het gaat over bestemmingswijzigingen. Dit zijn geen evidente processen. Daarvan getuigt het feit dat men vandaag aan de vooravond staat van de eerste actualisatie van het BRV sinds 1997. De ontwerp-visie en het beleidskader van het BRV worden momenteel voorbereid.





