Startpagina Actueel

Zal er volgend jaar genoeg sojaschroot zijn voor het vee in Vlaanderen?

Zal er vanaf volgend jaar nog genoeg sojaschroot naar Vlaanderen komen om verwerkt te worden tot veevoer? De meningen daarover lopen uiteen en oplossingen zijn er niet pasklaar voorhanden. Dat bleek in de commissie Landbouw van 20 mei.

Leestijd : 5 min

De Europese veevoedersector maakt zich naar verluidt ernstige zorgen over de beschikbaarheid van voldoende soja die voldoet aan de Europese ontbossingsverordening (EUDR). “Vooral vanaf 2027 zou er een gebrek zijn. De sectororganisaties Fédération Européenne des Fabricants d'Aliments Composés (Fefac) en Belgian Feed Association (BFA) denken dat er nog voldoende ontbossingsvrije soja beschikbaar zal zijn, maar na de wijzigingen die men Europees heeft doorgevoerd, stelt men zich de vraag of er wel voldoende geleverd kan worden. De sector waarschuwt voor bevoorradingsproblemen en bijkomende kosten voor de Europese veevoeder- en veehouderijsector”, stelt Lydia Peeters van Anders.

Praktische toepassing van de regels

“De bezorgdheid leeft niet alleen rond de inhoud van de regelgeving zelf, maar ook rond de praktische toepassing ervan. Er bestaan vragen over de rechtszekerheid, de administratieve werkbaarheid, de capaciteit van IT-systemen en de beschikbaarheid van voldoende gecertificeerde volumes”, duidt Lydia Peeters.

Ook Vlaanderen blijft volgens de liberale politica voor zijn veevoederproductie sterk afhankelijk van ingevoerde soja. “Dat maakt onze landbouwsector kwetsbaar voor geopolitieke spanningen, handelsbelemmeringen en strengere Europese importvoorwaarden. Net daarom wordt al langer ingezet op een Vlaamse alternatieve eiwitstrategie, met aandacht voor lokale eiwitgewassen en innovatieve teelten”, waarschuwt Lydia Peeters. Ze vraagt dat Vlaams minister Jo Brouns op Europees niveau zou pleiten voor initiatieven om te vermijden dat de ontbossingsregelgeving leidt tot bevoorradingsproblemen of disproportionele kosten voor de veeteelt.

Aanpassing van logistieke keten

Minister Brouns begrijpt de bezorgdheid over de ontbossingsverordening. “Laat me vanaf het begin af aan duidelijk zijn: ontbossing bestrijden, ook in landen waaruit we producten importeren, vind ik een heel belangrijke en legitieme ambitie. Dat neemt niet weg dat ik de signalen op het terrein hoor. Vooral de eis van gescheiden stromen vergt een aanpassing van de logistieke keten in de landen van origine en zorgt voor bijkomende administratieve lasten. In Vlaanderen is onze veevoedersector al langer koploper in het tegengaan van ontbossing in hun waardeketens. Een systeem van certificaten zonder dat te koppelen aan een gescheiden stroom, zou vanuit dat opzicht ook beter werken op Europees niveau”, meent Jo Brouns.

Soja is een bulkproduct dat wereldwijd in gemengde stromen wordt verhandeld en vervoerd. Om te voldoen aan de Europese ontbossingsverordening moet de stroom naar Europa vanaf de oogst volledig worden gescheiden. “Dat is in de praktijk niet evident en zorgt voor bijkomende kosten in Argentinië, Brazilië, de Verenigde Staten en India. De aanvoer vanuit de VS zou volgens onze informatie minder problematisch zijn. Voor Brazilië daarentegen is de EU slechts een kleine afzetmarkt van ongeveer 10% van hun totale afzet. Zij hebben voldoende afzet buiten Europa, en dat zonder bijkomende eisen en kosten”, zegt minister Brouns.

“Als Brazilië stopt met exporteren naar Europa, riskeren veehouders hier onvoldoende eiwitrijk voeder te hebben, wat hun productie en financiële stabiliteit onder druk zet en uiteindelijk zal leiden tot hogere kosten in de hele voedselketen. Bovendien blijft het onduidelijk welke bewijsstukken als geldig zullen worden beschouwd en hoe conformiteit met lokale wetgeving in de landen van oorsprong moet worden beoordeeld”, stelt de minister.

Meer marktconcentratie?

Verschillende Vlaamse en Europese spelers stellen zich volgens minister Brouns de vraag of ze in de toekomst nog wel als invoerder actief kunnen blijven. “Vooral de middelgrote en kleinere spelers vrezen dat de administratieve lasten, aansprakelijkheidsrisico’s en potentiële sancties disproportioneel kunnen worden. Dat dreigt ertoe te leiden dat enkel de grote, multinationale spelers die risico’s nog kunnen dragen, wat de marktconcentratie nog zou versterken.

De tijd dringt. In verschillende oorsprongslanden wordt immers binnenkort reeds geoogst, terwijl er nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de EUDR-criteria waaraan die volumes moeten voldoen. Daardoor dreigt de markt te laat duidelijkheid te krijgen om zich tijdig te kunnen aanpassen. Het risico op tekorten is reëel. Een Vlaamse kosteninschatting werd niet gemaakt, maar de Europese diervoederfederatie schat de meerprijs voor EUDR-conforme sojaproducten momenteel in op ongeveer 10%. Daarbovenop volgen de prijzen van andere eiwitrijke producten, zoals koolzaadschroot en zonnebloemmeel, de prijs van sojaschroot”, geeft de minister aan.

“Hoewel de Europese ontbossingsverordening vanuit de klimaatproblematiek de juiste intenties heeft, dreigt ze de concurrentiekracht, de veerkracht en de autonomie van onze Vlaamse dierlijke sector te ondermijnen. Het is belangrijk dat we blijven inzetten op aanpassingen die die kosten kunnen drukken, zonder het doel ervan onderuit te halen”, zegt hij. De vereenvoudigingsherziening van de Europese ontbossingsverordening is voor hem een stap in de goede richting.

Minder afhankelijk van overzeese soja

Hij zal bij de Europese Commissie pleiten voor een garantiesysteem naar het voorbeeld van Argentinië. “In verschillende andere Europese regelgevingen, zoals de bioverordening, worden onafhankelijke certificeringsschema’s officieel erkend voor de controle van duurzaamheid en legaliteit. Binnen de EUDR is er nog geen erkenningsmechanisme”, stelt de Vlaamse minister van Landbouw.

Hij kijkt vol verwachting uit naar het voorstel van het Europese actieplan eiwitten, dat mogelijk nog voor het zomerreces voorgesteld zal worden in de Raad. “Er moet op lange termijn nog veel meer ingezet worden op het minder afhankelijk zijn van overzeese soja. Dat kan maar door in Europa zelf eiwitten te produceren. In Vlaanderen zullen we niet snel aan de vraag voldoen, maar in bijvoorbeeld Italië, Roemenië of zelfs Oekraïne ligt er potentieel.”

Faunamengsel of eiwitgewassen?

Leo Pieters van Vlaams Belang stelt voor om de steun die wordt gegeven voor de teelt van faunamengsels gelijk te trekken voor eiwitrijke gewassen als veldbonen, lupine of erwten. “Het verhaal van onze eigen eiwitstrategie is belangrijk, want we stellen vast dat we er niet in slagen om de productie van eigen eiwitten significant te verhogen. We hebben al jaren een stukje eiwitstrategie. We moeten toegeven dat we daar eigenlijk weinig van bakken. Het egaliseren van de subsidies – 1.500 euro per hectare voor een faunamengsel tegenover 600 euro per hectare voor eiwithoudende gewassen – kan een belangrijk element zijn”, geeft Bart Dochy, voorzitter van de commissie Landbouw, aan.

Minister Brouns geeft toe dat er inzake de eiwitstrategie in Vlaanderen nog heel wat stappen te zetten zijn. “Maar in eerste instantie is de eiwitvoorziening een Europees verhaal. Ik kan heel veel projecten uitschrijven, en we hebben ook die ambitie, maar de oplossing van die totale shift ligt Europees. De sector heeft daarbij een belangrijke rol te spelen. De eiwithoudende gewassen worden al best sterk gesteund. We kunnen enkel de kosten vergoeden. Daar ligt nog een uitdaging. Die faunamengsels moeten we kunnen omzetten naar eiwithoudende gewassen. Dat is niet eenvoudig, maar ik deel die mening en we nemen dat op”, belooft de minister.

FVDL

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken