Startpagina Economie

Glastuinbouw ontvangt de minste overheidssteun, maar brengt het meeste op

Glastuinbouw was in 2024 de meest winstgevende landbouwvorm. Toch kreeg de glastuinbouw gemiddeld het minste premies van alle sectoren, zo blijkt 25 juni uit de meest recente cijfers van statistiek Vlaanderen.

Leestijd : 2 min

Gemiddeld bedroeg de rechtstreekse steun (steun die landbouwers ontvangen uit de eerste pijler van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid) in de land- en tuinbouw in Vlaanderen in de periode 2020-2024 ongeveer 12% van het bedrijfsinkomen.

Een gemiddeld Vlaams bedrijf dat groentes kweekt in serres hield op het einde van boekjaar 2024 gemiddeld 307.126 euro netto bedrijfsresultaat over. Het gaat om het familiaal bedrijfsinkomen zonder het loon van de bedrijfsleider en (eventuele) meewerkende gezinsleden, of met andere woorden de beloning voor ondernemen.

Slechts 0,2% van het bedrijfsinkomen was echter afkomstig van overheidssteun. Rechtstreekse steun is in de glastuinbouw nagenoeg onbestaande omdat het areaal onder glas hiervoor niet in aanmerking komt.

Met deze cijfers doet de glastuinsector het het beste van alle landbouwsectoren met het minste overheidssteun. Hoewel de sector het afgelopen jaar zoals altijd goed deed, is het netto bedrijfsresultaat een kwart lager dan in 2023.

De fruitsector was voor 3% afhankelijk van premies en had in 2024 een stabiel positief netto bedrijfsresultaat van 151.884 euro. Voor het zevende jaar op rij was het netto bedrijfsresultaat van de sector groenten in open lucht positief (42.053 euro), al daalde het wel ten opzichte van 2023.

Slechtste leerling

De sectoren van het leg- en slachtpluimvee behaalden de beste resultaten in 10 jaar tijd. Zo noteerde het gemiddelde slachtpluimveebedrijf een netto bedrijfsresultaat van 688.885 euro, voor legpluimveebedrijven was dat gemiddeld 623.276 euro.

De vleesveesector is dan weer de slechtste leerling van de klas, terwijl die kan rekenen op het grootste aandeel aan overheidssteun. Het gemiddeld familiaal arbeidsinkomen in de sector steeg in 2024 met maar liefst 30%. Daarbovenop kreeg de sector gemiddeld 50,3% van zijn bedrijfsinkomen uit premies van de overheid. Maar omdat de vleesveesector erg arbeidsintensief is, was die stijging van het familiaal arbeidsinkomen niet voldoende om de vergoeding voor eigen arbeid te dekken. Het netto bedrijfsresultaat eindigde daarom negatief, op bijna -32.800 euro in 2024.

Voor melkveebedrijven bedraagt het aandeel rechtstreekse steun 14% van het bedrijfsinkomen. Na een forse daling in 2023 doen melkveehouderijen het in 2024 opnieuw beter met een netto bedrijfsresultaat van zo’n 42.900 euro, het op een na beste resultaat sinds 2012.

De varkenshouderij was minder afhankelijk van rechtstreekse steun, met 9% van het bedrijfsinkomen afkomstig van overheidspremies. Voor het derde jaar op rij is het netto bedrijfsresultaat (105.975 euro) van de varkenshouderij positief, alhoewel een stuk lager dan in 2023.

Tot slot deed de akkerbouw het minder goed in 2024. Gemiddeld kan de sector rekenen op bijna 30% aan overheidssteun. In 2024 daalde het netto bedrijfsresultaat voor het tweede jaar op rij, al bleef het al bij al nog positief. De gemiddelde landbouwer in de akkerbouw hield in 2024 net geen 300 euro over aan netto bedrijfsresultaat.

Meer informatie over de bedrijfsresultaten van de land- en tuinbouwsector vind je op de website van statistiek Vlaanderen.

Belga/ThD

Lees ook in Economie

Melkproductie in de VS en in Oceanië blijft fors

Economie Raf Beyers, adviseur bedrijfsontwikkeling en risk management bij United Experts, overliep met ons de evoluties op de internationale zuivelmarkten in weken 22 tot 25. Opvallend is hoe de Amerikaanse melkveestapel maar blijft toenemen.
Meer artikelen bekijken

Vind uw droomjob in de land- en tuinbouw

Danis

Koolskamp, West-Vlaanderen

Solliciteer nu

Vind de medewerker die echt bij u past.

Plaats een vacature
Bekijk alle vacatures