Bever krijgt vrij spel in kernleefgebied
Landbouwers melden steeds vaker schade door bevers. Met de bouw van hun dammen op kleine waterlopen zetten ze al eens hele akkers onder water. Minister Brouns werkt aan een plan om voor de bever kernleefgebieden te creëren waar hij met rust gelaten wordt. Buiten die kernleefgebieden kan deze beschermde soort dan wel aangepakt worden.

De plannen voor de kernleefgebieden voor de bever zijn nog niet klaar, maar er wordt de komende weken en maanden aan gewerkt. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns in de commissie Landbouw op 1 juli op een vraag van An Hermans (N-VA).
Werkbaar beleidskader
De N-VA-fractie in de provincieraad van Antwerpen heeft een motie ingediend die voor de beverproblematiek heldere oplossingen vraagt aan de Vlaamse regering in het algemeen en meer specifiek aan minister Brouns. Zij pleiten ervoor om de beverproblematiek grondig in kaart te brengen en om werk te maken van een duidelijk en werkbaar beleidskader met voldoende instrumenten voor de provincies.
De bever is in Europa een strikt beschermde soort. In 2015 keurde toenmalig Vlaams minister Joke Schauvliege het eerste beheerplan goed voor de bever. Dat was toen baanbrekend in Europa. Het plan was tot stand gekomen in nauw overleg met de waterbeheerders en de belanghebbenden. Minister Brouns hoopt de bijgestuurde beheerplannen voor de bever klaar te hebben tegen het najaar.
Drie soorten gebieden
“Bij de start van deze legislatuur heb ik aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de opdracht gegeven om binnen de juridische randvoorwaarden een actie tot bijsturing van het beheerplan voor bevers uit 2015 uit te werken. Het doel is om zo te komen tot een meer efficiënt beleid dat enerzijds het behoud van een robuuste beverpopulatie garandeert, maar anderzijds de stijgende belasting een halt kan toeroepen. Het plan duidt kernleefgebieden aan. Het idee is: kernleefgebieden, maatwerkgebieden en dan de overige gebieden. Die waterval is belangrijk. In kernleefgebieden krijgt de bever als het ware alle speelruimte. Daar is hij eigenlijk mee de ingenieur van het vernatten van Vlaanderen, wat ook een belangrijke doelstelling is. In maatwerkgebieden moet je maatwerk kunnen doen, bijvoorbeeld door het afbreken van dammen. In de overige gebieden zullen de maatregelen en het ingrijpen afhangen van de grootte van de problematiek. Wanneer de bever consequent volledige straten onder water zet, kelders onder water zet, moet je hem daar kunnen verwijderen. Verder gaan dan de logica die we nu uitwerken op het terrein, vereist een verlaging van de beschermingsstatus van de bever op het Europese niveau”, schetste minister Brouns de plannen.
“In de maatwerk- en de overige gebieden is het de ambitie om ervoor te zorgen dat er geen schade meer is. De ambitie is dat we daar maatregelen kunnen nemen en dus ook geen schadevergoedingen meer moeten uitbetalen. Dat is ook de reden waarom we de waterbeheerders de mogelijkheid moeten kunnen geven om heel vlot en snel in te grijpen”, duidde de minister.
Samenwerking en afstemming
“Samenleven met de bever verloopt niet altijd zonder uitdagingen. Dat is intussen genoegzaam bekend. Dat is op basis van de ervaringen van de voorbije 20 jaar ook heel duidelijk geworden. De soort kan lokaal voor ernstige problemen zorgen, waardoor een goede samenwerking en afstemming tussen alle partijen – waterloopbeheerders, lokale overheden, landbouwers en natuur – essentieel is. Dat vraagt naast veel communicatie ook een goede kennis van de soort, inzicht in preventieve maatregelen en in de beheermogelijkheden en/of beperkingen”, stelde de minister.
Bevercoördinator in Antwerpen
Het initiatief van de provincie Antwerpen om een specifieke coördinatie te starten, kan daar volgens minister Brouns zeker aanvullend een meerwaarde bieden. “Dat kan op lokaal niveau bijvoorbeeld het overleg structureren, conflicten vroegtijdig detecteren en bemiddelen tussen de verschillende belanghebbenden. Wij werken het grote Vlaamse kader uit met de verschillende gebieden, de gebiedsgerichte werking en de mogelijke maatregelen. Maar als dat dan lokaal, provinciaal versterkt en ondersteund kan worden, juich ik dat zeker toe.”
Landbouwers betrekken bij overleg
Voor de minister is het belangrijk dat landbouwers ook actief betrokken worden bij het overleg. Dat komt het draagvlak voor beslissingen en eventuele ingrepen zeker ten goede. “Daarnaast zorgt 1 centraal aanspreekpunt in de provincie voor een efficiëntere communicatie, zowel richting de landbouwers en lokale besturen als tussen de provincie en het Agentschap voor Natuur en Bos. Ik beschouw dit Antwerpse initiatief dan ook als een positieve stap om de omgang met de bever op het terrein te verbeteren en om de zorgen van landbouwers ernstig te nemen”, meende de minister.





