Nieuwe Biocheck.Ugent zet dierentransport op de kaart
Bioveiligheid wordt vaak geassocieerd met maatregelen op het landbouwbedrijf zelf, maar de keten is breder dan het erf alleen. Met de ontwikkeling van een nieuwe Biocheck.Ugent-vragenlijst voor dierentransport krijgt ook deze cruciale schakel eindelijk de aandacht die ze verdient. Het resultaat is een praktische en wetenschappelijk onderbouwde tool die de bioveiligheid tijdens transport meetbaar maakt en die concrete handvatten biedt voor verbetering.

De laatste jaren is bioveiligheid uitgegroeid tot een hoeksteen van de moderne veehouderij. Bedrijven investeren in hygiënesluizen, bezoekersprotocollen en een duidelijke scheiding tussen schone en vuile zones. Toch bleef één element opvallend vaak onderbelicht: het transport van dieren.
Een vergeten schakel in de keten
Nochtans vormt het transport een cruciale schakel in de mogelijke verspreiding van ziekteverwekkers. Transportvoertuigen komen op meerdere bedrijven, rijden naar markten en slachthuizen en keren daarna opnieuw terug naar landbouwbedrijven. Daardoor kunnen ze ongemerkt ziektekiemen meenemen van de ene locatie naar de andere. Wanneer reiniging en ontsmetting niet optimaal gebeuren, ontstaat een reëel risico op besmetting (lees hier meer over het belang van hygiëne bij varkenstransport).
Ook minder zichtbare factoren beïnvloeden de kans op ziektetransmissie via diertransporten. Denk aan de volgorde waarin bedrijven worden bezocht, het combineren van dieren met verschillende herkomst in één transport of het gebruik van materialen die moeilijk te reinigen zijn. Zonder een duidelijke en systematische aanpak blijven deze risico’s vaak onder de radar.
Van inzicht naar ontwikkeling
Om deze blinde vlek op te vullen, werd binnen het Europese BioSecure-project gewerkt aan een nieuwe toepassing van de Biocheck.Ugent-methodologie. Het doel was om een instrument te ontwikkelen dat specifiek focust op diertransport en dat, net zoals de bestaande Biocheck.Ugent-vragenlijsten, een objectieve bioveiligheidsinschatting mogelijk maakt.
De ontwikkeling startte met een uitgebreide analyse van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. Daarbij werd in kaart gebracht welke factoren een rol spelen in de overdracht van ziekteverwekkers tijdens transport en welke maatregelen het meest effectief zijn om die overdracht te beperken.
Op basis van deze kennis werd een eerste ontwerp van de vragenlijst opgesteld. Die eerste versie vormde het vertrekpunt voor verdere verfijning, waarbij het belangrijk was om zowel wetenschappelijke onderbouwing als praktische, wereldwijde toepasbaarheid te combineren.
Internationale expertise als fundament
Een essentieel onderdeel van het traject was de betrokkenheid van experten uit verschillende landen. In totaal namen 14 specialisten deel, afkomstig uit 10 landen en met uiteenlopende achtergronden, waaronder onderzoek, beleid en praktijk.
Deze experten beoordeelden de eerste versie van de vragenlijst en leverden gedetailleerde feedback aan. Vervolgens werden meerdere groepsdiscussies georganiseerd, waarin de vragen en structuur grondig werden besproken.
Tijdens deze sessies werd niet alleen gekeken naar de inhoud, maar ook naar de duidelijkheid van de formulering, de relevantie voor de praktijk en de haalbaarheid voor gebruikers. Door deze aanpak werd de vragenlijst stap voor stap verbeterd en afgestemd op de realiteit van de sector.
Praktijktesten geven richting
Na de eerste fase werd de vragenlijst uitgetest in de praktijk. Deze pilootfase vond plaats in verschillende Europese landen, waaronder België, Denemarken, Italië en Roemenië.
Het doel van deze testen was om te evalueren of de vragenlijst effectief bruikbaar is in de dagelijkse werking van transporteurs en andere betrokkenen. Daarbij werd onder meer gekeken naar de tijd die nodig is om de vragenlijst in te vullen, de beschikbaarheid van de gevraagde informatie en de begrijpelijkheid van de vragen. Deze terugkoppeling zorgde ervoor dat het eindresultaat niet alleen theoretisch sterk is, maar ook praktisch werkbaar.
Gewicht geven aan risico
Een extra stap in de ontwikkeling was het toekennen van gewicht aan de verschillende onderdelen van de vragenlijst. Niet elke maatregel heeft immers dezelfde impact op de preventie van ziekteverspreiding. Door experten en onderzoekers te laten bepalen welke factoren het zwaarst doorwegen, werd de uiteindelijke score verfijnd en realistischer gemaakt.
Daardoor wordt het eindresultaat meer dan een simpele checklist. Het wordt een genuanceerde inschatting waarbij kritische punten zwaarder doorwegen dan minder risicovolle aspecten.
Twee delen, één geheel
De uiteindelijke Biocheck.Ugent voor dierentransport bestaat uit 2 complementaire delen. Samen vormen ze een volledig beeld van de bioveiligheid tijdens transport.
Het eerste deel richt zich op de kenmerken van het transport en het gedrag van de chauffeur. Hierin komen onder meer het type transport, de vervoerde diersoort, de eigenschappen van het voertuig en de hygiënemaatregelen bij het laden en lossen aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de manier waarop transporten georganiseerd worden. Worden dieren van verschillende bedrijven samen vervoerd? Hoe wordt de route bepaald? Hoeveel locaties worden bezocht? Dit soort vragen helpt om mogelijke besmettingsroutes in kaart te brengen.

Het tweede deel focust op de reiniging en ontsmetting van het voertuig. Hierbij wordt gekeken naar de infrastructuur, de gebruikte producten en technieken, en de controle op de effectiviteit van de procedures. Ook deze stap wordt meegenomen in de berekening van het bioveiligheidsniveau van het voertuig.
Belangrijk is dat beide delen apart of samen kunnen worden ingevuld. Wanneer niet alle informatie beschikbaar is, kan toch een gedeeltelijke beoordeling gebeuren. Wanneer beide delen volledig zijn ingevuld, ontstaat een volledige bioveiligheidsinschatting.
Van input naar bruikbare output
De kracht van Biocheck.Ugent ligt in de vertaling van antwoorden naar een duidelijke score. Deze score geeft inzicht in het algemene bioveiligheidsniveau van een transport en maakt het mogelijk om verschillende transporten met elkaar te vergelijken.
Daarnaast maakt de vragenlijst zichtbaar waar de belangrijkste verbeterpunten liggen. In plaats van algemene adviezen krijgen gebruikers concrete aanwijzingen over welke maatregelen prioriteit hebben. Dit maakt het instrument bijzonder waardevol voor zowel transporteurs als veehouders.
Meerwaarde voor de praktijk
Voor veehouders biedt de nieuwe aanpak een beter inzicht in een aspect dat tot nu toe vaak buiten hun directe controle lag. Door beter te begrijpen welke risico’s verbonden zijn aan dierentransport, kunnen zij gerichter afspraken maken met trans-porteurs en hun eigen bioveiligheidsstrategie versterken.
Voor transporteurs zelf betekent de nieuwe Biocheck.Ugent-tool een kans om hun werking te professionaliseren. De vragenlijst maakt duidelijk waar verbeteringen mogelijk zijn en biedt een kader om systematisch aan bioveiligheid te werken.
Ook dierenartsen en adviseurs kunnen de resultaten gebruiken om gerichte begeleiding te bieden. Daardoor wordt Biocheck.Ugent een instrument dat samenwerking stimuleert tussen alle schakels in de keten.
Naar een sluitende ketenaanpak
Met deze nieuwe ontwikkeling wordt bioveiligheid niet langer beperkt tot het individuele bedrijf, maar uitgebreid naar de volledige productieketen. Trans-port wordt erkend als een essentiële schakel die zowel risico’s als kansen met zich meebrengt.
Door deze schakel zichtbaar en meetbaar te maken, ontstaat een meer sluitende aanpak van ziektepreventie. Elk contactmoment, van het laden op het bedrijf tot het lossen op de bestemming, wordt meegenomen in de analyse.
De nieuwe Biocheck.Ugent voor dierentransport vormt daarmee een belangrijke stap vooruit, niet alleen omdat het inzichten biedt, maar vooral omdat het concrete verbeteringen mogelijk maakt. De vragenlijst is bovendien vrij beschikbaar en kan online via biocheckgent.com/nl geraadpleegd en kosteloos (tot 4 keer) ingevuld worden. Daardoor wordt het voor veehouders, transporteurs en adviseurs laagdrempelig om de bioveiligheid van dierentransport actief in kaart te brengen en te verbeteren.
Dit werk werd gefinancierd door de Europese Unie in het kader van het ‘Horizon Europe’-programma, nummer 101083923 (Biosecure). De geuite standpunten en meningen zijn uitsluitend die van de auteur(s) en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de Europese Unie of het ‘European Research Executive Agency’ (REA). Noch de Europese Unie, noch de subsidie verlenende instantie kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.





