Natuur in Turnhouts Vennengebied blijft kwetsbaar
De stikstofuitdaging en de zorgen die de landbouwers daarmee op de schouders krijgen, is in het Turnhouts Vennengebied veel groter dan elders. Dat heeft vanzelfsprekend te maken met de kwetsbare natuur. Het blijft zoeken naar een evenwichtige oplossing waarbij er perspectief is voor bedrijvigheid.

Op vraag van volksvertegenwoordigster An Hermans (N-VA) ging de Commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement op 7 juli even terug naar half juni. Intendant Frank Smeets van het Turnhouts Vennengebied lichtte de plaatselijke landbouwers in Ravels toen de stand van zaken binnen het maatwerkgebied toe. Op dat infomoment bleven een aantal vragen onbeantwoord. Bovendien bleek dat het vertrouwen van de landbouwers ten aanzien van de intendant zoek was. Commissielid Hermans wilde van minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) ook meer te weten komen over de mogelijkheid tot het verplaatsen van de habitats en welke uitgangspunten de minister meeneemt in de besprekingen daarrond. Specifiek stelde ze zich vragen over de situatie van de landbouwers in het Turnhouts Vennengebied.
Kritiek op stikstofbeleid
Er vonden sinds de aanstelling van Frank Smeets als nieuwe intendant al heel wat gesprekken plaats met vertegenwoordigers van de landbouwsector in het maatwerkgebied. Gezien het belang van het dossier was ook minister daar geregeld bij. Na een periode sinds vorige legislatuur zonder intendant en zonder structureel overleg hebben de verschillende belangengroepen in het maatwerkgebied sinds november 2025 weer een duidelijk aanspreekpunt. De minister heeft begrepen dat er bij de vragenronde op de infovergadering op 16 juni veel kritiek was op het stikstofbeleid zelf. De kritieken zijn bekend. De pijnpunten zijn de reden waarom een aantal hervormingen werden ingeschreven in het regeerakkoord. De stikstofuitdaging leidt voor heel veel landbouwers tot onzekerheden over hun toekomst. Dat leidde tot heel wat kritische vragen over het thema.
Vanwege de kwetsbare natuur is de opgave in het Turnhouts Vennengebied vele malen groter. De intendant is gebonden aan het kader dat het parlement heeft vastgelegd, tot nader order het Stikstofdecreet van januari 2024. Binnen dat kader probeert de intendant de belangen van de economische ontwikkeling en natuurbescherming in het maatwerkgebied zo maximaal mogelijk te verzoenen.
Habitatdoelen verplaatsen
De visie van minister Jo Brouns over het verplaatsen van habitatdoelen blijft ongewijzigd. De passage in het Vlaamse regeerakkoord stelt dat het verplaatsen bepleit moet worden op Europees niveau. Tegelijkertijd wil Brouns de allocatie via managementplannen verderzetten om de overige zoekzones waar projecten nu mee op beoordeeld worden, te kunnen weghalen. Daarnaast is er de allocatie van doelen die als onhaalbaar worden geacht. Dat staat vaak op gespannen voet met elkaar.
Lage KDW’s
Minister Brouns herhaalde dat de zeer lage kritische depositiewaarden (KDW’s), de doelen van 5, 6 of 7 kg per jaar per hectare die gesteld zijn, in een juridische balans moeten gebracht kunnen worden. De inspanningen die men vandaag de dag doet, het generieke G8-scenario met de 100 ton extra, moeten volgens hem kunnen volstaan. Daarover gaat het debat. “Je moet het nog kunnen vergunnen. Oplossingen uitwerken is wat mij betreft ook de inzet van de Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie Stikstof (WIC-Stikstof) in het kader van het emissiebeleid. Als je voldoende inspanningen doet – wat je van de landbouw mag verwachten – is het op een bepaald moment ook voldoende geweest. Er is de invloed vanuit het buitenland, we kunnen geen deken over Vlaanderen leggen”, zegt de minister.
Hij voegt daaraan toe dat de kritische depositiewaarden niet als absoluut kunnen worden beschouwd. Als men die als absoluut blijf beschouwen in relatie tot de vergunningverlening, dan blijf je je volgens Brouns in het Turnhouts Vennengebied vastrijden.
Ruimtelijke aanspraken
De intendant is gebonden aan een aantal taken en opdrachten, zoals de allocatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Brouns begrijpt wel dat hij daarvoor de ruimtelijke aanspraken in het maatwerkgebied, in het bijzonder binnen het Habitatrichtlijngebied, gedetailleerd in kaart laat brengen. Eind dit jaar plant de intendant een aantal scenario’s voor te leggen en te bespreken met alle belanghebbenden in de regio. Het doel is om via een gerichte, verstandige allocatie de impact op landbouw te reduceren en te minimaliseren. Als het gaat over het verplaatsen van habitats, gaat het volgens Brouns niet over het uitgraven van een stukje natuur, dat dan elders wordt aangelegd. Het gaat er wel over dat bepaalde bossen of andere natuurvormen die er op de beoogde plaats nog niet zijn, maar elders wel al of elders gemakkelijker kunnen worden gerealiseerd, ook op die andere plaats kunnen gerealiseerd worden. De beoogde plek, waar de realisatie veel moeilijker zou zijn, kan dan worden gevrijwaard.
De mening van de minister is daarenboven dat de gebieden die de overheid zelf of via terreinbeherende organisaties vandaag al onder beheer heeft, veel beter moeten ingericht worden in functie van de voorziene habitatdoelen. In de casus van het Turnhouts Vennengebied vindt hij dat nog veel belangrijker. Vandaag stelt Brouns vast dat er op het terrein wel al heel wat gronden onder natuurbeheer vallen waar de Vlaamse overheid veel middelen in investeert in het kader van natuurontwikkeling, maar dat het beheer vandaag de dag onvoldoende gericht is op het realiseren van de voorziene Europese doelen.





