Startpagina Libramont

“We moeten een speler worden die het hele jaar door actief is voor de landbouw”

Aan de vooravond van haar tweede eeuw slaat de Beurs van Libramont een nieuwe bladzijde om in haar geschiedenis. Enkele dagen voor deze jubileumeditie spraken we met Olivier Van Cauwelaert, de nieuwe gedelegeerd bestuurder van Libramont-Coopéralia. Hij lichtte zijn visie toe over een sterkere en meer ondernemende landbouw die nauwer aansluit bij de verwachtingen van de samenleving.

Leestijd : 10 min

Als ondernemer is Van Cauwelaert al jarenlang actief in de Waalse agrovoedingsketens. Tijdens dit interview blikte hij terug op zijn loopbaan, deelde hij zijn visie en schetste hij de grote projecten waarmee hij de Waalse landbouw wil ondersteunen. Van Cauwelaert wil van de organisatie immers veel meer maken dan alleen een beursorganisator: een speler die het hele jaar door aanwezig is, ten dienste van innovatie, de instroom van jonge landbouwers, voedselautonomie en de ontwikkeling van landbouwbedrijven.

Ervaring als ondernemer gebruiken in de landbouwsector

U staat nu aan het hoofd van Libramont-Coopéralia met een loopbaan die verschilt van die van veel andere mensen uit de landbouwsector. Hoe zou u uw parcours samenvatten?

Ik beschouw mezelf in de eerste plaats als ondernemer. Ik ben noch landbouwer, noch agronoom van opleiding, maar ik heb er jarenlang bewust voor gekozen om uitsluitend te investeren in de agrovoedingssector. Via ‘Scale-Up Fund’ heb ik de groei begeleid van verschillende ondernemingen die allemaal hetzelfde doel nastreven: meer waarde creëren voor de Waalse ketens door producenten en verwerkers dichter bij elkaar te brengen.

De bakkerijketen Copain is daarvan een goed voorbeeld. We geven de voorkeur aan granen die in Wallonië worden geteeld en proberen de meest duurzame productieketens te ondersteunen. Via die ervaringen ben ik in contact gekomen met Libramont-Coopéralia. Mensen uit de groentesector vertelden me dat de organisatie op zoek was naar een nieuwe directeur. Ze wilden een meer ondernemende aanpak introduceren om nieuwe diensten en dynamieken te ontwikkelen. Ik heb me kandidaat gesteld, in de overtuiging dat mijn ervaring van nut kon zijn voor de landbouwsector.

Hoe zal die ondernemersmentaliteit uw manier van leidinggeven aan Libramont-Coopéralia beïnvloeden?

Een ondernemer probeert altijd bruggen te slaan, mensen samen te brengen die nog te weinig samenwerken en nieuwe oplossingen te bedenken. De eerste beslissing die we hebben genomen, illustreert die ambitie perfect. We willen de Beurs van Libramont opnieuw sterker verbinden met de Waalse landbouwketens. Wanneer bezoekers in Libramont een product ontdekken, moeten ze meteen kunnen zien van welk landbouwbedrijf het afkomstig is, uit welke streek het komt en welke vrouwen en mannen het hebben geproduceerd. Die nabijheid is essentieel. Ze herinnert eraan dat achter elk voedingsproduct landbouwers schuilgaan die zich elke dag inzetten om onze regio van voedsel te voorzien. Daarnaast wil ik dat Libramont-Coopéralia niet langer alleen wordt gezien als organisator van een jaarlijks evenement, maar als een partner in de ontwikkeling van de landbouw.

De beurs viert dit jaar haar 100ste verjaardag. Hoe kijkt u naar dat erfgoed en welke richting wilt u eraan geven?

Ik besef dat ik op een uitzonderlijk moment in haar geschiedenis aantreed. De 100ste verjaardag is een uitgelezen kans om stil te staan bij de afgelegde weg. We verzamelen momenteel de getuigenissen van iedereen die de voorbije 100 jaar aan dit verhaal heeft meegebouwd. Daaruit zal een film ontstaan die ongetwijfeld veel emoties zal oproepen, omdat hij toont hoe de beurs alle ontwikkelingen van de Waalse landbouw heeft begeleid. Maar een jubileum heeft alleen betekenis als het ook perspectief biedt. Mijn opdracht bestaat er precies in om na te denken over wat Libramont de komende decennia moet worden. Ik ben ervan overtuigd dat de beurs niet langer alleen 4 dagen per jaar kan bestaan. Ze moet uitgroeien tot een organisatie die het hele jaar door actief is. Dat begint met de ontwikkeling van nieuwe informatie- en uitwisselingsplatformen. Zo denken we aan de lancering van een online medium dat volledig gewijd is aan de landbouw, om het hele jaar door in dialoog te blijven met landbouwers én burgers. Daarnaast versterken we onze samenwerking met verschillende institutionele investeerders om nieuwe diensten te ontwikkelen die rechtstreeks inspelen op de behoeften van landbouwbedrijven.

Wallonië als innovatieve ‘groene vallei’

U wil van Libramont-Coopéralia ook een innovatiecentrum voor de landbouw maken. Hoe wilt u die ambitie concreet realiseren?

Innovatie heeft alleen zin als ze inspeelt op concrete behoeften. We willen niet zomaar technieken ontwikkelen omdat we graag innoveren, we willen bruikbare instrumenten ter beschikking stellen van landbouwers.

Vanuit die gedachte hebben we een directie Innovatie opgericht, onder leiding van Henri Louvigny, die zelf landbouwer is. Zijn opdracht bestaat erin om te onderzoeken wat nieuwe technologieën, en in het bijzonder artificiële intelligentie, kunnen betekenen voor landbouwbedrijven. Hij organiseert nu al opleidingen en proefprojecten samen met landbouwers, om, samen met hen, na te gaan welke oplossingen het meest relevant zijn en het gemakkelijkst toegepast kunnen worden op het terrein.

Uit die denkoefening is een bredere ambitie ontstaan die we Green Valley hebben genoemd. Ons doel is om van Wallonië een echte ‘groene vallei’ voor landbouwinnovatie te maken, waar landbouwers, bedrijven, onderzoekers en ontwikkelaars samenwerken aan de instrumenten die de landbouw van morgen nodig zal hebben. Ik ben ervan overtuigd dat innovatie niet achter een bureau kan worden bedacht om vervolgens op het terrein uit te rollen. Ze moet vertrekken vanuit de vragen van landbouwers, samen met hen worden ontwikkeld en uiteindelijk terugkeren naar het terrein in de vorm van eenvoudige, doeltreffende en onmiddellijk bruikbare oplossingen voor hun dagelijkse praktijk.

Uitbouw van de coöperatie

U hebt aangegeven de coöperatie verder te willen uitbouwen. Welke stempel zou u aan het einde van uw mandaat willen nalaten?

De coöperatie beschikt vandaag al over een enorme rijkdom. De verschillende landbouwkringen vormen al jaren een waardevol netwerk dat nauw voeling houdt met het terrein. De voorzitters van die kringen werken elk samen met een twintigtal mensen. Samen gaat het om een honderd-tal betrokken actoren die onze denkoefeningen voortdurend voeden.

Die dynamiek wil ik behouden én uitbreiden. Mijn ambitie is dat iedereen die met Libramont in aanraking komt, in de toekomst deel kan uitmaken van dit gezamenlijke project. Bezoekers, burgers, bedrijven en consumenten moeten de mogelijkheid krijgen om coöperant te worden en om mee deze gemeenschap vorm te geven. Die openheid is essentieel. Hoe groter deze gemeenschap wordt, hoe sterker ze de stem van de landbouw kan laten horen.

Daarnaast zou ik nog iets anders willen realiseren. Wanneer de evenementen van Libramont-Coopéralia winst opleveren, vind ik dat een deel daarvan rechtstreeks opnieuw in landbouwprojecten moet worden geïnvesteerd. Daarom werken we vandaag samen met Funds for Good aan de oprichting van een echt landbouwfonds dat bedrijven moet ondersteunen bij investeringen en ontwikkelingsprojecten. Volgens mij mag een instelling als de onze zich niet beperken tot het organiseren van een beurs. Ze moet ook heel concreet bijdragen aan de financiering van de landbouw van morgen.

Werk van landbouwers waarderen

De landbouwsector wordt geconfronteerd met soms tegenstrijdige verwachtingen: meer produceren, de natuurlijke hulpbronnen beschermen én de economische leefbaarheid van de bedrijven garanderen. Hoe kan de Beurs van Libramont bijdragen aan dat debat?

Die vergelijking vat wellicht een van de grootste uitdagingen samen waarmee onze landbouw vandaag wordt geconfronteerd. We moeten tegelijk onze bevolking kunnen voeden, tegemoetkomen aan de verwachtingen op het vlak van milieu én ervoor zorgen dat landbouwers een waardig inkomen uit hun beroep halen.

Voor mij ligt een belangrijk deel van de oplossing in een grotere voedselautonomie. We moeten de landbouwers die ons grondgebied voeden sterker ondersteunen. Dat betekent dat we de lokale productieketens moeten versterken, de afzetmarkten beter moeten organiseren en opnieuw nauwere banden moeten creëren tussen productie, verwerking en consument.

Onze landbouwers produceren soms voor zeer verre markten die onderhevig zijn aan internationale prijsschommelingen. Die internationale dimensie hoort bij de landbouw, maar tegelijk moeten we ervoor zorgen dat we over een sterke productiecapaciteit voor onze eigen regio blijven beschikken.

Die voedselsoevereiniteit is bovendien meer dan een economisch vraagstuk; ze is uitgegroeid tot een strategische uitdaging. De voorbije jaren hebben we allemaal ervaren dat, wanneer zich een internationale crisis voordoet, het vermogen van een regio om haar eigen bevolking te voeden van cruciaal belang wordt. Maar die ambitie kan slechts worden waargemaakt onder één voorwaarde: we moeten de waarde van het werk van landbouwers beter erkennen. We kunnen landbouwers niet vragen om beter te produceren, omhet milieu beter te beschermen en om voortdurend te investeren én tegelijk aanvaarden dat zij daarvoor niet correct worden vergoed. Dat evenwicht moeten we opnieuw vinden.

Dat zal niet op enkele maanden tijd gebeuren, maar Libramont kan wel uitgroeien tot een plaats waar oplossingen worden uitgeprobeerd en waar alle betrokken partijen met elkaar in dialoog gaan.

Landbouwsters in de kijker

Deze editie zet vrouwen centraal. Welke plaats wilt u hun geven in die nieuwe dynamiek?

De eerste vereiste is dat we zelf consequent zijn met wat we uitdragen. Binnen Libramont-Coopéralia streven we naar een echt evenwicht tussen vrouwen en mannen. Vandaag de dag is er vrijwel sprake van gendergelijkheid en die diversiteit is een grote meerwaarde. De uitdaging reikt echter verder dan onze eigen organisatie. Wat voor mij vooral telt, is dat vrouwen ook binnen de landbouwbedrijven meer erkenning krijgen. Ze nemen daar vandaag de dag al cruciale verantwoordelijkheden op, al blijft dat soms nog te weinig zichtbaar. De voorbije maanden hebben we samen met verschillende partners gewerkt aan reportages over hun parcours. We wilden hun dagelijks werk, hun passie, hun vakkennis en hun engagement zichtbaar maken. De reacties waren bijzonder positief. Sommige video's werden tienduizenden keren bekeken. Dat toont aan dat het publiek deze vrouwen, die een essentiële bijdrage leveren aan de dynamiek van onze landbouw, beter wil leren kennen. We moeten hun die zichtbaarheid blijven geven. Door hun parcours in de kijker te zetten, dragen we tegelijk bij aan een positiever beeld van de hele landbouwsector.

De beurs als forum

De Beurs van Libramont was jarenlang hét forum waar de bezorgdheden en soms ook de onvrede van de landbouwsector weerklonken. Welke rol wil u haar vandaag laten spelen?

Ik vind dat de beurs vanzelfsprekend een plaats moet blijven waar de bezorgdheden van het terrein kunnen worden geuit. Dat is altijd haar rol geweest en dat moet ook zo blijven, maar ik wil dat ze nog sterker uitgroeit tot een plaats waar oplossingen worden aangereikt. Sinds mijn aantreden heb ik met veel landbouwers gesproken. Velen van hen vragen mij advies vanuit mijn ervaring als ondernemer. Ze willen weten hoe ze hun activiteiten kunnen ontwikkelen, hun productieketen beter kunnen organiseren, nieuwe afzetmarkten kunnen vinden of investeringen kunnen voorbereiden. Die gesprekken hebben veel indruk op mij gemaakt. Ze tonen aan dat landbouwers niet alleen verwachten dat hun belangen worden verdedigd. Ze zijn ook op zoek naar begeleiding, instrumenten, expertise en partners. Dat is precies wat Libramont-Coopéralia hun moet kunnen bieden. In Wallonië tellen we duizenden familiale kmo's. Landbouwbedrijven maken daar volwaardig deel van uit. Net als andere kmo's hebben ze nood aan begeleiding bij hun projecten, hun strategische keuzes en hun investeringen. Ik wil dat de beurs wordt erkend als een partner die bruggen slaat tussen de landbouwsector, het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, investeerders en de overheid.

Generatiewissel is een uitdaging

Het thema Cultive ton flow legt dit jaar de nadruk op de instroom van jonge landbouwers. U zegt zelfs dat de generatiewissel een nog grotere uitdaging vormt dan de klimaatverandering. Waarom?

Omdat er zonder opvolging eenvoudigweg geen landbouw meer zal zijn zoals we die vandaag de dag kennen. Ik besef heel goed welke gevolgen de klimaatverandering heeft. Die zijn aanzienlijk en we moeten ons daaraan blijven aanpassen. Maar als we er niet langer in slagen om landbouwbedrijven over te dragen aan een volgende generatie, zullen steeds meer familiale landbouwbedrijven verdwijnen. Voor mij is dat een van de belangrijkste uitdagingen.

Als we op dat vlak falen, zal de landbouwproductie zich steeds meer concentreren in handen van grotere structuren. Nochtans schuilt de kracht van de Waalse landbouw juist in de diversiteit van haar bedrijven, hun sterke verankering in de streek en in de nauwe band die ze onderhouden met dorpen en bewoners. Die diversiteit behouden is dan ook een absolute prioriteit.

Hoe wil Libramont-Coopéralia ertoe bijdragen om die trend te keren en om jongeren opnieuw warm te maken voor een loopbaan in de landbouw?

We hebben eerst alle actoren uit de opleiding, het landbouwonderwijs en de landbouwberoepen samengebracht. Dat initiatief kwam er na een duidelijke noodkreet vanuit het werkveld. Ik denk daarbij onder meer aan professor Philippe Baret, die ons wees op de dringende noodzaak om jongeren bewust te maken van de landbouw en om hun een correcter, aantrekkelijker en realistischer beeld van de sector te geven. Die boodschap heeft ons sterk geraakt.

Vandaag de dag associëren veel jongeren de landbouw nog altijd met een zwaar beroep dat enorme inzet vraagt, zonder altijd de erkenning of de toekomstperspectieven te bieden waarop ze hopen. In vergelijking met opleidingen zoals burgerlijk of handelsingenieur kunnen ze het gevoel hebben dat daar meer kansen liggen en dat de arbeidsomstandigheden gunstiger zijn. Wij willen dat beeld helpen veranderen. De slogan Cultive ton flow verwoordt precies die ambitie. We willen tonen dat de landbouwberoepen ook beroepen van de toekomst zijn: innovatief, ondernemend en vol kansen. Achter elk landbouwbedrijf staat immers een echte ondernemer die innoveert, investeert, strategische beslissingen neemt en aan de toekomst bouwt.

Hoe kunnen jongeren die een familiebedrijf willen overnemen nog worden ondersteund?

Ik heb al aan tal van wedstrijden deelgenomen waar ik jonge mensen ontmoette die zich met hart en ziel inzetten voor hun veestapel of hun landbouwbedrijf. Hun passie is onmiskenbaar. De uitdaging bestaat er nu in om die passie om te zetten in een duurzaam levensproject.

Hoe begeleiden we hen wanneer ze het familiebedrijf overnemen? Hoe maken we de financiering van die overdracht haalbaarder? Welke modellen kunnen we ontwikkelen om de overgang van de ene generatie naar de volgende te vergemakkelijken? Dat zijn precies de vragen waarop Libramont zich voortaan wil toeleggen. Wij willen een echte schakel worden tussen jonge landbouwers, opleidingsinstellingen, economische partners, financiële instellingen en de overheid.

De generatiewissel zal niet afhangen van één enkele maatregel. Ze vraagt om een gezamenlijke aanpak. Als Libramont erin slaagt om die dynamiek op gang te brengen, dan zullen we onze rol ten volle hebben vervuld.

Marie-France Vienne

Lees ook in Libramont

Meer artikelen bekijken