Duurzame lokale regeneratieve brouwgerst centraal tijdens Grow2Brew-events
In het kader van het Vlaio-LA-traject Grow2Brew werden onlangs 2 events georganiseerd rond de teelt van regeneratieve brouwgerst; respectievelijk in Bottelare en in Watou. Het doel van beide events was om alle partijen in de keten een idee te geven van de noden en de uitdagingen, maar ook van de kansen en mogelijkheden om tot een lokaal en duurzaam ketenverhaal te komen.

Op uitnodiging van het Grow2Brew-team en Mouterij Dingemans verzamelden op 3 juni 23 landbouwers, 7 brouwers, en 5 geïnteresseerden uit de sector op de Proefhoeve in Bottelare. Enkele weken later, op 22 juni, verwelkomden het Grow2Brew-team en Mouterij Boortmalt 44 landbouwers, 1 brouwer en 5 geïnteresseerden in de brouwerij Sint-Bernardus in Watou. Op beide events gingen mouters, brouwers en (potentiële) brouwgersttelers in gesprek over de kansen en uitdagingen van een lokale regeneratieve brouwgerstketen in Vlaanderen.
Vlaio-LA-traject Grow2Brew
Joos Latré van Proefhoeve Bottelare (AgroFoodNature HoGent-UGent) startte tijdens beide events met een toelichting over de aanleiding voor het Vlaio-LA Grow2Brew-traject. De Belgische biersector gaf namelijk aan te willen inzetten op lokaal geteelde gerst. In het kader van het verminderen van de CO2-voetafdruk is een lokale teelt in regeneratieve context een onderdeel met impact. Bewaring en kwaliteit bleken echter belangrijke obstakels. Nochtans heeft Vlaanderen, en bij uitbreiding België, een behoorlijk potentieel voor brouwgerst.
Grow2Brew zet in op de teelttechnische uitdagingen, gelinkt aan de kwaliteit. Daarbij staan rassenkeuze, bemesting, groeiregulatie en ziektebeheersing centraal. Op vraag van de mouterij- en brouwerijsector lag de focus op zowel winter- als zomerbrouwgerst. Winterbrouwgerst verzekert een hoge opbrengst, terwijl zomerbrouwgerst dan weer beter scoort op kwaliteitsparameters. De zaai van zomerbrouwgerst ‘in winterzaai’ is een soort compromis. Daarbij kan er nog een behoorlijke opbrengst worden verkregen met een goede kwaliteit die gewenst wordt door de mouters en brouwers. De zaai wordt het best gepland in november (later dan klassieke wintergerst), zodat het gewas niet te sterk ontwikkeld de winter ingaat en zo niet of minder gevoelig is voor vorstschade.
Daarnaast onderzoekt het project ook de rentabiliteit van de teelt. Joos Latré wees de aanwezige landbouwers dan ook op de kansen van regeneratieve landbouw in de brouwgerstketen. Verder had hij het ook over waar een mogelijke meerwaarde kan worden gecreëerd, waarbij gedacht wordt aan het carbon farming-verhaal. Bij regeneratieve landbouw staat de bodem centraal en wordt maximaal ingezet op permanente bodembedekking via groenbedekkers, niet-kerende tot minimale bodembewerking, minder kunstmest en minder gewasbescherming. Latré illusteerde dit met inspirerende voorbeelden van Vlaamse landbouwers uit het praktijknetwerk van Grow2Brew die al regeneratieve zomerbrouwgerst telen. Tijdens beide events werd er gepeild naar de stockagemogelijkheden op het landbouwbedrijf zelf. De meerderheid van de landbouwers gaven aan dat ze stockage verkiezen via de graanhandelaar. Er wordt dan ook in beide regio’s (Bottelare en Watou) gezocht naar mogelijkheden.
Mouterij Dingemans en brouwers aan het woord
Karl Dingemans, die mee aan het hoofd staat van Mouterij Dingemans – de enige nog onafhankelijke, familiale mouterij in België uit Stabroek – belichtte op 3 juni de kansen voor lokale brouwgerst en hun initiatieven hieromtrent. Die gaan van tal van lokale projecten met een directe link tussen landbouwer en brouwer tot projecten rond de juiste prijs, ‘lage CO2-gerst’ of lokaal regeneratieve gerst. Als familiale mouterij willen ze graag samenwerken met lokale Vlaamse brouwers en landbouwers. Ze hopen daarom dat regeneratieve brouwgerst ook in Vlaanderen zijn plek zal kunnen vinden, net als in Wallonië. Ze onderstrepen echter wel dat hun voorkeur uitgaat naar zomerbrouwgerst, omwille van gunstigere mout- en brouweigenschappen. De gerst moet uiteraard voldoen aan enkele basiskwaliteitseisen, waaronder eiwitgehalte, kiemkracht, vochtgehalte, sortering en raszuiverheid.

Als laatste schakel in de keten vervult de brouwer een sleutelrol als drijvende kracht achter de verdere ketenontwikkeling. Van daaruit wordt de vraag gestuurd en het is dan ook aan hem om zijn voorkeuren uit te spreken. Daarom stelden de aanwezige brouwers zich even voor en lichtten zij toe waarom ze interesse hebben in lokaal geteelde brouwgerst en wat de eisen zijn die ze hieraan stellen.
Voor de eerder kleinere of familiale brouwerijen is ’lokaal’ een onderdeel van het verhaal. Voldoende kwantum en constante kwaliteit leek voor anderen onzeker. Voor de grotere brouwerijen is de CO2-voetafdruk van het bedrijf en het verkleinen hiervan een belangrijk punt. Het grootste deel van de CO2-voetafdruk van een bedrijf valt binnen Scope 3 van het Greenhouse Gas Protocol (GHG) en heeft betrekking op emissies die gerelateerd zijn aan up- stream- en downstreamactiviteiten in de keten, zoals transport en distributie of de productie van ingekochte grondstoffen. Dit is voor hen de belangrijkste drijfveer achter de vraag naar regeneratieve brouwgerst met een lagere CO2-voetafdruk.
Regeneratieve brouwgerst: van label tot meerwaarde
Jean Triaille, actief bij de agroecologische Waalse coöperatie CultivAé (www.cultivae.be), lichtte op beide events toe hoe landbouwers zich kunnen laten certificeren voor het telen van regeneratieve brouwgerst. CultivAé, actief in diverse ketens met de focus op regeneratieve technieken, gaf in 2020 vorm aan het label ‘Regeneratieve landbouw‘. Via gewasspecifieke lastenboeken biedt dit label aan afnemers de garantie dat grondstoffen volgens regeneratieve landbouwprincipes werden geteeld. Het lastenboek omvat 5 verschillende pijlers en maatregelen die moeten of kunnen worden ingevuld. Afhankelijk van het aantal maatregelen dat op het bedrijf en binnen de betrokken teelt wordt toegepast, behalen landbouwers een bronzen, zilveren of gouden label ‘Regeneratieve landbouw‘. Daartegenover staat een regeneratieve premie die varieert naargelang het behaalde labelniveau.
Landbouwers die willen instappen, krijgen 2 jaar de tijd om hun teeltpraktijken aan te passen en minstens 2 van de 5 pijlers te realiseren. Voor het komende teeltseizoen (2026-2027) geldt het voorstel dat men steeds voldoet aan het gegeven van ‘bodem altijd bedekt‘ door na de oogst steeds een groenbedekker te voorzien. Verder kan je dus respectievelijk voldoen aan 1 tot 4 pijlers, zoals minder bodemverstoring (dus niet-kerende bodembewerking in plaats van ploegen), minder kunstmest en minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken (bijvoorbeeld geen insecticide of minder fungiciden) en inzetten op meer biodiversiteit. Wie aan de basisvoorwaarde voldoet en 1 bijkomende pijler realiseert (brons), ontvangt een extra premie van 5 euro/ton. Bij 2 pijlers (zilver) bedraagt de extra premie 10 euro/ton en vanaf 3 pijlers (goud) 15 euro/ton. De ongeveer 120 landbouwers die vandaag al aan de keten deelnemen, krijgen bovendien teeltbegeleiding via de vzw Regenacterre. (www.regenacterre.be, zie verder).
Boortmalt: de grootste mouterij ter wereld
Alexander Hendrickx gaf op 22 juni namens Boortmalt een uiteenzetting over Boortmalt, Belgomalt en Pure Local. Boortmalt is zowat de grootste mouterij ter wereld, met activiteiten in heel wat landen van de EU, de VS, Canada, Ethiopië, Australië, Argentinië en Uruguay. Ze transformeren graan tot mout voor brouwerijen en whiskystokers. Ook Hendrickx benadrukte de nood aan kwaliteit en hij lichtte het moutproces nog eens in detail toe. Voor de landbouwers was dat toch wel een eyeopener. Boortmalt lag aan de basis van Belgomalt, dat focust op de productie van gerstemout van Belgische origine. Samen met CultivAé bouwden ze vanaf 2017 de ‘Pure Local’-keten uit, die intussen staat voor 102 landbouwer-telers en 900 ha brouwgerst. In 2025 hadden ze nog een uitzonderlijk goede productie met circa 8.500 ton. Boortmalt beleverde op deze wijze 25 brouwers in 2025. De landbouwers zijn voornamelijk gevestigd in Wallonië, maar ook een aantal van hun Vlaamse collega’s participeren en er is duidelijk plaats voor meer landbouwers. De ‘Pure Local’-keten steunt op de teelt van zomerbrouwgerst volgens de principes van regeneratieve landbouw, zoals ook al hoger beschreven. Boortmalt streeft hierbij naar de teelt en productie van CO2-negatieve gerst. In 2023 en 2024 werd zo gerst geleverd met een gemiddelde CO2-uitstoot van respectievelijk -50 kg en -37 kg/ton. Dit staat tegenover cijfers van +183 kg/ton als er volledig conventioneel gewerkt wordt met kunstmest, gewasbe-schermingsmiddelen en ploegen. Als de mouter en vervolgens de brouwer hiermee aan de slag gaan, kan de brouwer finaal ook CO2-neutraal bier gaan produceren. Dat zijn bijvoorbeeld de plannen van brouwerij Huyghe uit Melle, die samen met Boortmalt recent een blockchain-traceerbaarheidssysteem ontwikkelde. Daarmee kan de consument via het eenvoudig scannen van een barcode achterhalen waar zijn bier vandaan komt, tot op het niveau van het veld waar de gerst geteeld werd.

Veldbezoeken bevestigen het potentieel
Op beide events trokken we het veld in. In Bottelare bezochten we een proefveld met de zomervariëteiten Laureate en RGT Planet in winterzaai,met focus op rasvergelijking en ziektebeheersing. Het gewas werd gezaaid op 7 november 2025 aan 300 zaden/m². Er werd bemest volgens advies op basis van de stikstof-indexmethode van de Bodemkundige Dienst van België (BDB). Dit gebeurde in 2 fracties van respectievelijk 84 kg N/ha (2 maart) en 49 kg N/ha (31 maart). Er werd 1 halmverkorting en tweemaal een fungicide toegepast bij het eerste-tweede-knoopstadium en in het aarstadium. De vroege eerste ziektebeheersing bleek nodig, gezien het gewas op dat moment nogal aangetast was door netvlekkenziekte. De toegepaste intensieve teelttechniek was wat minder conform het regeneratieve lastenboek.
In Watou gingen we langs op het veld van landbouwer Bart Boeraeve, dat er bijzonder goed bij stond. Roeland De Greef van Regenacterre gaf toelichting over de teelttechniek. Bart verbouwt al het tweede jaar op rij zomerbrouwgerst. Die werd dit jaar, voor de oogst van 2026, niet voor de winter gezaaid maar op 12 maart, aan een zaaidichtheid van 400 zaden/m². Er werd een stikstofbemesting uitgevoerd van 80 kg N/ha, in combinatie met een zwavelbemesting. Bart koos voor wiedeggen en op basis van tussentijdse opvolging oordeelde hij om noch halmverkorting noch fungicide en insecticide toe te passen. Volgens De Greef is bij een lagere stikstofbemesting een halmverkorting overbodig, omdat dit ook oxidatieve stress veroorzaakt, die de planten vatbaarder maakt voor ziekten. Het ‘low input’ regeneratief teeltconcept werd hier dus maximaal toegepast. De teeltopvolging door Regenacterre gebeurt via 2 tot 3 veldbezoeken.

Blik op de toekomst
Na beide events gingen de landbouwers naar huis met de boodschap dat zomerbrouwgerst de voorkeur heeft, dat die het liefst regeneratief geteeld wordt en hoe het label ‘Regeneratieve landbouw’ deze teeltwijze bevestigt en vergoedt. De deelnemers aan beide events worden binnenkort verder geïnformeerd over de teelt- en contractmogelijkheden voor de uitzaai najaar 2026.





