Startpagina Maïs

Controleer tijdig je maïspercelen, want het hakselmoment nadert snel

In juni leken we af te stevenen op een zeer goed maïsjaar, maar dat zal zeker op heel wat plaatsen niet meer het geval zijn door de droge en zeer warme weersomstandigheden. Gert Van de Ven, onderzoeker bij het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) en aan de Hooibeekhoeve, overliep met ons de uiteenlopende situaties op het veld.

Leestijd : 4 min

Het ene perceel maïs is duidelijk het andere niet. Dat heeft te maken met de zeer uitdagende weersomstandigheden in dit groeiseizoen.

Snelle groei

De voorjaarswerkzaamheden en de maïszaai verliepen in dit seizoen vrij vlot, meent Gert Van de Ven. “Tot half juni was het weer eerder wispelturig te noemen, wat soms voor een moeilijke groei van de jonge plant zorgde. De ene dag was het overdag amper 15 °C, de andere dag meer dan 30 °C. Half mei flirtte de nachttemperatuur zelfs met het vriespunt. Nu en dan was er toen ook wel een bui.” Van de Ven merkt wel op dat de weersomstandigheden regionaal grote verschillen vertoonden.

“Na half juni gingen de temperaturen regelmatig richting 30 °C. In combinatie met voldoende vocht in de bodem kende de maïs daardoor een snelle groei. Door de snelle lengtegroei waren veel planten nog onvoldoende stevig, waardoor de storm van 27 en 28 juni op verschillende plaatsen legering en stengelbreuk of green snap veroorzaakte. Uitgezonderd de regen van die storm, bleef het echter nagenoeg droog na 15 juni.”

Het ultravroege ras P7179 op 31 juli 2026.
Het ultravroege ras P7179 op 31 juli 2026. - Foto: LCV

Grote verschillen

Gert Van de Ven observeerde voor ons de huidige toestand op de maïspercelen. “In de regio’s waar er voldoende neerslag viel, staat de maïs er goed bij. De bestuiving en bevruchting lijken op de meeste percelen goed verlopen te zijn. Heel wat gelegerde percelen zijn ook terug rechtgekomen, weliswaar met een kromming. Dit veroorzaakt echter geen grote problemen voor de verdere ontwikkeling. De afrijping van deze maïs zal wellicht normaal verlopen. Wanneer de hoge temperaturen aanhouden in combinatie met de droogte, kan de afrijping bij deze maïs wel sneller verlopen.”

Een week voorsprong tegenover 2025

Uit een eerste staalname – op 23 juli – op de Hooibeekhoeve in Geel lieten de vroegste rassen een drogestofpercentage van 19% zien, de latere rassen een percentage van 16%. “Vergeleken met de waarnemingen van 2025 lijkt de maïs hier een week vroeger te zijn. De bloeitijdstippen kwamen min of meer overeen met 2025”, analyseert Van de Ven de eerste gegevens. Bij een tweede staalname op 30 juli bleek het drogestofgehalte gemiddeld zo’n 4% gestegen te zijn.

“Op basis van voorgaande droge jaren, zoals 2020, 2022 en 2025, weten we dat het drogestofgehalte van de maïs met 3 tot 5% per week kan stijgen. Soms is de stijging nog groter. In die droge jaren werd er veel maïs geoogst met een te hoog drogestofpercentage. Bij een oogst van te droge maïs – een drogestofpercentage van 38% of meer – liggen er bovendien bewaarproblemen om de hoek. Bij het inkuilen van zo’n maïs is het extra belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan het aanrijden en afdekken, zeker als dit gebeurt in zomerse omstandigheden. Het gewas blijft immers langer warm, waardoor ademhalingsverliezen en het risico op broei toenemen. Goed aandrukken en snel afdekken is dan ook essentieel in deze omstandigheden, ongeacht het drogestofgehalte van de maïs!”

Het late ras SY Freyja op 31 juli 2026.
Het late ras SY Freyja op 31 juli 2026. - Foto: LCV

Maïs met droogtestress hakselen

Er zijn echter ook percelen waar de maïs al vroeg droogtestress vertoonde. In sommige regio’s is er immers duidelijk minder neerslag gevallen. Van de Ven haalt de gevolgen aan: “Ook op de percelen waar vooraf nog een snede gras werd geoogst, is droogtestress in veel gevallen zichtbaar aanwezig. Vooral op de lichtere gronden is deze maïs nauwelijks in bloei gekomen en staat er kolfloze maïs in het veld. Bij deze maïs is geen sprake meer van een normale afrijping. Het proces om suikers naar de kolf te sturen en de zetmeelvorming is immers verstoord of zelfs afwezig. De plant blijft hierdoor langer groen. De stijging van het drogestofgehalte is dan voornamelijk het gevolg van uitdroging van de plant en niet van zetmeelvorming in de kolf.

Zulke maïs wordt het best gehakseld bij een drogestofpercentage van circa 28-30%. Hoewel het zetmeelgehalte hiervan zeer laag is, kan het gewas nog steeds een bruikbaar ruwvoeder vormen. De VEM-waarde ligt weliswaar aanzienlijk lager dan die van een normale maïskuil. Het product zou kunnen vergeleken worden met een middelmatige graskuil. Wachten tot de plant helemaal dor is, heeft doorgaans weinig zin. Kwalitatief is er geen winst meer te boeken, integendeel zelfs. Je moet wel aandacht besteden aan de mogelijk sapverliezen.”

Check tijdig je percelen

De komende dagen blijven de temperaturen overdag nog steeds zo’n 24-25 °C of meer. “De afrijping zal hierdoor gestaag voortgaan”, waarschuwt Gert Van de Ven. “Het ideale hakselmoment kan er bijgevolg snel aankomen. Check niet alleen de LCV-berichten, maar controleer zeker tijdig je percelen en leg desgevallend de loonwerker al vast. Overrijpe maïs voorkomen is immers de boodschap!”

Anne Vandenbosch

Lees ook in Maïs

Automatische onkruidherkenning van knolcyperus

Maïs Kan artificiële intelligentie (AI) landbouwers helpen in de strijd tegen een van de hardnekkigste onkruiden? Wat een vijftal jaren geleden nog toekomstmuziek leek, krijgt vandaag steeds meer vorm op het veld. Met behulp van drones en slimme beeldanalyse werken praktijkcentra en onderzoeksinstellingen aan een systeem dat knolcyperus automatisch detecteert. Hoe robuust is die technologie?
Meer artikelen bekijken