Startpagina Maïs

Eerste cijfers van LCV-netwerk wijzen op snelle afrijping

De eerste maïs zit ondertussen al onder zeil en her en der in Vlaanderen wordt al gehakseld. Vooral kolfloze maïs wordt geoogst, maar ook normaal ontwikkelde maïs begint op verschillende plaatsen snel te verdrogen. Met opnieuw enkele zomerse dagen voor de boeg kan de afrijping snel verdergaan. Percelen tijdig controleren en, waar nodig, de loonwerker vastleggen, is dan ook de boodschap.

Leestijd : 2 min

Op donderdag 6 augustus werden op 11 verschillende locaties in Vlaanderen maïsmonsters genomen voor het netwerk waar wekelijks de afrijping van 5 rassen maïs wordt opgevolgd (tabel 1).

33-3554-LCV-web

Nu al gemiddeld 25,3% DS

Gemiddeld genomen bedraagt het drogestofpercentage 25,3% over alle locaties heen. Het ultravroege P7179 is het verst gevorderd, met over alle locaties heen een drogestofpercentage van 29%.

Het ultravroege P7179 ras is over alle locaties heen het verst gevorderd.
Het ultravroege P7179 ras is over alle locaties heen het verst gevorderd. - Foto: Hooibeekhoeve

Het zeer vroege ras KWS Curacao laat een drogestofpercentage van 25,4% optekenen. Voor het vroege ras LG32257 en het halfvroege ras SY Remco hebben we respectievelijk 25,8% en 23,5% droge stof gemeten. Het latere ras SY Freyja heeft over alle locaties heen een waarde van 22,9% DS.

Drogestofpercentage neemt snel toe

Als we naar de locaties afzonderlijk kijken, dan worden op de locatie Sint-Niklaas de hoogste drogestofgehaltes genoteerd. Opvallend op deze locatie is dat het halfvroege ras SY Remco een hoger drogestofpercentage laat zien dat het ultravroege ras P7179. De perceels- en groeicondities kunnen, naast de vroegheid van een ras, ook een invloed hebben op de afrijping.

Op de locaties Geel, Langemark-Poelkapelle en Retie werd er de voorgaande week al een meting uitgevoerd. Deze 3 locaties laten een stijging van 5,5% zien. Over meerdere jaren gezien lijkt de afrijping in 2026 een zelfde lijn als in 2022 en 2025 te volgen. Rekening houdend met de zomerse weersomstandigheden mogen we ervan uitgaan dat het oogstmoment van de vroegste rassen nadert, maar de grote verschillen tussen percelen maken een individuele perceelscontrole noodzakelijk.

Goede ontwikkeling na beregening

De locaties in Noord-Limburg, die normaal gezien bij de vroegste locaties horen, laten nu de laagste cijfers zien. De locatie Achel is een beregend perceel dat zeer goed ontwikkeld is. Hier is het oogstmoment – zelfs voor de vroegste variëteiten – pas voor binnen enkele weken, gerekend met een gemiddelde stijging van 5% per week.

Goede maïs op de locatie in Achel.
Goede maïs op de locatie in Achel. - Foto: PVL

Oogst kolfloze maïs

De locatie Bocholt laat vergelijkbare cijfers zien, maar het is een perceel dat geleden heeft onder de storm van 27-28 juni. Het staat er verdroogd bij zonder kolf. Deze mais rijpt niet af, maar verdroogt verder. Metingen op de Hooibeekhoeve van kolfloze mais op een praktijkperceel laten ook een stijging in droge stof van 5% per week zien.

Zoals in het artikel van 6 augustus al aangehaald, heeft het geen zin om zulke mais zonder kolf nog lang te laten staan. Bij een drogestofpercentage van ongeveer 28%-30% kan deze geoogst worden, weliswaar met de nodige aandacht voor het inkuilen en voor sapverliezen.

Het Landbouwcentrum Voedergewassen (LCV) biedt op haar website ook een informatieblad aan om de inschatting van de afrijping te maken.

Voor LCV: Gert Van de Ven (Hooibeekhoeve)

Lees ook in Maïs

Droogkosten wegen zwaarder door

Granen De gemiddelde droogkosten voor granen zijn over de gehele lijn gestegen tegenover vorig jaar. Dat blijkt uit de ontvangstvoorwaarden voor inlandse granen van de oogst 2026, die recent werden gepubliceerd door sectororganisatie Fegra.
Meer artikelen bekijken