Let op voor de gevaren bij het inkuilen van niet-bevruchte maïs
Dit jaar hebben heel wat maïspercelen te lijden gehad onder droogte of hoge temperaturen tijdens de kritieke bloeiperiode. Dat resulteerde in planten die weinig of niet bevrucht zijn. Vaak ontbreken de kolven of zijn ze nauwelijks gevuld. Naast het verlies aan opbrengst en energiewaarde houdt dit type maïs specifieke risico’s in.

Zonder een ontwikkelde kolf blijft de nog deels groene plant stikstof uit de bodem opnemen zonder die om te zetten in eiwitten. Richard Lambert en Sébastien Crémer, onderzoekers van het Centre de Michamps Earth and Life Institute van UCLouvain wijzen erop dat de nitraten zich ophopen in de weefsels, vooral in het onderste deel van de stengel. Dit verschijnsel is sterker op percelen die veel stikstof hebben gekregen. Het risico kan bovendien nog toenemen na een regenbui die volgt op een droogteperiode. De plant neemt dan opnieuw actief stikstof op, terwijl ze haar vermogen om nitraten om te zetten nog niet volledig heeft hersteld.
Risico voor het vee
Het gevaar is niet onschuldig. In de pens worden nitraten omgezet in nitrieten. Die komen in het bloed terecht en oxideren hemoglobine tot methemoglobine, dat geen zuurstof meer kan transporteren. Het dier kan daardoor een snelle en moeizame ademhaling, abnormaal donkere slijmvliezen, zwakte en een productiedaling vertonen. Bij drachtige dieren kan het zelfs tot abortus leiden, aangezien zij gevoeliger zijn voor dit risico.

In ernstige gevallen kan de vergiftiging dodelijk zijn, soms al binnen enkele uren. Het gaat om een veterinaire urgentie. Er bestaat een tegengif (methyleenblauw, intraveneus toe te dienen), maar dit moet tijdig door een dierenarts worden toegediend.
De oogst veiligstellen
Lambert en Crémer formuleren daarom enkele eenvoudige maatregelen die helpen om de oogst veiliger te maken voor het vee.
Zo is het aangewezen om de maïs 15 tot 20 cm hoger af te maaien. Nitraat hoopt zich vooral op in het onderste deel van de stengel, dat op die manier op het veld achterblijft.
Daarnaast kan men het inkuilen 3 tot 5 dagen uitstellen na een regenbui die volgt op een droogteperiode. Zo krijgt de nitraatpiek de tijd om opnieuw af te nemen.
Een derde advies is om minstens 3 weken te wachten voordat de kuil wordt geopend. Tijdens het fermentatieproces wordt het nitraatgehalte immers op natuurlijke wijze sterk verlaagd.
Sowieso bevelen ze aan om vóór de eerste vervoedering een staal te laten analyseren. Dat is de enige betrouwbare manier om het werkelijke nitraatgehalte in de kuil te kennen. Als het gehalte nog te hoog is, kan de risicopartij worden verdund met een ander voedermiddel en vervolgens geleidelijk in het rantsoen worden opgenomen. Verdachte, nitraatrijke maïs mag nooit vers worden vervoederd: zonder fermentatie vindt er immers geen afbraak van nitraten plaats.
Ten slotte moet ook aandacht worden besteed aan het drinkwater. Een wateranalyse maakt het mogelijk om de nitraatconcentratie te bepalen.
Let op voor gevaarlijke gassen
Een ander gevaar in dat verband is vaak minder bekend: nitraatrijke maïs kan tijdens de fermentatie stikstofdioxide (NO₂) produceren. Dit is een oranjekleurig tot roodbruin gas met een prikkelende geur die doet denken aan bleekwater. Dit gas is zwaarder dan lucht en kan zich ophopen in de buurt van het snijvlak van de kuil, in laaggelegen delen van de kuil of in gebouwen in de onmiddellijke omgeving van de silo. Vooral bij windstil weer is het risico groot. Het gevaar kan 2 tot 3 weken aanhouden.
NO2 is bijzonder verraderlijk. De aanvankelijke irritatie van de luchtwegen kan lijken af te nemen, maar 12 tot 72 uur later kan zich plots een longoedeem ontwikkelen. Blijf daarom beter niet in de buurt van een recent gevulde kuil. Bij irritatie van de luchtwegen, zelfs als die slechts tijdelijk lijkt te zijn, raadpleeg je het best onmiddellijk een arts.
Broei vermijden
Gert Van de Ven van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) wijst er ook op dat bij het inkuilen van te droge mais vaak meer lucht in de kuil terechtkomt. Daardoor neemt het risico op broei aanzienlijk toe. “Broei bij maïskuilen moet je vermijden, omdat dit leidt tot afbraak van waardevolle voedingsstoffen, een lagere voederwaarde en een lagere opname, met daarbovenop een verhoogd risico op mycotoxinen.” Bij het inkuilen van te natte mais (een drogestofpercentage lager dan 30%) treden er dan sapverliezen op. Enerzijds is er dan verlies aan voederwaarde, anderzijds dient er aandacht besteed te worden aan de opvang ervan, om uitspoeling naar de omgeving te vermijden.





