Startpagina Akkerbouw

Proefbedrijf voor biologische landbouw is heel inspirerend

Het proefbedrijf voor biologische landbouw van Inagro bestaat dit jaar 25 jaar. Op een kwarteeuw groeide een gedurfd initiatief prachtig uit en bewees het zijn kunnen en zijn relevantie.

Leestijd : 8 min

Adviseur biologische landbouw bij Inagro, Lieven Delanote, was er van in den beginne bij en is de geknipte man om ons bij te praten over de voorbije 25 jaar en om een blik op de toekomst te werpen.

Kun je ons even 25 jaar mee terug in de tijd nemen? Hoe zag het biologisch landbouwonderzoek in Beitem (Roeselare) er toen uit?

Half jaren 90 werden de eerste biologische proeven in granen uitgevoerd. In 1996 is er een 5B-project geweest over biologische landbouw in de Westhoek. Dat is zo een beetje de start geweest van onderzoek rond biolandbouw bij Inagro (voorheen POVLT). In 1998 is dan het PCBT, het interprovinciaal proefcentrum voor biologische teelt opgericht.

In welke context kwam het idee voor een biologisch proefbedrijf tot stand?

De toenmalige directeur, André Calus, en West-Vlaams gedeputeerde voor landbouw Gerard Naeyaert waren de gangmakers hiervoor. Er leefde van in den beginne het idee dat, als we onderzoek naar biologische landbouw goed willen doen, dat daar dan een proefbedrijf met eigen akkers voor nodig is.

Visie gevormd met aandacht voor teeltrotatie

Kon dit makkelijk gerealiseerd worden?

Er zijn verschillende pistes en locaties onderzocht. We zijn ooit in het Kortrijkse gaan kijken naar een site, maar er diende zich uiteindelijk een andere unieke opportuniteit aan. Er ging een landbouwer die een boerderij had naast het proefcentrum in Beitem op pensioen. Hij verkocht dus zijn hoeve en landerijen. In 2001 werd dit aangekocht. Dat is eigenlijk een heel mooi feit geweest, zonder dat we het toen al goed beseften. De biologische afdeling is buur van het gangbare landbouwonderzoek én onderdeel van Inagro. Zo kunnen we ook makkelijk elkaars accommodatie, machines, personeel… uitwisselen. De collega’s zitten vlakbij om kennis te delen, dat is belangrijk. Ik noem ons samen en toch apart tegelijk. Belangrijk is dat het biologische proefbedrijf voor de praktijk herkenbaar is en niet ergens achter verscholen ligt. Het mag zeker gezegd worden dat de heren Calus en Naeyaert hun verdienste hebben. Zij hebben hun nek uitgestoken om biologische landbouw een gezicht te geven. Ook politiek gezien was dat geen evidentie. De biologische landbouwsector was toen veel kleiner dan nu. Het was ook niet de bedoeling om de gangbare landbouw de hele tijd in vraag te stellen. Ik denk dat er zelfs van daaruit waardering is gekomen naar ons.

Het is belangrijk dat het biologisch proefbedrijf en zijn akkers voor de praktijk herkenbaar zijn en niet ergens verscholen liggen.
Het is belangrijk dat het biologisch proefbedrijf en zijn akkers voor de praktijk herkenbaar zijn en niet ergens verscholen liggen. - Foto: TD

Hoe verliep de opstart van het biologische proefbedrijf?

Heel aangenaam was dat we ons bedrijf en eigen terreinen hadden als startbasis. Vervolgens hebben we de visievorming voor het proefbedrijf uitgebouwd. We zijn hiervoor met enkele medewerkers en biotelers naar Nederland gaan kijken hoe ze het daar aanpakten. Bovendien hebben we onze raad van bestuur en zetelen er biologische landbouwers in onze adviesraad. Samen zijn we vrij snel tot een consensus gekomen over de visie van het proefbedrijf en dat vormt vandaag nog altijd de basis van het bedrijf. Heel belangrijk was dat het proefbedrijf representatief moest zijn voor zijn omgeving. Akkerbouw- en groenteteelten zijn belangrijk voor West-Vlaanderen en voor Inagro. Dat was dus een evidentie om ze te hebben. Vrij snel werd duidelijk dat het ideaalbeeld van een gemengd bedrijf niet haalbaar was. Je zit immers op een bedrijfsomvang van 12 ha, daar nog vee bij nemen zou niet realistisch zijn én geen representatief praktijkonderzoek betekenen. We werken wel samen met biologische veehouders. Zij krijgen onze ruwvoeders, wij krijgen hun dierlijke mest. Van bij de start hebben we ingezet op teeltrotatie. We wisten direct dat dit heel belangrijk was. We hebben al onze percelen ongeveer de omvang van 1 ha gegeven en hebben een rotatie van 1 op 6. In principe starten we met een graangewas, afhankelijk van de onderzoeksvraag is dit zomer- of wintergraan, tarwe of gerst, triticale, mengteelt… Na granen komt er een koolgewas, opnieuw in functie van de vragen die zich aandienen vanuit de sector: bloemkool, broccoli, sluitkool, spruitkool… Daarna komen er aardappelen, gevolgd door grasklaver. De klaver bindt de stikstof in de bodem en grasklaver is een mooi rustgewas. Dan komt er prei en vervolgens wortelen of knolselder. Telkens een rustgewas gevolgd door 2 ‘cashcrops’ dus.

Evoluties en markante feiten

Kan je enkele markante evoluties noemen die het proefbedrijf voor biologische landbouw kende in die 25 jaar?

Een heel belangrijke investering is deze in accommodatie geweest. We startten in de gebouwen van de oude boerderij, maar zijn doorheen de jaren mee geëvolueerd. De eerste 10 jaar hebben we ons kunnen bewijzen in het veld. Zo hebben we ook ‘krediet’ kunnen opbouwen, omdat we toonden dat het kon. Inagro en de provincie West-Vlaanderen zagen dat ook, ze gaven ons vertrouwen, waardoor we verdere stappen konden zetten en waardoor er investeringen kwamen. Niet enkel het personeelsbestand groeide. We zijn gestart met een tweetal onderzoekers en een technieker. Later kwam er een bedrijfsleider bij. Er werd geïnvesteerd in een loods, later in een nieuwe bedrijfswoning en in een tweede loods… Ik ben ervan overtuigd dat het proefbedrijf een meerwaarde heeft. Soms wordt dat in vraag gesteld, maar ik denk dat we een mooie combinatie brengen van kennis uit onderzoek en praktijkervaring. Iedere dag zijn er medewerkers op het praktijkbedrijf, ieder moment wordt beleefd. Een andere mooie evolutie is de bodembewerking. Als we gestart zijn in 2001 was ploegen de norm, er was zelfs geen ander materiaal beschikbaar, er was zelfs geen kennis over ploegloze teelttechniek. We zijn vrij snel tegen een aantal problemen aangelopen in het veld die we niet konden herleiden naar ras of bemesting, maar waarvan bodembewerking de oorzaak bleek te zijn. Onze stal- of drijfmest werd ondergeploegd en de toplaag werd vastgereden bij de zaaibedbereiding. Onze biologische gewassen hebben moeite om door een verdichte laag te komen en diep naar voedingsstoffen te zoeken. In de gangbare landbouw kan dit opgelost worden door kunstmest te strooien bovenop, deze mogelijkheid hebben we niet in de biolandbouw. Heel snel waren we ons dus bewust van het belang van een goede bodem.

Het proefbedrijf heeft een duidelijke meerwaarde

Ik denk dat ook de komst van een RTK-gps een markant feit geweest zal zijn?

Klopt. Ongeveer rond 2010 is de eerste RTK-gps aangekocht op Inagro. Wij waren toen een van de eersten dat dit hadden, bij de pioniers in Vlaanderen. We hebben dan de tractor voor de rotoreg op smalle wielen gezet, zodat later de plantmachine in exact hetzelfde spoor kon rijden. Dit was direct al een verbetering, de planten hadden minder te kampen met bodemverdichting. In 2016 hebben we dan nog een belangrijke stap gezet, of verschillende stappen zelfs. We zijn dat jaar gaan inzetten op niet-kerende bodembewerking. Er kwamen wetenschappelijke resultaten beschikbaar die toch wezen op voordelen door deze techniek met minder erosie en meer bodemkwaliteit. Ook enkele bioboeren hadden al ingezet of hadden interesse in niet-kerende grondbewerking. In Nederland maakten we vervolgens kennis met het vaste rijpadensysteem, waarbij de tractor telkenmale bij iedere veldbewerking door hetzelfde spoor rijdt. Dat alles zijn we dan ook hier gaan toepassen met de aankoop van een nieuwe tractor in 2016 die een spoorbreedte heeft van 3 m. Vaste rijpaden is wel ietwat relatief gezien. Als de klassieke rooimachine komt, rijdt deze toch vollevelds. Maar wij zien duidelijk een meerwaarde aan het systeem dat we hebben uitgewerkt. In diezelfde periode zagen we heel wat meerwaarde in groenbedekkers. Ook dat is geëvolueerd, nu maken we volop gebruik van complexe mengsels, waar we in het begin inzetten op enkelvoudige componenten. De combinatie van niet-kerende grondbewerking, vaste rijpaden en complexe groenbemesters heeft ervoor gezorgd dat onze bodem een positieve evolutie heeft doorgemaakt.

De precisiecultivator speelt voor Lieven Delanote een sleutelrol bij de bodembewerking.
De precisiecultivator speelt voor Lieven Delanote een sleutelrol bij de bodembewerking. - Foto: TD

Heel het systeem bekijken

Welke machine gebruiken jullie dan voor de hoofdgrondbewerking?

Een cultivator met gebogen tanden (type Michel-tanden), maar eigenlijk is dit het punt niet. We bekijken het volledige systeem en daarin speelt ook de precisiecultivator een sleutelrol voor mij. In het voorjaar kan je daarmee heel oppervlakkig de wortels van groenbemesters, winteronkruiden of andere gewasresten lossnijden. Tot het moment van zaaien of planten probeer ik niet dieper dan 5 cm diep de bodem te bewerken. Door minder diep te werken, heb je minder grove kluiten en maak je bovenop een ‘isolatielaag’, die de waterverdamping vanuit de ondergrond stopt of minder groot maakt. Op het moment dat we willen planten, zelf in juni, hebben we zo nog mooie, vochtige grond. Onze teeltrotatie, waar ik daarnet over sprak, helpt ons met het slagen van de bodembewerking. Voor mij is het succes niet afhankelijk van één machine of ingreep, maar is het een en-enverhaal van bodembewerking, groenbemesters, berijding en geen kunstmest gebruiken, want chemie verstoort je bodemleven vind ik.

Wat is voor jou de grootste innovatie geweest de laatste 25 jaar?

De precisiewiedeg! Daar kan zelfs de hoogtechnologische cameragestuurde wiedeg niet tegenop, die uiteraard ook wel belangrijk is. Ook onze bedrijfsleider zegt het: die precisiewiedeg moet blijven. Ons proefbedrijf heeft als een van de eerste ervaring kunnen opdoen met de precisiewiedeg. Door die ervaringen te communiceren, hebben biologische landbouwers hun bedrijfsvoering kunnen verbeteren en ook gangbare landbouwers zijn erdoor geïnspireerd. Dat vind ik het mooie aan ons proefbedrijf: ervaring en kennis genereren en die delen, samen met de kruisbestuiving die ontstaat tussen gangbare en biologische landbouwers. Het proefbedrijf is heel inspirerend.

Toekomst

Samenwerking en kennisdeling is heel belangrijk voor landbouwers merk ik, zeker in bio.

Sowieso! Ik denk dat een praktijkcentrum of proefbedrijf zonder kennisdeling geen bestaansrecht heeft. Kennisdeling gaat voor mij in verschillende richtingen of kan op diverse vlakken uiting krijgen. Op ons proefbedrijf organiseren we jaarlijks 2 biovelddagen, eentje in juni en eentje in oktober. Iedereen met interesse in ons werk is daar welkom, zowel biologische als gangbare telers als landbouwers die misschien willen omschakelen. Daarnaast hebben we nieuwsbrieven en sinds de coronapandemie zijn we met de vlog ‘Bio@Inagro’ gestart.

Wat mag de toekomst nog brengen voor het praktijkcentrum?

Een hart voor de biologische landbouw. We hebben de voorbije 25 jaar aangetoond dat biologische landbouw zijn bestaansrecht heeft. Ik hoop dat biologische landbouw door beleid en consument omarmd wordt en op die manier een stuk perspectief geeft aan meer biologische landbouwers in Vlaanderen, zodat we als sector kunnen groeien. We merken dat de onkruidbestrijding op dit moment een enorme impact ondervindt van de mogelijkheden die artificiële intelligentie biedt. De voorbije 25 jaar was de precisiewiedeg de grote gamechanger als ik terugkijk. Die blijft ook de komende 25 jaar voor mij de basismachine. AI wordt de gamechanger voor de komende 25 jaar, al zullen we ook moeten nadenken hoe we ons organiseren om de investering haalbaar te maken. In de toekomst zullen er meer loonwerkers of samenwerkingsverbanden in de biologische sector ontstaan om bijvoorbeeld in-row wieders of onkruidrobots rendabel in te zetten. Zeker in ‘moeilijke’ teelten zoals wortelen en uien, verwacht ik veel van deze techniek. We zijn nu al onder de indruk van de mogelijkheden van wiedrobots en dat wordt naar mijn verwachting de komende jaren enkel beter. In de toekomst zal nog meer kennis over de bodem, ziekten, plagen aangewezen zijn om de interactie in zijn geheel beter te snappen en te sturen. Zo kunnen we stappen vooruitzetten om met een betere bodem, betere gewassen te produceren. Ik verwacht in de toekomst nog veel van biologische gewasbescherming. Zo kunnen we het teeltsysteem versterken. Er wordt daar momenteel aanzienlijke progressie gemaakt in de verschillende deeldomeinen, zoals onkruidbestrijding en ziektebeheersing. Het mooie van biologische landbouw is dat idealiter al die verschillende benaderingen samenkomen in een systeemgerichte aanpak. We worden alleen maar slimmer en naarmate we slimmer worden, wordt biologische landbouw alleen maar logisch. Mooie woorden om mee af te sluiten.

Tim Decoster

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken