Rik Delameilleure: “Groenten kunnen beregenen is een luxe geworden”
Groenteteler Rik Delameilleure levert zijn bloemkolen, prei en kropsla aan REO. Hij is voorzitter van de landbouwwatercoöperatie Inero. 53 landbouwers-vennoten van deze coöperatie hergebruiken gezuiverd afvalwater van diepvriesbedrijf Ardo voor hun gewassen. “Zeker in periodes zoals de huidige droogte is het essentieel dat we onze bloemkolen kunnen beregenen”, stelt Rik.

Rik (53) en zijn echtgenote Pascale Vandromme (58) hebben 4 dochters, waarvan de oudste 28 en de jongste 18 jaar is. Geen van de dochters heeft interesse om het bedrijf op termijn voort te zetten. Riks ouders hadden een glastuinbouwbedrijf en toen zij met pensioen gingen, nam zijn broer Chris het over. “Zelf ben ik in 1994 gestart met de teelt van bloemkool”, start Rik zijn verhaal. “Drie jaar later konden we het bedrijf van een buurman overnemen. We telen nu bloemkool als hoofdteelt (7 ha), en verder nog prei (2,5 ha) en een klein beetje kropsla in de serre (1.500 m2), allemaal uitsluitend voor de versmarkt.
Goede combinatie
De bloemkooloogst start begin mei en loopt in 2 teelten door tot half december. “Na de ronde krop-sla telen we in het voorjaar bloemkool. Daardoor hebben we bloemkool vanaf 1 mei in de serre en vanaf half mei starten we ook in openlucht met bloemkool”, vervolgt Rik. “Voor ons is dat zo goed te combineren. Pascale werkt voltijds mee, maar we hebben geen personeel.” Een uitbreiding van het bedrijf zit er niet in. “Integendeel, we bekijken of we onze productie iets kunnen terugschroeven. Onze dochters of hun vriendjes hebben geen interesse om het bedrijf over te nemen. Mijn vader komt nog elke dag helpen, maar hij wordt 85, dus heel intensief is dat niet meer.”
Verschil in oogstmachines
Rik brengt zijn geoogste groenten 3 keer per week naar REO. Dat is misschien een beetje vreemd, want groentediepvriesbedrijf Ardo ligt op een steenworp van zijn bedrijf. “Als je aan de industrie wil leveren, moet je een andere oogstmachine hebben om bloemkolen te oogsten. Die worden op de machine al in roosjes gesneden, terwijl wij de kolen nog handmatig oogsten, ze op een oogstband leggen, en daarna volledig (met blad aan) in kratten leggen voor de veiling”, verklaart Rik zijn afzetkeuze.
Van waterput naar waterbekken
Voor Ardo zijn waterbekken bouwde, gebruikte Rik water uit een waterput van 400 m3 water op zijn bedrijf. Verder huurde hij een open put van 3.000 m3. “Maar bij een droogte was dat steeds een probleem. Dan moest ik water uit het nabijgelegen spaarbekken overpompen naar de put en dan nog eens verpompen om te beregenen. Maar als dat spaarbekken leeg was, stond ik met mijn handen in het haar. Dat heb ik meermaals meegemaakt. Dan liet ik water aanvoeren, maar dat kost stukken van mensen. In 2017 hebben we water laten aanvoeren op percelen vlak bij het spaarbekken. We konden net het water betalen. Het jaar nadien zaten we terug zonder water. Dat kostte toen 4 euro/m3. Een loonwerker ging dat dan in Bavikhove halen uit de Leie. Hij bracht dat dan naar mijn put, waarna ik het moest oppompen om te beregenen. Dat was vrij omslachtig. Sinds we aangesloten zijn op het waterbekken van Ardo, hebben we niet veel water moeten laten aanvoeren door de loonwerker.”
Gelukkig voor Rik en heel wat andere landbouwers viel er in 2018 een geschenk uit de hemel, toen Ardo in samenwerking met lokale landbouwers startte met de aanleg van een waterbekken en van leidingen naar de diverse percelen van de landbouwers. Het idee voor dat bekken was al in 2011 ontstaan bij de familie Haspeslagh, eigenaars van Ardo. “Net als nu was het toen een droge zomer, waardoor de omliggende landbouwers van de diepvriesfabriek een groot tekort aan beschikbaar water hadden om hun teelten te irrigeren in de zomer”, legt Ignace Kint, investerings- en milieumanager bij Ardo, uit. “We produceren bijna het jaar rond, en hebben daarbij gezuiverd afvalwater beschikbaar dat we maximaal hergebruiken in de fabriek. Maar het teveel loosden we het jaar rond als oppervlaktewater, dat naar de zee stroomde. Dat vonden we niet logisch, omdat we wisten dat er 1 tot 3 maanden per jaar een groot tekort aan irrigatiewater is.”
Van haalbaarheidsstudie tot circulair project
Ardo schakelde een aantal partijen in om het probleem samen met hen te onderzoeken, omdat het bedrijf geen ervaring had met het ontwerpen van zo’n leidingnetwerk: Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa), sinds begin 2025 omgedoopt tot VITO Kennispunt Water), Inagro, Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) West-Vlaanderen en de Watergroep. “We hebben toen een haalbaarheidsstudie uitgevoerd, en zonder steun was de bouw van zo’n waterbekken moeilijk realiseerbaar”, vervolgt Kint. “We kwamen toen aan een waterprijs van meer dan 2 euro/m3 voor de landbouwers. We hebben toen ook een kleine informatieronde bij de landbouwers gedaan, maar zij vonden die prijs economisch niet verantwoord.”
Het project bleef daarna enkele jaren in de kast liggen, tot in 2016 bleek dat er vanuit Europa Interreg V-steun mogelijk was voor circulaire projecten. Ardo tekende daarop in, samen met de Nederlandse brouwerij Bavaria. “We voerden een enquête uit bij de landbouwers naar hun interesse. Als je 60% steun krijgt, daalt je waterprijs van meer dan 2 euro/m3 naar minder dan 1 euro/m3 , waardoor het plots interessant werd voor hen. Daarna begon het complexe vergunningstraject. Het was het begin van het digitale omgevingsloket, met wat kinderziekten in het begin. Een irrigatieproject van meer dan 100 ha is in Vlaanderen MER-plichtig. Voor de aanleg van het bekken van meer dan 5.000 m² was er ook een archeologieonderzoek nodig.”

Statuut van het water
Daarna volgde een moeilijke discussie met de overheidsinstanties over het statuut van het water. “De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) hanteerde het principe ‘Eens afvalwater, altijd afvalwater’. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zorgde toen voor een oplossing door het water als meststof te beschouwen”, zegt Kint. “Vanuit OVAM kregen we daar een Grondstoffenverklaring voor. Vanuit onze fabriek pompen we ons gezuiverd afvalwater in het bekken. We voeren uitgebreide analyses uit op het water en analyseren ook de landbouwkundige waarde, die we moeten aangeven aan de Mestbank. Intussen beslisten de overheden dat ze voor gezuiverd afvalwater (effluent) geen Grondstoffenverklaring meer verlenen, maar een watertoelating. Die hebben we aangevraagd bij de VMM en hebben we half juni verkregen, na de uitvoering van een uitgebreid analysepakket. Onze hoofdbron is stadswater dat we ontharden met behulp van nanofiltratie om te kunnen gebruiken in onze productie. Daarnaast hebben we ook nog een groot regenwaterbekken. Dat gebruiken we als waterbron voor de verdampingscondensors. Verder hebben we nog een tank met gezuiverd effluent dat we gebruiken om de eerste wassing van de groenten te doen en vloeren van de fabriek te kuisen. Het water gebruiken we dus 2 keer in de fabriek, en het teveel dat we dan hebben, kan worden gebruikt voor irrigatie.”
Zekerheid rond groenteproductie
Ardo schreef een 50-tal landbouwers in de regio aan met de melding dat er een infovergadering rond de aanleg van een waterbekken zou worden georganiseerd. Overigens is Rik niet de enige groenteteler die water uit het bekken van Ardo gebruikt en levert aan de versmarkt via REO. De diepvriesgigant vindt de zekerheid rond groenteproductie in de regio zeer belangrijk. De aanleg van het waterbekken en van de bijbehorende leidingen vond plaats in 2018 en 2019. “Ik was het proefkonijn”, lacht Rik. “Het water wordt vanuit het pomplokaal via de leidingen naar de diverse percelen gestuurd. Het arriveert op de hoek van mijn perceel met een druk van 10 bar. Een persoonlijke debietmeter houdt het debiet bij. Elke dag wordt de meterstand doorgegeven en kan je in een app zien hoeveel water je nog beschikbaar hebt om te beregenen.”
Water reserveren
Landbouwers moeten in april het water dat ze willen betrekken uit het bekken reserveren. Ze betalen een voorschot van 300 euro voor 900 m3. Dat komt op 33 cent/m3 en dan komt er nog 47 cent/m3 bij tijdens het gebruik. Neem je er het bonuswater bij, dan kost dat 1,20 euro/m3. Dan is het water beschikbaar en kunnen ze het gebruiken wanneer ze willen. “Reserveer je geen water, dan kan je maar na 1 augustus – als er een overschot is – water krijgen. Dit jaar is er door het lek (n.v.d.r. zie kaderstuk hieronder) geen water over, dus mensen die niet gereserveerd hebben, kunnen momenteel geen water krijgen. Sommige telers gokten erop om na 1 augustus water te betrekken; zij gokten fout.”
Onlangs kwam het bestuur van coöperatie Inero weer samen. Er werd beslist dat de leden die in april water gereserveerd hadden, een klein percentage water konden bij krijgen. Maar dat is lang niet het volume van de vorige jaren. Rik denkt dat aardappeltelers deze zomer zo goed als niet zullen beregenen, zeker niet als ze op voorhand geen water hebben gereserveerd.
Bloemkool heeft water nodig
“Bloemkolen die we beginnen te oogsten krijgen minimum zo’n 30 l water/m2/week; ze kunnen niet zonder water. Bij prei zijn we spaarzamer. Prei kan beter tegen de droogte. Hij zal wel dunner dan gewoonlijk zijn en last hebben van tripsaantasting, maar zal toch fors groeien. Als bloemkolen geen water krijgen, ontwikkelen ze geen blad en heb je geen mooie kool. Het heeft dus voorrang op het water. De eerstvolgende 14 dagen zou er nog geen regen van betekenis vallen. Om spaarzaam om te gaan met het water, werken we met kleine beregeningsbeurten van maximum 20 l/m2. Meer hoeft niet, anders stroomt het water van het land af.”
Door de droogte neemt de kwaliteit van het water in niet-bevaarbare waterlopen zoals beken snel af, met soms blauwalgenvorming tot gevolg. Sowieso heerst er in vrijwel alle provincies een captatieverbod, dus water uit beken oppompen is ook geen realistische optie. Er is ook schade mogelijk door de zoutconcentratie.

25 km buizen
Vorig jaar breidde het Inero-netwerk uit met 700 lopende meter leiding, die werd bijgelegd voor een 20-tal ha. Een zestal landbouwers bekostigden samen alle werken om water tot op hun percelen te krijgen. Inmiddels bedraagt het Inero-netwerk al 620 ha, 25 km ondergrondse leidingen en 156 aftakpunten. “We hebben nu een probleem met de koppeling, dat we proberen te verhelpen door in plaats van aluminium te kiezen voor inox. Aluminium oxideert door het water en lost op, inox niet.”
Ergonomisch slechte teelt
Bloemkool is best een lastige teelt. “Zeker voor je rug als je handmatig oogst. Daarom zouden we de volgende jaren graag iets afbouwen. We hebben tenslotte een familiebedrijf, we moeten het redden met de hulp van mijn vader, mijn broer en soms onze dochters die helpen bij de oogst”, besluit Rik.





