Startpagina Actueel

Aardbeienteelster Danielle Vigoureux: “Samen zetten we zijn droom verder”

Dertig jaar geleden stampten Frederik Leplat en zijn vrouw Danielle Vigoureux vanuit het niets een aardbeienbedrijf uit de grond in Oplinter bij Tienen. Vandaag bouwt Danielle samen met haar 3 dochters verder aan wat Frederiks droom was, maar intussen hun passie is geworden.

Leestijd : 7 min

Ook nu, wanneer het aardbeienseizoen voorbij is, word je bij Aardbeien Leplat ontvangen in een zee van kleur. De bloemenpluktuin staat immers in volle bloei en het pompoenenveldje doet het goed. Ik ben blij met de hartelijke ontvangst van Danielle (DV) en dochter Laura (LL), hier in mijn geboortedorp.

Start vanaf nul

Danielle, jij runt het aardbeienbedrijf. Was landbouw altijd al jouw passie?

DV: Het was nooit mijn plan om landbouwer te worden, maar ik had wel interesse voor de sector. Omdat mijn interesse in de sector wel aanwezig was, besloot ik aan de PIBO-landbouwschool in Tongeren te gaan studeren. Hier leerde ik mijn man Frederik kennen. Ook hij was niet van boerenafkomst, maar voelde wel een enorme passie om zelf landbouwer te worden.

Niet evident om een bedrijf uit te bouwen als je van nul moet starten?

DV: Zeker niet, er was niets om ons op te baseren. Ik besloot om buitenshuis te gaan werken, terwijl Frederik voluit ging voor een eigen bedrijf. Tomaten was een te grote investering, maar aardbeien leek ons haalbaar. We konden een stukje grond kopen voor een serre van 30 a, maar het duurde enkele jaren voor de vergunning in orde was. In 1995 konden we dan echt van start gaan. Dat is ook het jaar waarin ik zwanger was van onze oudste dochter Sarah. Het was dus best een pittige periode.

Leren over aardbeienteelt

Hoe heb je die beginjaren als nieuwelingen in de aardbeiensector ervaren?

DV: We waren jong en onervaren en hadden niemand om de stiel van te leren. Er is dus veel leergeld betaald. Gelukkig konden we op heel wat hulp rekenen van Frederiks mama. Zij hebben samen eigenlijk heel die opstart in goede banen geleid. Ik ben blijven werken, maar ben Frederik wel gevolgd in zijn droom. De lening gingen we samen aan en ik hielp waar ik kon, maar het dagelijkse management was voor hem.

Hoe zag de bedrijfsplanning er toen uit?

DV: We hadden toen bijna het hele jaar door aardbeien, namelijk van april tot Nieuwjaar. We hadden naast de serre immers ook aardbeien in tunnels en vollegrond. We stookten de serre warm om de productie optimaal te laten verlopen en deden veel beroep op seizoensarbeiders. Na een jaar of 6 stopten we met de tunnel- en vollegrondsaardbeien, omdat het te moeilijk werd om mensen te vinden die op hun knieën wilden werken. In de beginjaren kweekten we ons eigen plantgoed, maar ook daar zijn we van afgestapt.

Veel uitdagingen, eigen aanpak

Vandaag staat Frederik niet meer aan het hoofd van het bedrijf, maar heb jij dit overgenomen.

DV: Mijn man kreeg zo’n 16 jaar geleden heel onverwacht een zwaar medisch probleem, waardoor hij uitviel en blijvend verzorging nodig heeft. Ook communicatie met hem viel weg. Dit was uiteraard een heel zware periode voor ons gezin. Van de ene dag op de andere stond ik er alleen voor. Ik moest plots zelf het bedrijf beredderen, in combinatie met de zorg voor 3 kinderen. Het bedrijf stopzetten en verkopen was voor mij geen optie, omdat de medische toestand en toekomstmogelijkheden van Frederik onduidelijk waren. Ik wilde ook de kinderen niet nog meer van hun vertrouwde leven wegnemen door te verhuizen. Hier vertrekken was toen ondenkbaar. Het was een moeilijke periode, maar ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze om het bedrijf verder te zetten.

Kon je op veel hulp rekenen?

DV: In het eerste jaar kreeg ik heel veel hulp van familie, vrienden en dorpsgenoten, maar die betrokkenheid nam na verloop van tijd af. Dat was normaal, want iedereen had zijn eigen leven te organiseren. Ik ben daar dankbaar voor. Mijn schoonouders zijn wel altijd blijven helpen tot ze niet meer konden. Ik had zelf wel wat theoretische kennis uit de landbouwschool en wist wel ongeveer waar Frederik mee bezig was, maar wanneer je het plots alleen moet doen, is dat toch heel erg pittig.

Wat waren de grootste uitdagingen voor jou als onverwacht nieuwe boerin?

DV: Er waren er zoveel. Van de ploeg aanhangen voor het kleine areaal akkerbouw tot de heftruck leren gebruiken om potgrond te scheppen. Gelukkig had Sarah er al eens mee gereden en kon ze me tonen hoe het moest. Om met de sproeier naar de keuring te gaan, kreeg ik hulp van een akkerbouwer in de buurt. Ook de Mestbank-aangifte en verzamelaanvraag waren nooit mijn werk geweest. En zo waren er heel veel kleine en grotere brandjes te blussen. Ook op sociaal vlak moest ik me aanpassen. Ik sta niet zo graag op de voorgrond, maar plots moet je dan zelf naar de veiling, naar vergaderingen en word je het gezicht en aanspreekpunt van je bedrijf. Dat vond ik in het begin heel lastig.

Op welke manier heb je het bedrijf naar jouw hand gezet?

DV: Ik heb ervoor gekozen om het te runnen op een manier die voor mij haalbaar is. In die beginperiode had ik echt nood aan rust en kon ik de drukte en stress die seizoensarbeiders met zich meebrengen er niet bijnemen. Daarom schakelde ik over op een eenseizoensteelt en op minder planten, zodat ik het zelf met weinig of geen externe arbeiders kon bolwerken. Nu loopt de oogst ongeveer van eind april tot juli. Langdurig hete zomers als de huidige zijn lastig, want dan gaat alles veel sneller en kan je moeilijk volgen met plukken. Het seizoen is dan ook sneller voorbij.

Ik koos ervoor om het bedrijf te runnen op een manier die voor mij haalbaar is

Hoe heb jij opgroeien op dit bedrijf ervaren, Laura?

LL: Ik denk dat ieder kind dat op een land- of tuinbouwbedrijf opgroeit, in de drukke momenten bijspringt. Bakjes vullen, plukken... Het was pas toen ik ouder werd, dat ik de aardbeienteelt niet meer enkel zag als iets waarin ik soms moest helpen, maar ook als iets leuks. Ik zou dan ook graag de tweede generatie worden op deze locatie.

Laura:  Ik zou het super vinden om samen met mijn zus(sen) het bedrijf van papa en mama te kunnen verderzetten .
Laura: Ik zou het super vinden om samen met mijn zus(sen) het bedrijf van papa en mama te kunnen verderzetten . - Foto: NK

Ook pompoenen en bloemen

Maar Aardbeien Leplat is vandaag meer dan aardbeien alleen.

DV: Klopt, zo’n 3 jaar geleden zijn we gestart met een pompoenenveldje en een jaar later kwam daar de bloementuin bij. Dit past mooi in ons concept van thuisverkoop, want we zijn met de jaren steeds meer aardbeien thuis gaan verkopen en minder via de veiling. We hebben geen automaat, maar wel een schuurtje met koelkasten voor de aardbeien. De bloemen kunnen mensen zelf plukken en voor de pompoenen richt Laura in het najaar een leuk winkeltje in op de boerderij.

Darselect-aardbeien zijn groot en superlekker. Onze klanten komen speciaal voor deze kwaliteit naar hier , toont Danielle.
Darselect-aardbeien zijn groot en superlekker. Onze klanten komen speciaal voor deze kwaliteit naar hier , toont Danielle. - Foto: Aardbeien Leplat

LL: Zelf ben ik vooral geïnteresseerd in de pompoenenteelt, maar Sarah en mama zijn gepassioneerd door bloemen. Zij kennen er ook echt veel van en kiezen voor oudere soorten die mensen graag in huis hebben, zoals dahlia’s, zinnia’s, leeuwenbekjes… Mensen kunnen zelf komen plukken, maar ik maak bijvoorbeeld ook boeketjes droogbloemen. En de pompoenen doen het natuurlijk heel goed rond Halloween. De tuin is heel klein gestart, maar is op enkele jaren uitgegroeid tot een mooie extra teelt.

Hoe verdelen jullie vandaag de taken op het bedrijf?

DV: Ik heb de kinderen nooit onder druk gezet om een toekomst in het bedrijf te ambiëren. Frederik en ik hebben het opgebouwd, maar als niemand het wil verderzetten, stopt het bij ons, dat hebben we altijd gezegd. En toch. Laura (27) heeft haar passie voor de pompoenen en de aardbeien ontdekt. En ook Sarah (30) doet niet liever dan bezig zijn in de serre en met de bloemen.

Ook Sarah (30) doet niet liever dan bezig zijn in de serre en met de bloemen.
Ook Sarah (30) doet niet liever dan bezig zijn in de serre en met de bloemen. - Foto: Aarbeien Leplat

Ik run het bedrijf en ga sinds enkele jaren ook nog deeltijds werken in de suikerfabriek in Tienen. Ook Laura werkt vier vijfde buitenshuis, maar helpt veel. Sarah woont momenteel in Nederland, maar op termijn zou ze graag meer op het bedrijf kunnen werken. Katrijn (27) studeert nog en weet nog niet of ze later een rol in het bedrijf zal willen.

Katrijn (27) studeert nog en weet nog niet of ze later een rol in het bedrijf zal willen.
Katrijn (27) studeert nog en weet nog niet of ze later een rol in het bedrijf zal willen. - Foto: Aardbeien Leplat

Volgende generatie staat klaar

Heb je door de jaren heen gekozen voor bepaalde investeringen of innovaties?

DV: We zijn een klein bedrijf, dus is het moeilijk om mee te gaan met alle moderne technieken. Omdat we alles zelf doen en omdat de focus op thuisverkoop ligt, maak ik keuzes in de lijn daarvan. Ik heb enkele keren geëxperimenteerd met nieuwe rassen, maar ben telkens teruggekeerd naar Darselect, omdat het zo’n makkelijk ras is om mee te werken en omdat de aardbeien groot en superlekker zijn. Onze klanten komen speciaal voor deze kwaliteit naar hier. Ziektebestrijding onder de knie krijgen was in het begin niet evident, maar vandaag werken we waar mogelijk met nuttige insecten en biologische middelen. We laten ons ook goed begeleiden. Kwaliteit en zorg voor natuur en mens staan voor ons voorop.

Die zorg voor mensen zetten jullie sinds kort ook in de praktijk om door een zorggast te ontvangen.

DV: Dat idee om iets terug te geven aan de gemeenschap speelde al langer. Sinds enkele jaren werken we één dag per week samen met een zorggast. Het klikt heel goed tussen ons. Samen met hem doe ik de eenvoudigere taken, maar eigenlijk is het werk niet zo belangrijk. Je probeert iemand een zinvolle dagbesteding te geven, maakt connectie en helpt die persoon vooruit. Dat geeft enorm veel voldoening. Als de dochters vaker op het bedrijf zijn, zouden we graag meer zorggasten verwelkomen.

Hoe zien jullie de toekomst?

DV: Ik zou graag een stap terugzetten. Ik zal altijd blijven helpen, maar zie het ook zitten om te verhuizen. Ik voel dat Laura en Sarah een passie hebben voor het bedrijf en wil mijn kinderen graag de kans geven om hun dromen te volgen. Hoe we dat concreet gaan aanpakken, moeten we nog bekijken, maar daar komen we wel uit. We hebben allemaal véél dromen.

LL: Ik zou het super vinden om samen met mijn zus(sen) het bedrijf van papa en mama te kunnen verderzetten. Er zijn nog zoveel mogelijkheden en we hebben elk onze passies en kennis om elkaar aan te vullen.

Nele Kempeneers (Pennenvrucht)

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken