Spiegelclausules voor pesticiden kunnen voeders duurder maken
De Europese boereneis voor spiegelclausules dreigt de akkerbouwer en veehouder tegenover elkaar te plaatsen. Akkerbouwers zullen volgens een studie van de Europese Commissie goed boeren bij een verbod op hier verboden pesticiden voor importproducten, maar de veehouderij zou geraakt worden door duurdere voeders. “Het is een simpel spel van vraag en aanbod.”

Het is al lang een eis van landbouwers: geen import meer van landbouwproducten die geproduceerd zijn met hier verboden pesticiden. Europese boeren voelen dat als oneerlijk aan. De Europese Commissie gaf er in februari 2025 gevolg aan in haar Visie voor Landbouw en Voeding en herhaalde de belofte eind vorig jaar als onderdeel van een pakket voorstellen om de regelgeving voor voedselveiligheid te stroomlijnen.
Op 11 augustus publiceerde de Europese Commissie een eerste studie naar de gevolgen als je de toegelaten residugehalten voor de gevaarlijkste bestrijdingsmiddelen in geïmporteerde landbouwproducten verlaagt tot het detectielimiet.
Onderzoekers van de JRC, de wetenschappelijke arm van de Commissie, rekenden een aantal scenario’s door: volgen buitenlandse producenten de nieuwe richtlijnen niet, passen ze zich zo goed mogelijk aan de nieuwe EU-regels aan, of ergens tussenin. In alle scenario’s nemen invoervolumes af, waardoor het concurrentievermogen van akkerbouwers toeneemt en de Europese gewasproductie stijgt. Wel gaan consumentenprijzen de hoogte in. De omvang van deze effecten neemt af naarmate meer buitenlandse landbouwers omschakelen naar toegelaten pesticiden.
Veehouderij krimpt
Tussen de landbouwproducten die geraakt zouden worden door deze invoerbeperkingen zijn heel wat voederingrediënten, zoals sojabonen, oliecakes, koolzaad en peulvruchten. Als de invoer hiervan krimpt, daalt het aanbod, wat leidt tot hogere voerkosten voor de veehouderij. Volgens het meest extreme scenario krimpt de Europese veehouderij door de stijgende voerkosten: de varkenshouderij zou krimpen met bijna 6%, pluimveehouderij met 5,4%, terwijl schapen-, geiten- en rundvleesproductie zou krimpen met ongeveer 3,5%. Zuivelproductie zou geen impact ondervinden van tekorten aan eiwitrijke voederingrediënten.
Nu, de studie nuanceert deze bevindingen wat. Naarmate externe producenten zich aanpassen aan de eisen van de EU, wordt het effect op de Europese veehouderij verwaarloosbaar.
Soja
Toch waarschuwt Tom Schiettecat, de managing director van de Belgian Feed Association (BFA), voor de impact van deze invoerbeperkingen, zeker als het gaat over sojabonen en -schroot. “Soja is nu eenmaal een noodzakelijk bestanddeel voor het rantsoen van landbouwhuisdieren, zeker voor jonge dieren. Het valt niet zo eenvoudig te vervangen door andere eiwithoudende gewassen.”
BFA stimuleert haar leden om nevenstromen te gebruiken in voeders en uit monitoring weet Schiettecat dat er alternatieve eiwitbronnen gebruikt worden. “Alleen zijn er heel wat belemmeringen die de totale vervanging van soja in de weg staan, onder meer omwille van de nutritionele efficiëntie van soja en het feit dat het het hele jaar door beschikbaar is.”
Verwerkte dierlijke eiwitten komen nutritioneel in de buurt van soja en zouden volgens Schiettecat een interessante grondstof kunnen zijn, maar wetgevende beperkingen zijn pretbedervers. De rol van insecten die groeien op afvalstromen blijft eerder beperkt, uit bezorgdheid voor de voedselveiligheid. “Daarbovenop komt de beschikbaarheid van nevenstromen in het gedrang door de stijgende efficiëntie in andere industrieën en concurrentie met de energiesector.”
De Belgische voederindustrie blijft dus (voorlopig) veroordeeld tot buitenlandse soja. Veevoeder in België bevat gemiddeld ongeveer 11% soja. De Europese sojateelt blijft vooralsnog te klein om aan de vraag te voldoen. Daarom voerde de Europese Unie dit jaar (afzetjaar 2025/2026) volgens haar eigen cijfers meer dan 14 miljoen ton sojabonen en meer dan 20 miljoen ton sojaschroot in. Volgens dezelfde cijfers voerde België ongeveer 288.000 ton sojabonen in. Die kwamen vooral uit Canada (50%) en Brazilië (40%), gevolgd door Togo, Oekraïne en China. Daarnaast importeerden we ook circa 248.000 ton sojaschroot, vooral uit Argentinië (bijna 60%) en de Verenigde Staten en Brazilië (beide bijna 17%) en uit India.
Dat zijn allemaal landen met andere teeltomstandigheden en en een ander klimaat, merkt Schiettecat op. “Het zal voor deze telers niet eenvoudig zijn om hun teeltwijze snel aan te passen aan de eisen van de Europese Unie. Het is eigenlijk utopisch om te verwachten dat zij zomaar kunnen veranderen. Sowieso zal zoeken naar alternatieve gewasbeschermingsmiddelen tijd vragen. Dat is een knop die je niet simpelweg omdraait.” Of er een transitieperiode komt om deze overgang glad te strijken, is nog niet geweten.
Daarbovenop komt nog eens de Europese ontbossingswetgeving, die volgens Schiettecat al voor minder soja en andere voederingrediënten zal zorgen. “Als je beide elementen optelt, begrijp je dat er in de nabije toekomst mogelijk een probleem van beschikbaarheid kan optreden. Dat zal een impact hebben op de voederprijs, het is een simpel spel van vraag en aanbod.” Met alle gevolgen voor de rentabiliteit van de veehouderij van dien.







-autox150.jpg)
