Vijgen: geen zichtbare bloemen en toch vruchten
Vijgen werden eind vorige eeuw nog beschouwd als exotische planten die je enkel in de kas kon kweken of als potplant die je in de kas diende te overwinteren. Nu groeien en bloeien (!) ze uitbundig in onze Vlaamse tuinen en overleven ze, mits de juiste standplaats, moeiteloos onze steeds zachter wordende winters. Als we in navolging van de hete zomer van 2026 een lang en warm najaar krijgen, kunnen we misschien zelfs voor een tweede keer vijgen oogsten.

Vijgen hebben zowat alles wat je van een goede tuinplant mag verwachten. Of toch bijna, want bloemen zal je aan een vijgenboom nooit zien. Geen zichtbare bloei en toch een rijke oogst: de vijgenboom is niet alleen mooi en exotisch, maar ook een tikkeltje mysterieus.
Historisch
Samen met druiven, olijven en dadels behoren vijgen tot de oudste gecultiveerde vruchten die door de mens werden verzameld en geteeld. Ze waren niet alleen lekker zoet en voedzaam, maar ook bijzonder geschikt om te bewaren. Vijgen zijn namelijk snel en vrij eenvoudig te drogen en konden daardoor nog lang na de oogst als voedsel worden gebruikt.
Hoe oud de relatie tussen mens en vijg precies is, blijft onderwerp van discussie. In de Jordaanvallei werden verkoolde vijgen gevonden die dateren van ongeveer 11.000 jaar geleden. De onderzoekers die deze vondsten bestudeerden, vermoedden dat het om gecultiveerde vijgen ging die door de mens werden vermeerderd. Daarmee zouden vijgen zelfs tot de allereerste door de mens geteelde planten kunnen behoren. Die interpretatie is later wel betwist. Wat we wel zeker weten, is dat de Grieken en de Romeinen vijgen teelden en dat de vijg deel uitmaakte van hun basisvoeding. Via het Middellandse Zee-gebied en later langs de Atlantische kust vond de vijg zijn weg naar steeds noordelijker streken. Ook in West-Europa was de vijgenteelt uiteindelijk niet ongewoon. Uiteraard waren niet alle plaatsen even geschikt. Wie in onze streken vijgen wilde telen, koos van oudsher voor beschutte, warme plaatsen, bijvoorbeeld tegen een zuidgerichte muur.
Botanisch
De vijgenstruik of -boom die bij ons in cultuur is, is de Ficus carica of de gewone vijg, een soort uit de moerbeifamilie (Moraceae). Het geslacht Ficus is bijzonder omvangrijk en komt vooral in de tropen en subtropen voor. Het omvat bomen, struiken en klimplanten en telt honderden soorten. De gewone vijg is een van de weinige soorten uit het geslacht die op grote schaal voor haar eetbare vruchten wordt geteeld.
Het meest bizarre aan vijgen is de manier waarop ze zich voortplanten. De bloemen van de plant zitten namelijk binnen in wat wij de vrucht noemen, maar wat eigenlijk een uitgegroeide holle bloeiwijze is. De bloemetjes zijn heel klein en staan met honderden bij elkaar aan de binnenzijde van die holle structuur. Bij sommige vijgentypes gebeurt de bestuiving door kleine vijgenwespen, die via een gaatje aan de bovenkant de bloeiwijze binnendringen. Bij de gewone vijgen kunnen de vruchten zich zonder bevruchting ontwikkelen (parthenocarpie).
Sommige vijgenrassen kunnen 2 oogsten per seizoen opleveren. De eerste oogst ontstaat op takken die het jaar voordien groeiden. Als het najaar lang en warm is, kan er een tweede oogst ontstaan op scheuten van het lopende jaar. Vaak zullen die vijgen echter onvoldoende afrijpen om eetbaar te zijn. Ze gaan onrijp de winter in en vallen nog voor de lente spontaan af.
Vijgen in de tuin
Het is simpel: de standplaats bepaalt in grote mate de winterhardheid van een vijgenboom. Vijgenbomen die in natte, voedselrijke bodems geplant worden groeien (te) fors en ontwikkelen veel en lange scheuten met relatief weinig vruchten. Bovendien krijgen de scheuten nauwelijks tijd om af te rijpen, waardoor ze veel gevoeliger zijn voor vorstschade. Dezelfde plant op een droge, eerder schrale, stenige, kalkrijke grond zal uitgroeien tot een gedrongen, compacte plant en zal doorgaans veel vruchten dragen. De verhoute, gedrongen takken zijn veel beter bestand tegen vorst, zelfs als het kwik wat dieper onder nul gaat.
Ook in potten wordt de groei geremd en ontstaan compacte planten, die toch zeer productief kunnen zijn en bovendien gemakkelijk te verplaatsen zijn. Daardoor kunnen ze tijdens de koudste wintermaanden op een beschutte plek (windvrij en droog) overwinteren. Laat de potgrond tijdens de winter wel nooit volledig uitdrogen.
Vijgen als vruchtboom
Voor een echt rijke opbrengst hebben vijgen een warm klimaat met lange, hete zomers nodig. Bij ons rijpt meestal slechts één oogst volledig af. Die oogst is dan vaak nog vrij beperkt, tenzij de boom op een zeer gunstig plekje staat of in pot gekweekt wordt, zodat de oogst binnen verder kan afrijpen en tenzij de kroon helemaal opengesnoeid wordt om voldoende licht in het hart van de boom te krijgen. Ideaal in een kouder klimaat is een plaats tegen een zuidermuur, waarbij de boom in een waaierleivorm gesnoeid wordt. Daarbij helpt het (ook voor andere groeivormen en standplaatsen) om de wortelgroei in te perken door de boom in een betonnen of gemetselde bakstenen bak te planten. Daardoor wordt de vegetatieve groei geremd. Zo kan de plant meer energie in vruchtvorming steken en wordt de boom meer winterhard.
Leivorm- en onderhoudssnoei
Snoei vijgen bij voorkeur in het vroege voorjaar, wanneer de kans op strenge vorst voorbij is. Bij snoei buiten de winterrust kunnen ze flink bloeden. Voor een leivorm begin je met een stevig boompje van 2 of 3 jaar oud. Zijn de zijscheuten slecht geplaatst, snoei ze dan weg en kort de harttak in tot ongeveer 40 cm, net boven een knop. In het volgende jaar kunnen de nieuwe scheuten waaiervormig aan spandraden met een tussenafstand van ongeveer 30 cm worden aangebonden. Bij goed geplaatste zijscheuten volstaat het om de harttak boven de hoogste scheut in te korten, om overtollige scheuten te verwijderen en om de overige maximaal een kwart terug te snoeien. Streef naar ongeveer 6 hoofdtakken.
Bij de jaarlijkse onderhoudssnoei is het belangrijk om voldoende jong vruchthout te behouden. De kleine vruchtbeginselen voor de eerste oogst zitten bij veel rassen al aan de toppen van de jonge takken en overwinteren daar. Snoei deze takken dus niet weg. Oudere, twee- of driejarige takken kunnen wel tot enkele centimeters boven de basis worden teruggesnoeid. Zo stimuleer je de vorming van nieuwe, krachtige scheuten die later vruchten kunnen dragen.
Oogsten
Vijgen worden geplukt als ze helemaal rijp zijn. Tijdens het afrijpingsproces ontwikkelt zich hun rastypische kleur. Er zijn rassen met bijna witte, groene, gele, bruine, rode, blauwe, paarse en zwarte vruchten. Onrijpe vruchten staan rechtop aan de tak en zakken bij het rijpen onder hun eigen gewicht langzaam uit, waardoor ze aan de tak gaan hangen. Vaak vertonen ze bij rijpheid ook enkele overlangse scheurtjes en worden ze zachter van textuur. Eenmaal vol op kleur en lekker uitgezakt, zijn ze plukklaar. Vers van de boom, met schil en al, zijn ze op hun lekkerst.





