Startpagina Tuin

Sla: van zaad tot oogst in 10 weken

Tegenwoordig kan je jaarrond sla kopen in de handel. Dat gaat van kropsla, krulsla, Romeinse sla, tricolorsla, babysla tot sla kant-en-klaar gewassen en gesneden in allerlei mengelingen. Een moestuinier weet echter wel beter. De lekkerste sla kweek je zelf, knapperig vers of botermals en vol van smaak, zo uit de tuin op het bord.

Leestijd : 5 min

Vanaf eind maart/begin april kan je volop aan de slag met slaplantjes. Die kan je kant-en-klaar kopen in de handel, maar je kan ze ook makkelijk zelf zaaien. Zelf zaaien heeft als voordeel dat de keuze aan soorten en rassen heel groot is. Het nadeel is dat je al vlug te veel plantjes op hetzelfde moment hebt om uit te planten en dat die allemaal op hetzelfde moment oogstklaar zijn. Voorgezaaide plantjes worden vaak per 6 verkocht en laten toe om gespreid in de tijd te planten en om dus ook gespreid te oogsten. En door regelmatig te zaaien of te planten oogst je het meeste succes bij de teelt van sla.

Korte kennismaking

Sla heeft een lange geschiedenis. Via de Egyptische beschaving werd deze teelt doorgegeven aan de Grieken. Bij de Romeinen werd sla al jaarrond geteeld en waren er verschillende soorten bekend die grote gelijkenis vertoonden met de huidige snijsla. Kropsla werd pas in de 16de eeuw voor het eerst beschreven. Het zou ontstaan zijn uit kompassla (Lactuca serriola ), een plantje dat ook in België verspreid in het wild voorkomt en dat algemeen beschouwd wordt als onkruid. Alle echte slasoorten behoren tot de familie van de Asteraceae en worden gekenmerkt door een lange penwortel en door de typische bladrozet. Afhankelijk van het type groeien de bladeren samen tot een gesloten krop of blijven ze los en open.

Welkom in de wondere wereld van de sla

Wie vandaag de dag door het zaaigoedaanbod bladert, merkt al snel dat sla niet zomaar sla is. Er zijn verschillende types, elk met hun eigen groeiwijze, smaak en gebruik.

Kropsla (Lactuca sativa ‘Capitata’ ) wordt gekenmerkt door de vorming van een vaste krop. Grofweg wordt deze grote groep onderverdeeld in 3 types, waarvan kropsla of boterslahet oudste en nog steeds meest geteelde type is. Kropsla vormt een dikke, zachte krop en heeft binnenin lichtgele, zachte bladeren, terwijl de buitenste, losse bladeren frisgroen van kleur zijn. Er bestaan heel veel soorten van deze sla, met elk hun eigen optimale groeiseizoen en er zijn ook rode kropslarassen op de markt.

Batavia is een oude slasoort die qua vorm sterk op botersla lijkt, maar waarvan de bladeren sterk gebobbeld en gegolfd van vorm zijn, met – afhankelijk van het ras – een min of meer groen-roodbruine kleur. Dit gewas heeft een zachte, neutrale tot licht bittere smaak.

IJsbergslais eigenlijk een variant van de oude bataviasla, met een zeer dichte, harde krop en stevige, knapperige bladeren. De smaak is wat pittiger dan die van de gewone kropsla. IJsbergsla heeft zowel groene als rode rassen en is de best te bewaren sla.

Rozetsla (Lactuca sativa ‘Crispa’ ) wint de laatste jaren veel aan populariteit als pluksla. Dit type wordt gekenmerkt door de meer open, rozetvormige groeiwijze, waardoor veel van deze soorten ook kunnen worden gekweekt en geoogst als pluksla. Je kan er herhaaldelijk van oogsten door telkens de buitenste bladeren te plukken. Bekende types zijn eikenbladsla en krulsla, vaak verkocht als Lollo Rosso of Lollo Bionda. Ze brengen niet alleen variatie in smaak, maar ook in kleur en vorm op het bord.

Romeinse sla vormt langwerpige, stevige kroppen met uitgesproken nerven. De bladeren zijn knapperig en hebben meer beet. In warme streken worden de kroppen soms opgebonden, om ze van binnen bleek en mals te houden. De moderne rassen doen het ook bij ons echter prima zonder die extra zorg.

Snijsla is geen specifieke slasoort, maar een zadenmengeling van verschillende soorten rozetsla en vaak ook andere bladgewassen zoals veldsla, tuinkers, rucola, Chinese kool… Je kan deze mengsels makkelijk uitzaaien in balkonbakken of potten en al na 4 weken oogsten, als de plantjes ongeveer 10 cm hoog zijn. Je kan dit doen door de blaadjes af te knippen op 1 cm boven de grond. Zo blijft het groeipunt intact en kan je meerdere malen oogsten.

Bodem en bemesting

Sla stelt geen hoge eisen, maar de lekkerste sla kweek je op een goed voorbereide, humusrijke grond met een neutrale zuurtegraad. Vooral het vochtvasthoudende vermogen is belangrijk, want sla is gevoelig voor droogte. Zelfs een korte periode van watertekort kan al aanleiding geven tot groeistilstand en uiteindelijk doorschieten. In een goed onderhouden moestuin volstaat het om in het voorjaar een laagje goed verteerde compost onder te werken. Dat zorgt niet alleen voor voeding, maar ook voor een betere bodemstructuur. Op zwaardere gronden zal de groei wat trager verlopen, maar krijg je vaak stevigere en mooi gesloten kroppen. Op lichtere gronden groeit sla sneller, maar blijft ze doorgaans wat losser.

Ook in potten en bakken doet sla het uitstekend, op voorwaarde dat je een kwalitatief potgrondmengsel gebruikt en regelmatig water geeft. Potten drogen nu eenmaal sneller uit, zeker bij zonnig weer.

Wat bemesting betreft, geldt: liever weinig en regelmatig dan veel in één keer. Sla behoort tot de bladgewassen en heeft dus wel behoefte aan voeding. Een overmaat aan stikstof leidt echter tot een te snelle, slappe groei. Het blad wordt dan minder stevig en gevoeliger voor aantastingen.

Teeltzorgen

Er zijn slasoorten voor elk seizoen en voor vele toepassingen (krop-, pluk- en snijsla). Lees dus steeds de informatie vermeld op het zaadzakje. Voor vroege teelten wordt er soms binnen voorgezaaid. Omdat het dan echter nog vrij donker is en omdat de groei zeer vlug gaat (8 tot 12 weken van zaaien tot oogsten), is de kans groot dat de jonge plantjes dun en sprietelig uitgroeien en moeilijk aanslaan bij het uitplanten in de volle grond. Gelukkig zijn er al vroeg op het jaar slaplantjes in perspotten te koop. Die zijn ideaal om in de serre, de koude bak of al meteen in openlucht uit te planten.

Wie toch al vroeg op het jaar zelf zijn plantgoed wil kweken, kan dit het best doen in een koude kas, in trays, of beter nog gewoon breedwerpig in een zaaiteiltje gevuld met wat zaai- en stekpotgrond. Na 2 weken bij zo’n 10 tot 20 °C (bij te warme temperaturen kiemt het zaad niet) gaan de zaden kiemen en na nog eens 2 weken kunnen de plantjes op hun definitieve plek worden uitgeplant. Zorg ervoor dat de plantjes vlot kunnen doorgroeien, anders worden de bladeren taai en verhoogt de kans op doorschieten.

De kunst bij slateelt is om regelmatig een kleine hoeveelheid sla te zaaien en liefst in verschillende soorten. Zo kom je tot een goede oogstspreiding. Begin tijdig met oogsten, want ‘rijpe’ slaplanten gaan al vlug doorschieten. In normale groeiomstandigheden qua temperatuur, zonneschijn en neerslag levert de teelt weinig problemen op.

De grootste vijanden zijn bladluizen, maar gelukkig zijn er nu bladluisresistente soorten op de markt. Slakken zijn ook echt verlekkerd op dit gewas.

Geert Brantegem

Lees ook in Tuin

Nu tomaten zaaien om te oogsten in de zomer

Tuin De geur, de smaak en de sappigheid van een zelfgekweekte tomaat zijn moeilijk te evenaren. Geen wonder dus dat de tomaat al jarenlang een van de populairste groenten is in de moestuin. Toch is de teelt, zeker in openlucht, niet altijd vanzelfsprekend. Onze zomers zijn immers niet elk jaar even warm of zonnig en bovendien ligt de gevreesde tomatenplaag steeds op de loer. Maar dat zijn zorgen voor later. Het avontuur begint immers met een klein zaadje. En laat het zaaien nu net het gemakkelijkste deel van de tomatenteelt zijn.
Meer artikelen bekijken