Boerenbond vraagt verlenging uitrijperiode voor effluent
Boerenbond vraagt de Vlaamse overheid om de uitrijperiode voor effluent dit najaar te verlengen. De oorspronkelijke uitrijperiode werd vanaf dit jaar door MAP7 aanzienlijk ingekort, van 15 oktober naar 31 augustus.

Door de droge en warme weersomstandigheden konden landbouwers de afgelopen periode minder mest uitrijden, maar de weersomstandigheden nu laten wél toe om deze kaliummeststof toe te passen.
Problemen met vergunningverlening
De uitrijperiode voor effluent werd ingekort in MAP7 omdat er soms vaststellingen gedaan werden dat effluent meer dan de toegelaten maximale hoeveelheid van 0,6 kg N per ton bevatte. Om deze inkorting haalbaar te maken diende de vergunningverlening voor bijkomende mestopslag wel vlotter te verlopen. In de praktijk heeft de sector zich ondanks bijkomende inspanningen hierop niet tijdig kunnen aanpassen, door problemen met die vergunningverlening.
Effluent is een waardevolle kaliummeststof met een zeer beperkte stikstofbelasting die perfect past binnen een doordachte bemestingsstrategie. Wanneer de weersomstandigheden ervoor zorgen dat meststoffen tijdelijk niet kunnen worden aangewend, zoals onder andere het geval was met het uitrijden van drijfmest op grasland, moet er ruimte zijn om die situatie op een werkbare en doordachte manier op te vangen. Dan is er voldoende opslag voor mest en mestverwerkingscapaciteit nodig.
Tijd dringt
Om die mestverwerkingscapaciteit te garanderen, moet ook het effluent voldoende kunnen opgeslagen of uitgereden worden op het juiste moment. En dat moment is nu. Daarom vraagt Boerenbond een verlenging. Die beslissing moet nu snel genomen worden, want de uitrijperiode eindigt eind augustus. De tijd dringt.
Deze vraag is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en landbouwkundige argumenten. Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) gaf voor dit jaar een positief advies om effluent ook na de huidige einddatum, met 4 extra weken, in te zetten als kaliummeststof.
Boerenbond legde deze vraag voor bij het bevoegde kabinet, maar er kwam tot vandaag nog steeds geen antwoord.
Weg van kalenderlandbouw
De huidige situatie toont opnieuw aan dat landbouwpraktijk en natuur niet altijd passen binnen strikte kalenderdata. De realiteit op het terrein wordt bepaald door weersomstandigheden, bodemtoestand, gewasgroei en nutriëntenbehoefte. Die factoren verschillen van jaar tot jaar.
Als we blijven vasthouden aan starre kalenderdata, missen we kansen om beleid beter af te stemmen op de praktijk en circulair werken te stimuleren. We hebben nood aan regelgeving die vertrekt vanuit de omstandigheden op het terrein en niet uitsluitend vanuit de kalender.





