Mestrapport 2026: ‘Belangrijke graadmeter’ voor eventuele bijsturingen van mestbeleid
Het Mestrapport 2026 geeft een stand van zaken van de realisaties van het Vlaamse mestbeleid. Volgens minister Jo Brouns vertalen de inspanningen van land- en tuinbouwers zich in concrete vooruitgang, al is er volgens Vlaams parlementslid Andy Pieters nog veel werk aan de winkel. Voor het eerst krijgen we ook zicht op de maatregelen van MAP 7.

De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) publiceerde op 20 augustus het Mestrapport 2026. Het rapport brengt de uitvoering en naleving van mestwetgeving in kaart tot en met 2025. “Het is een belangrijke graadmeter voor de vooruitgang die we boeken richting een betere waterkwaliteit, én voor de inspanningen die door land- en tuinbouwers geleverd zijn”, zegt bevoegd minister Jo Brouns (cd&v).
Volgens Brouns tonen de recente meetresultaten van de waterkwaliteit ‘een genuanceerd, maar hoopgevend beeld’. In het winterjaar 2024-2025 werd met 11,5% normoverschrijdingen het beste resultaat sinds de start van de metingen gerealiseerd. “Dat wil niet zeggen dat de doelen finaal bereikt zijn. Het toont dat de stappen die we samen met de landbouwers zetten, wel degelijk lonen.”
Het volgende winterjaar liep het overschrijdingspercentage terug op tot 22,1%. Over de laatste jaren heen zien we globaal wel een dalende trend, merkt de VLM op in een persbericht. “De meetresultaten geven aan dat de mestmaatregelen effect hebben op het terrein. De metingen van de waterkwaliteit in het landbouwgebied maken tegelijk duidelijk dat bijkomende inspanningen noodzakelijk blijven om de Europese en Vlaamse waterkwaliteitsdoelen te halen.” De organisatie wijst ook op de impact van de weersomstandigheden op de nitraatmetingen. “Het veranderende klimaat onderstreept het belang van klimaatrobuuste landbouwpraktijken die nutriëntenverliezen naar het water verder beperken.”
MAP 7
Voor het eerst wordt er ook gerapporteerd over de toepassing van nieuwe maatregelen die sinds vorig jaar van kracht zijn. “Sinds de bijsturing van het mestbeleid eind 2024 hebben we duidelijke stappen gezet. De inspanningen die geleverd worden door land- en tuinbouwers op het terrein werpen hun vruchten af”, aldus Brouns. “De invoering van beschermingsstroken langs waterlopen en de gebiedsgerichte bemestingsreducties dragen bij aan een gerichtere aanpak waar dat het meest nodig is.”
De strengere bemestingsnormen voor gebieden met een minder goede waterkwaliteit zijn van toepassing op 180.400 ha landbouwgrond. Vorig jaar is er 857 ha aan 5 m brede beschermingsstroken aangelegd langs waterlopen. Dit moet groeien naar 7.000 ha in 2026, wanneer de regeling verder wordt uitgebreid.
“Tegelijk kiezen we met het terugverdienmechanisme bewust voor een beleid dat duurzame inspanningen van landbouwers erkent en stimuleert.” Landbouwers kunnen bemestingsreducties gedeeltelijk tot volledig terugverdienen via duurzame bodem-, teelt- en bemestingspraktijken. Ongeveer 1.860 landbouwers op 17.000 ha hebben dit gedaan. Daardoor hebben deze landbouwers 0,31 miljoen kg werkzame stikstof teruggewonnen, vooral door middel van de inzaai van een vanggewas na de oogst van de hoofdteelt. Het gaat om driekwart van het totale areaal met een terugverdieneffect.
“Dit evenwicht tussen verplichtingen en positieve stimulansen, dat gedragen is door de land- en tuinbouwsector, is essentieel om samen vooruitgang te boeken”, besluit Brouns.
‘Weinig goed nieuws’
Ondanks de lovende woorden van Brouns, brengt het mestrapport volgens Andy Pieters ‘weinig goed nieuws’. “Bovenal brengt het een fragiel beeld van de waterkwaliteit en de uitvoering van het mestbeleid”, zegt het Vlaams parlementslid voor N-VA in een LinkedIn-post.
Volgens Pieters zijn er maar ‘een beperkt aantal tekenen van vooruitgang’. Zo daalt de totale dierlijke mestproductie voor het vierde jaar op rij, tot 121,7 miljoen kg stikstof in 2025. Aan de basis hiervan ligt een daling van de varkens- en rundveestapel, die voorlopig niet zal stoppen. Daarom verwacht de VLM dat de mestproductie richting 2030 verder zal dalen tot 112,3 à 117,8 miljoen kg stikstof, waardoor er ook minder dierlijke mest gebruikt, verwerkt en geëxporteerd zal worden.
Daartegenover staan volgens het Vlaams parlementslid de schommelende nitraatmetingen in het oppervlaktewater en ondiep grondwater. De nitraatconcentraties in grondwater schommelen in landbouwgebied al meer dan 10 jaar rond 35 mg per liter. Na een verbetering tot 33 mg per liter in 2024, steeg de concentratie in 2025 opnieuw tot 34,4 mg per liter. De recente schommelingen in de meetresultaten kunnen volgens het rapport mee verklaard worden door de weersomstandigheden.
Handhaving
Pieters wijst ook op ‘een opvallend beeld’ bij de handhaving van het mestbeleid. “Bij algemene terreincontroles ligt het aantal overtredingen relatief laag, maar gerichte controle van risicobedrijven legt veel meer problemen bloot.”
Zo werd vorig jaar bij de helft van de net iets meer dan 200 doorgelichte risicobedrijven overbemesting vastgesteld. De controles leidden tot gevolgen voor meer dan 70% van de bedrijven in de akkerbouw en vollegrondstuinbouw, zoals een verbod op bemesting na een bepaalde datum.
“Bij luchtwassers en mestverwerking blijven de cijfers aandacht vragen.” Bij 43% van de 42 gecontroleerde bedrijven met een luchtwasser werden in 2025 problemen vastgesteld, terwijl bij 5 van de 7 doorgelichte risico-mestverwerkingsinstallaties een boete werd opgelegd.
Een bijkomend aandachtspunt volgens Pieters is de registratie van kunstmest. In 2025 registreerden kunstmesthandelaars 52,1 miljoen kg stikstof aan leveringen aan Vlaamse landbouwers, terwijl landbouwers zelf 47 miljoen kg ontvangst registreerden. “Het verschil bedraagt daarmee 5,1 miljoen kg stikstof, tegenover 3,1 miljoen kg een jaar eerder. Bovendien bleek het kunstmestregister bij 39% van de doorgelichte risicobedrijven niet correct bijgehouden.”
Mestactieplannen bijsturen
“De vooruitgang moet zichtbaarder en structureel worden, hardnekkige probleemzones moeten gerichter worden aangepakt en de handhaving moet voldoende sterk zijn. Er is duidelijk nog werk aan de winkel, zeker als we haast overal water willen waarin we veilig kunnen zwemmen”, aldus Pieters, die erop wijst dat de regeringspartijen afgesproken hebben om MAP 7 desnoods bij te sturen als dat nodig blijkt om de waterkwaliteitsdoelen te halen.
In zijn voorwoord voor het mestrapport bevestig Brouns dat ‘waar nodig’ de regering zal bijsturen ‘om de waterkwaliteitsdoelen te halen’. Al sust hij direct de gemoederen. “Tegelijk blijft het essentieel om samen te werken met alle betrokken actoren en om te blijven investeren in innovatie en praktijken die zowel landbouw als leefmilieu ten goede komen.”
Lees het volledige mestrapport op de website van de Vlaamse Landmaatschappij.





