België mist Europese deadline voor natuurherstelplan
België dient op 1 september geen nationaal herstelplan in bij de Europese Commissie en mist zo de deadline die is vastgelegd in de natuurherstelwet. De EU wilde tegen vandaag van elke lidstaat weten hoe die actief kwetsbare natuur zal herstellen.

Volgens het kabinet van federaal minister van Klimaat en Ecologische Transitie, Jean-Luc Crucke (Les Engagés), ligt de vertraging aan de versnippering van de bevoegdheden. Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de federale overheid moeten elk afzonderlijk een plan uitwerken voor wat onder hun domein valt. Die verschillende ideeën worden dan samengevoegd tot één groot Belgisch voorstel.
Het kabinet stelt dat Vlaanderen en de federale regering hun bijdrage hebben afgerond, maar dat het nog wachten is op de Brusselse en Waalse plannen. Het is onduidelijk wanneer zij hun ontwerp zullen doorsturen.
Kritiek op Vlaams plan
Verschillende milieuorganisaties, waaronder Greenpeace, WWF, Vogelbescherming Vlaanderen en Bond Beter Leefmilieu, onderstrepen de noodzaak om direct te investeren in natuurherstel. “Terwijl Belgen sterven door de hitte en onze natuur in vlammen opgaat, laat de overheid ons krachtigste en goedkoopste wapen tegen klimaatextremen links liggen: natuurherstel”, benadrukt Heleen de Smet, beleidsmedewerker bij Bond Beter Leefmilieu. “Dat Vlaanderen kiest voor vertraging, uitzonderingen en een plan zonder toereikend budget, is volstrekt onverantwoord.” De organisaties hopen dat de regering van natuurherstel een topprioriteit maakt en dat ook met de begroting bekrachtigt.
Ook binnen de Vlaamse meerderheid zelf klinkt er kritiek op het voorgestelde herstelplan van minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v). Kris Verduyckt, fractieleider van Vooruit in het Vlaams Parlement, wil dat de minister landbouw en natuur met evenveel prioriteit behandelt. “Minister Brouns is verantwoordelijk voor landbouw én leefmilieu. Het lijkt erop dat de minister liever een symbolische besparing op natuur realiseert, dan dat hij durft te hervormen in de sterk gesubsidieerde landbouwsector”, klinkt het.





