Startpagina Melkvee

Zoeken naar een werkbare balans tussen dierenwelzijn en praktijk

Koe en kalf worden op veel Vlaamse melkveebedrijven kort na de geboorte van elkaar gescheiden. Tegelijk groeit de interesse in langer koe-kalfcontact als manier om natuurlijk gedrag meer ruimte te geven. Ook consumenten en beleidsmakers volgen deze evolutie. Onderzoek toont zowel kansen als uitdagingen. De vraag is daarom niet louter vóór of tegen vroege scheiding, maar hoe haalbare systemen eruitzien die werkbaar zijn voor melkveehouders en aandacht hebben voor welzijn, gezondheid en maatschappelijk vertrouwen.

Leestijd : 5 min

In dit kader bundelt dit artikel enkele inzichten uit de beschikbare wetenschappelijke literatuur en praktijkkennis. Het rapporteert geen nieuw eigen onderzoek.

Gangbare praktijk

Op veel Vlaamse melkveebedrijven worden koe en kalf kort na de geboorte van elkaar gescheiden. Het kalf krijgt volle melk of kunstmelk via speenemmers, open emmers of automatische melkvoedersystemen (meestal 4 tot 8 l/dag). Vanaf de eerste of tweede levensweek krijgt het ook kleine hoeveelheden ruwvoer en krachtvoer aangeboden. Na enkele dagen tot maximum 8 weken van individuele huisvesting, binnen of buiten, verhuist het kalf naar een groepshok.

Gemiddeld 35 tot 40% van de kalveren blijft op het melkveebedrijf en wordt opgefokt tot melkkoe. Deze kalveren worden op 8 tot 12 weken gespeend. De overige kalveren, vooral stierkalveren en sommige vrouwelijke kalveren, verlaten het bedrijf na 2 weken richting de vleeskalverhouderij.

Na het kalven keert de koe, na een korte herstelperiode, terug naar de kudde. De eerste biest wordt bij voorkeur snel na het kalven gemolken, vaak met een mobiele melkinstallatie. Daarna wordt de koe 2 of 3 keer per dag gemolken. In haar productieve leven kalft een koe gemiddeld 3 keer en wordt ze rond 5,5 jaar afgevoerd naar het slachthuis en vervangen door een vaars die voor het eerst kalft.

Waarom vroeg scheiden?

Gezondheid Een apart gehuisvest kalf kan nauw opgevolgd worden. Zo kan de veehouder ervoor zorgen dat het snel voldoende en kwalitatieve biest krijgt, wat essentieel is voor de opname van antistoffen en voor de gezondheid van het kalf op korte en langere termijn. Door de koe snel na het kalven te melken, kan de veehouder het kalf via gecontroleerde biestverstrekking beschermen tegen pathogenen in de omgeving. Gescheiden opfok kan daarnaast het risico op overdracht van ziektekiemen van koe op kalf verlagen, zoals paratuberculose, salmonella, E. coli en mycoplasma.

Economie Een vroege scheiding vereenvoudigt het melken: de koe kan snel in het gewone melkschema worden opgenomen en haar melkproductie blijft beter voorspelbaar en registreerbaar. Omdat zogende kalveren tot 15 l melk per dag kunnen drinken, blijft bij vroege scheiding meer melk beschikbaar voor levering aan de zuivelsector. Daartegenover staan extra kosten voor kunstmelk, krachtvoer en arbeid, al liggen die doorgaans iets lager dan de opbrengst van de verkochte melk. Bovendien kan een koe na snelle scheiding sneller tochtig worden, wat de tussenkalftijd kan verkorten.

Praktisch Koe en kalf snel scheiden heeft ook praktische voordelen. Melkveestallen, vloeren en infrastructuur zijn doorgaans afgestemd op het huisvesten van koeien, net als beschutting en omheining bij weidebeloop. Koe en kalf samenhouden is in die omstandigheden vaak moeilijk, risicovol en kostelijk. In nieuwe stalconcepten kan wel rekening gehouden worden met een langer koe-kalfcontact.

Stress De maternale band is pas op zijn sterkst na 4 dagen. Vroege scheiding voorkomt dat die band zich volledig ontwikkelt, waardoor de stressreactie bij scheiding doorgaans kleiner is dan bij latere scheiding. Kalveren komen bij vroege scheiding ook vaak vroeger en intensiever in contact met mensen, wat kan bijdragen aan gewenning en mogelijkheid aan vlottere hantering later.

Langer koe-kalfcontact

Een managementsysteem met koe-kalfcontact laat fysiek contact toe tussen koe en eigen kalf, of tussen pleegkoe en kalf, tijdens de zoogperiode. De aard en duur van het fysieke contact kunnen variëren, met gevolgen voor arbeid, stalindeling, melkproductie, diergezondheid en management.

Bij volledig fysiek contact kunnen koe en kalf continu bij elkaar zijn en kan het kalf vrij zogen. Bij gedeeltelijk contact worden fysiek contact en zuigen beperkt, bijvoorbeeld met een hek of uierbescherming. Ook de duur kan verschillen: de hele dag, behalve tijdens het melken, of deeltijds, bijvoorbeeld overdag, ’s nachts of in kortere perioden.

Waarom langer koe-kalfcontact?

Groei Wetenschappelijk onderzoek illustreert verschillende voordelen van langer koe-kalfcontact. Kalveren die bij de koe drinken, nemen vaak meer melk op, waardoor ze sneller kunnen groeien: 1,2 tot 1,4 kg/dag, tegenover gemiddeld 0,85 kg/dag in conventionele opfok.

Gedrag Bij langer contact kan natuurlijk gedrag van het kalf (zuigen, likken, rusten) meer tot uiting komen en kan ongewenst gedrag, zoals tongrollen en cross-suckling, net minder. Ook het sociale gedrag tegenover soortgenoten zou veelzijdiger en actiever zijn, onder meer snuffelen, kopstoten, tegen elkaar aan wrijven, staartkwispelen en speelgedrag. Op latere leeftijd zouden deze dieren ook rustiger en makker zijn, wat afstraalt op de kudde.

Koe-kalf contact stimuleert ook maternaal gedrag van de koe. Sommige koeien blijken zelfs langdurig contact met hun kalf te behouden.

Gezondheid Het verband tussen zogen en mastitis blijft onduidelijk. Sommige studies suggereren een mogelijk beschermend effect door frequentere uierlediging, terwijl andere wijzen op een verhoogd risico op uierirritatie of overdracht van kiemen via kalveren.

Scheiden: hoe en wanneer?

Als koe en kalf langer samenblijven, wordt de manier van scheiden belangrijker. Scheiden kan van 24 uur na de geboorte tot speenleeftijd. Kalveren die op 24 uur gescheiden worden, zuigen vaker aan soortgenoten of objecten dan kalveren die later gescheiden worden. In sommige studies mesten of urineren ze ook later, wat kan wijzen op tijdelijke stress, een lagere melk- of vochtopname of een tragere aanpassing aan het voedersysteem. Sommige studies rapporteren minder kalverdiarree bij scheiden op 24 uur, andere net meer diarree bij later scheiden. Vermoedelijk spelen dus ook andere oorzaken mee, zoals biestopname, infectiedruk of melkopname.

De Europese voedselveiligheidsautoriteit adviseerde om kalveren minstens één dag bij de moeder te laten en om langer koe-kalfcontact verder te onderzoeken.
De Europese voedselveiligheidsautoriteit adviseerde om kalveren minstens één dag bij de moeder te laten en om langer koe-kalfcontact verder te onderzoeken. - Foto: ILVO

Scheiding op dag 4 wordt in verband gebracht met meer sociaal gedrag en snellere groei dan directe scheiding. De stress bij koe en kalf kan bij latere scheiding wel groter zijn. Abrupte scheiding kan leiden tot meer vocaliseren, zoeken, onrust en tijdelijk lagere voeropname of melkproductie. Geleidelijke scheiding, via afbouw van zoogmomenten, hekcontact of een combinatie met spenen, kan de stress mogelijk beperken. De optimale aanpak is bedrijfsspecifiek en vereist aangepaste infrastructuur. Langer contact is immers niet beter als de latere scheiding slecht wordt aangepakt.

Uitdagingen en adviezen

De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA adviseerde in 2023 om kalveren minstens één dag bij de moeder te laten en om langer koe-kalfcontact verder te onderzoeken. Er blijven echter veel vragen over de effecten op gezondheid en welzijn van koe en kalf, en over de praktische en economische haalbaarheid op de melkveebedrijven. De uitda-ging bestaat erin om systemen te ontwikkelen die zowel dierenwelzijn als de werkbaarheid op het melkveebedrijf ondersteunen. Momenteel loopt er een Europees project rond het verzamelen en verspreiden van kennis over kalf-bij-koesystemen (https://transformdairynet.eu/). Omdat elk melkveebedrijf anders is, bestaat er geen universele aanpak. Kleinschalige praktijkervaringen kunnen daarom waardevolle inzichten opleveren voor melkveehouder en verder onderzoek.

Anneleen Watteyn (RefWel) en Matthieu Frijlink (Rundveeloket)

Lees ook in Melkvee

Tijdelijke tussenkomst voor PathoSense-onderzoek naar Shamondavirus

Overdraagbare ziekten Er zijn al 4 besmettingen met het Shamondavirus bij runderen in Vlaanderen vastgesteld. Dat meldt Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Sinds eind augustus komt DGZ via PartnerPro tijdelijk tussen in de kosten voor PathoSense-onderzoek bij runderen met een klinische verdenking van het virus. Dierenartsen kunnen nog steeds gebruikmaken van deze tussenkomst om verdachte gevallen verder te laten onderzoeken.
Meer artikelen bekijken