Cyclamen zorgen voor een najaar vol kleur
Cyclamen zorgen met hun felgekleurde bloemen voor de nodige kleur in het najaar en de winter. Ze worden vaak aangeboden als kamerplant, maar zolang de temperatuur niet te laag zakt, zijn het ideale terrasplanten. Mits de juiste verzorging en afhankelijk van de soort zorgen ze voor een kleurenspektakel dat tot wel 2 maanden kan duren. Hun geheim? Zet ze koel en hou ze vochtig.

Ook als tuinplant weet de cyclaam echter zijn mannetje te staan. Met zijn felle witte, rode, roze en paarse kleuren brengt hij in het dorre seizoen volop kleur in de tuin. De winterharde soorten zijn bovendien echte verwilderaars. Eenmaal op de juiste plek geplant, staan ze garant voor jaren tuinplezier.
Botanisch
Cyclamen is een geslacht van vaste planten uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae). De verschillende soorten lijken op het eerste gezicht sterk op elkaar. Ze vormen een ondergrondse knol, waaruit de hart- tot niervormige bladeren en opvallend gevormde bloemen tevoorschijn komen. De bloemen hebben 5 teruggeslagen kroonbladen en verschijnen in tinten van wit, roze, rood en paars. Bij sommige soorten verschijnen de bladeren vóór de bloei, bij andere gelijktijdig of pas erna. De jonge knol is aanvankelijk bijna bolvormig, maar wordt naarmate de plant ouder wordt platter en ronder. Bijzonder is dat de wortels, afhankelijk van de soort, niet alleen aan de onderzijde, maar soms ook aan de bovenzijde van de knol ontstaan. Dat verklaart meteen waarom je een cyclaamknol niet te diep in de grond mag planten.
Van nature komen cyclamen vooral voor rond de Middellandse Zee, met enkele soorten die noordelijker voorkomen in Midden-Europa en Klein-Azië. Het geslacht telt ongeveer een twintigtal soorten. De cyclamen die we vandaag de dag vooral als kamer- en terrasplant aantreffen, zijn cultivars en hybriden die meestal teruggaan op de niet-winterharde Cyclamen persicum. Voor de tuin zijn vooral enkele sterke, winterharde soorten geschikt.
Cyclamen als tuinplant
Cyclamen voor de tuin houden van een zeer goed doorlatende grond op een beschutte plaats uit de felle zon. Onder bladverliezende bomen en heesters voelen ze zich thuis. In het voorjaar krijgen ze er voldoende licht om te groeien en te bloeien, terwijl ze in de zomer profiteren van de beschutting van het bladerdek. Ook een verhoogd bed of een rotstuin kan een geschikte plek zijn, zolang overtollig water maar snel kan wegvloeien.
De platte knollen mogen niet te diep worden geplant en verdragen absoluut geen natte gronden, want dan gaan ze rotten. Op zware grond kan de doorlaatbaarheid worden verbeterd door de uitgegraven grond met grof zand of fijne kiezel te mengen. Ze worden het best vroeg in de herfst geplant (bij voorkeur voor eind oktober). De jonge knollen worden tijdens de eerste winters het best afgedekt met bladeren of wat dennentakken, om ze te beschermen tegen al te strenge vorst. Eens ze goed aangeslagen zijn, hebben de winterharde soorten doorgaans nog weinig bescherming nodig. Er zijn zowel voorjaars- als najaarsbloeiende cyclamen. Voor de tuin zijn vooral de 3 volgende soorten interessant.
Cyclamen purpurascens Deze soort bloeit in de late zomer en de herfst (augustus tot oktober), met diep karmijnrode, sterk geurende bloemen tot 2 cm groot. In zijn natuurlijke verspreidingsgebied in Midden-Europa groeit deze cyclaam vooral in loofbossen en onder struikgewas, vaak op kalkrijke, stenige bodems. De rond-niervormige tot hartvormige bladeren zijn donkergroen en vaak fraai zilverwit getekend. De onderzijde is roodachtig. In onze tuinen is Cyclamen purpurascens volledig winterhard, zodra de planten goed gevestigd zijn. Een beschutte plek in halfschaduw en een humusrijke, goed doorlatende grond zorgen voor de beste groei. De soort verdraagt wel wat vocht, maar ook hier blijft een goede drainage belangrijk. Tijdens langdurige zomerdroogte kan de plant het moeilijk krijgen.
Cyclamen hederifolium is een bekende winterharde cyclaam voor de tuin. De soort komt van nature voor in de bergachtige streken rond de Middellandse Zee, waar ze groeit in loofbossen en tussen struikgewas. Vanaf de late zomer verschijnen roze tot soms witte bloemen op lange, sierlijk gebogen stengels. De bladeren doen denken aan klimop en zijn vaak fraai zilver gemarmerd. Ze verschijnen rond of na de bloei en blijven gedurende de winter aanwezig. De soort groeit het best in halfschaduw, in een humusrijke en goed doorlatende grond. Eenmaal gevestigd, kunnen de knollen jarenlang blijven staan en zich langzaam uitbreiden. Cyclamen hederifolium is goed winterhard en vraagt doorgaans geen extra bescherming.
Cyclamen coum is een vroege (februari-maart, in zachte winters soms al in december) voorjaarsbloeiende cyclaam die in het voorjaar grote oppervlakten kan kleuren in tinten die variëren van wit over roze tot paars. De bloempjes van de oorspronkelijke soort zijn eerder klein en karmozijnroze van kleur, met een donkerdere basis. De plantjes worden ongeveer 8 cm hoog en vormen toefen van 10 tot 15 cm in doorsnede. De rond-hartvormige bladeren – aan de onderzijde donkerrood en aan de bovenzijde egaal groen, soms zilver gemarmerd – verschijnen al in de herfst. Pas op het einde van de lente sterven ze af. Ook deze soort doet het uitstekend onder bladverliezende bomen. In de loop der jaren werden verscheidene cultivars geselecteerd met afwijkende bloemkleuren (wit, rood, roze, tweekleurig) en opvallend zilverkleurig getekende bladeren.
Cyclamen als kamer- of terrasplant
De cyclamen die rond deze periode als terras- of kamerplant verkocht worden, stammen af van de Cyclamen persicum, een niet-winterharde soort met oorsprong uit het oostelijke mediterrane gebied. Van deze soort zijn talrijke cultivars ontwikkeld, met opvallend gevormde en grote bloemen in soms bescheiden, maar met meestal felle kleuren, gaande van felrood over barbieroze tot dieppaars. Dat maakt het tot vrolijke, opvallende kamerplanten, die verkrijgbaar zijn van maatje XS tot XL. De bloemen van deze plant kunnen glad zijn, maar er bestaan ook soorten met franjebloemen. De groene bladeren zijn vaak zilvergrijs getekend en sommige selecties verspreiden een aangename, lichte geur.
Zet ze in de huiskamer op een lichte plek, beschermd tegen het felle zonlicht. De grootste vijanden van de cyclaam zijn hoge temperaturen en droge lucht. Zet ze dus zo koel mogelijk. Ideaal daarvoor is een lichte, onverwarmde ruimte. Zorg ervoor dat de potgrond vochtig blijft, maar vermijd dat de plant voortdurend met de wortels in het water staat. Geef om de paar weken wat meststof voor bloeiende planten en verwijder de uitgebloeide bloemen zo diep mogelijk, om ze gedurende lange tijd aan de bloei te houden. Exemplaren die op het terras staan, hebben het daar in de herfst perfect naar hun zin, maar moeten voor de vorst naar binnen. Wie planten wil overhouden, kan ze in de zomer op een beschutte, niet te droge plek buiten zetten, om ze in het najaar weer te laten stralen op het balkon of binnenskamers.





