Doelen mestbeleid worden niet gehaald
Het Mestrapport toont dat de doelstellingen niet worden gehaald. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns ziet evenwel een constante verbeterende trend en die wil hij blijven nastreven. “We hebben natuurlijk een heel droge periode achter de rug en het klimaat heeft wel degelijk zijn impact. Er is voldoende tijd nodig om op het terrein de impact van de maatregelen die in MAP 7 zitten, echt te kunnen zien”, stelde de minister in de commissie Leefmilieu van 6 oktober.

Het Mestrapport 2026, dat in de vakantie gepubliceerd werd, toont dat de doelstellingen van het Vlaamse mestbeleid nog niet binnen bereik liggen. “Hoewel de mestproductie en de veestapel de voorbije jaren zijn afgenomen, blijkt de waterkwaliteit bijzonder problematisch. Bovendien zijn de resultaten van het MAP-meetnet (mestactieplan) opnieuw verslechterd. Zo steeg het aantal MAP-meetpunten met nitraatoverschrijding van 11,5% in het winterjaar 2024-2025 opnieuw naar 22,1% in 2025-2026”, schetste Mieke Schauvliege van Groen de situatie.
Verbetering blijft uit
“Ook voor het grondwater blijft de verbetering uit. De nitraatconcentratie schommelt al jarenlang rond 35 mg nitraat per liter, met ook dit jaar een nieuwe stijging tot 34,4 mg nitraat per liter. Er is dus geen sprake van een positieve evolutie van de waterkwaliteit in landbouwgebied. Dat roept de vraag op of de MAP 7-maatregelen voldoende zijn om de afgesproken milieudoelstellingen te realiseren. Eerdere evaluaties, waaronder het plan-MER (milieu-effectenrapport), wezen erop dat het maatregelenpakket onvoldoende is om aan alle doelstellingen te voldoen”, zei Mieke Schauvliege.
Er werd afgesproken dat, wanneer de doelstellingen niet zouden worden gehaald, er 2 jaar na de vaststelling van MAP 7 automatisch maatregelen in werking zouden treden. Die zouden dan op 1 januari 2027 moeten ingaan. Daarnaast werd afgesproken dat, wanneer uit het plan-MER zou blijken dat het maatregelenpakket onvoldoende is, er opnieuw onderhandeld zou worden over aanvullende maatregelen. Intussen is daarover het overleg tussen landbouw- en milieu-organisaties opnieuw gestart.
Bedenkingen bij metingen bij droogte
Lydia Peeters van oppositiepartij Anders heeft bedenkingen bij de metingen die gebeurd zijn. “Een aantal landbouwers en ook lokale terreinwaarnemers stellen regelmatig vragen bij de herkomst van de verhoogde nitraatconcentraties op bepaalde meetpunten. Vooral de voorbije maanden, tijdens heel langdurige droge periodes, blijkt dat op sommige locaties toch nog stalen genomen kunnen worden, vaak doordat bronnen, effluentstromen of andere permanente wateraanvoer aanwezig blijven. Op verschillende van die locaties worden verhoogde nitraatwaarden vastgesteld, terwijl de invloed van actuele landbouwactiviteiten op dat moment beperkt of nagenoeg onbestaande is”, vertelde Lydia Peeters.
“Tegelijkertijd leeft er ook bezorgdheid over de bijdrage van de individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (iba’s) en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (kwzi’s), van bronnen of van andere niet-landbouwgerelateerde oorzaken. De vraag is dan ook of die voldoende mee onderzocht werden. Ook in het lopende onderzoek naar de invloed van derden op de MAP-meetpunten lijkt volgens verschillende betrokkenen de focus te veel te liggen op landbouwgerelateerde verklaringen. Men zegt heel vaak dat het van de landbouw komt, terwijl de alternatieve oorzaken veel te weinig in beeld worden gebracht. We weten dat er nog heel veel overstorten zijn op beken, die ook een belangrijke impact hebben op de waterkwaliteit”, benadrukt Peeters.
Modaliteiten nog te bepalen
Minister Brouns bevestigde dat er 3 maatregelen in het Mestdecreet staan die automatisch uitgevoerd worden als de doelstellingen niet worden gehaald. Die maatregelen werden door de landbouw- en milieu-organisaties in het opvolgingsorgaan voorgesteld en zijn een addendum op het principeakkoord. “Voor de specifieke inwerkingtreding moet de Vlaamse regering evenwel nog enkele modaliteiten bepalen. Daarbij is het belangrijk om te weten dat deze maatregelen enkel moeten worden toegepast in de afstroomzones waar de waterkwaliteitsdoelen niet werden gehaald”, zei Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns.
De minister zal op basis van de methodologie in het Mestdecreet tijdig een bijgewerkte kaart ter beschikking stellen waarin duidelijk is welke afstroomzones respectievelijk gebiedstype 0, 1, 2 en 3 zijn. Enkel in gebiedstype 2 en 3 zullen de maatregelen van toepassing zijn. Zodra de Vlaamse regering de nieuwe gebiedstype-indeling heeft goedgekeurd, zal de Mestbank de landbouwers daarvan op de hoogte brengen, zodat men daarmee bij de bedrijfsvoering ook rekening kan houden.
In de tussentijd is er overleg tussen de organisaties in het opvolgingsorgaan. “Die organisaties zitten sinds deze zomer samen. Zodra er duidelijkheid is, zullen we de landbouwers daar ook uitgebreid over informeren. Het lijkt me niet billijk om de sereniteit van dat gesprek tussen de landbouw- en milieu-organisaties te verstoren door daarover vandaag al parlementair het debat te voeren”, aldus minister Brouns.
MAP-meetpunten worden onderzocht
De minister bevestigde dat er een onderzoek loopt naar de MAP-meetpunten. “Dat is een bijzonder grondig onderzoek, waarbij elk meetpunt op basis van de modelmatige data en het terreinonderzoek onder de loep wordt genomen. De criteria die worden gehanteerd, werden in het verleden reeds vastgelegd. De meetpunten van het MAP-meetnet moeten aan enkele criteria voldoen: het stroomgebied moet hoofdzakelijk agrarisch van karakter zijn; er mag geen invloed van industriële afvalwaterbronnen zijn; er mag geen invloed van overstorten of rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn en er mag slechts een beperkte invloed van huishoudelijk afvalwater zijn. De ligging van alle MAP-meetplaatsen wordt opnieuw geëvalueerd in deze lopende studie en er wordt een voorstel tot behoud, verplaatsing en/of schrapping van de MAP-meetplaatsen uitgewerkt. We maken ondertussen haast met die studie. De onderzoekers zitten nog steeds op schema. De finale resultaten van de studie moeten tegen de zomer van 2027 bekend zijn”, kondigde de minister aan.
“Men heeft ervoor gekozen om de gedetailleerde onderzoeksmethodiek eerst te testen vooraleer men ze op alle meetpunten toepast. Zo worden eventuele tekortkomingen ook tijdig geremedieerd. De fase waarbij de methodiek wordt gevalideerd door een wetenschappelijk comité, loopt. De verfijnde onderzoeksmethodiek zal binnenkort ter goedkeuring worden voorgelegd aan het opvolgingsorgaan. Zodra de methodiek door het opvolgingsorgaan is goedgekeurd, zal die worden gebruikt om alle MAP-meetpunten voor oppervlaktewater te evalueren.”
Iba’s en kwzi’s
De bijdrage van iba’s en kwzi’s op het MAP-meetpunt maakt deel uit van de bovenvermelde studie. Voor iba’s en kwzi’s is er evenzeer opvolging, maar die is complexer dan die van de MAP-meetpunten. “De handhaving van de privéwaterafvoer, zoals iba’s, is een gemeentelijke bevoegdheid. De gemeente beslist zelf, in samenwerking met de rioolbeheerder, over de opvolging van de werking van iba’s. Omdat er geen nutriëntennormen zijn, zal dat niet systematisch worden opgevolgd en gecontroleerd.”
Bij de beoordeling van de waterkwaliteit wordt geen rekening gehouden met de uitzonderlijke omstandigheden van de voorbije zomer. “De beoordeling gebeurt uitsluitend op basis van de gemeten concentraties van nitraatstikstof in het oppervlaktewater. Bij bemonstering van oppervlaktewater wordt van droogstand gesproken als er geen water meer in het oppervlaktewaterlichaam aanwezig is. In zo’n situatie wordt geen monster genomen en wordt droogstand genoteerd als veldwaarneming. Als er geen monster wordt genomen, is er uiteraard ook geen analyseresultaat beschikbaar.”
Minister Brouns stelde dat er voldoende tijd nodig is om op het terrein de impact van de maatregelen die in MAP 7 zitten, echt te kunnen zien. Daar neemt Mieke Schauvliege geen genoegen mee. “U grijpt terug naar de oude recepten. Het was al duidelijk dat de maatregelen die werden bedacht door de groep van milieu-organisaties en landbouworganisaties niet helemaal zijn doorgevoerd en onvoldoende zijn. In plaats van de signalen ernstig te nemen, bent u gewoon alles onder de mat aan het vegen. Daar helpt u de landbouwers niet mee en daarmee zorgt u ook niet voor proper water in Vlaanderen”, repliceerde Schauvliege.





