Regeneratief werken rendeert voor melkveebedrijven
Vlaamse melkveehouders die regeneratief of agro-ecologisch werken, plukken daar economische voordelen van. Dat toonde een studiedag van BCZ en VLAM aan.

Melkveehouders nemen steeds meer duurzaamheidsinitiatieven. Dat blijkt uit elke nieuwe duurzaamheidsmonitor die BCZ, de sectorfederatie van de Belgische zuivelindustrie, publiceert. BCZ en het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) hebben recent 2 melkveebedrijven in de schijnwerpers gezet die elk op hun tempo werken aan een regeneratief of agro-ecologisch programma.
Mattias Braem heeft in Beveren de Pieter-Wijmshoeve. Hij is de vierde generatie op deze boerderij, die hij in 2018 overnam van zijn ouders. Mattias (33) en zijn echtgenote Lieke (29) combineren melkvee en akkerbouw met Farm Fun (teambuildings) en een hoevewinkel. De tak met afmestvarkens wordt binnenkort afgebouwd. Ze houden 140 melk- en kalfskoeien en 100 stuks jongvee. Alle inseminaties gebeuren met gesekst sperma. Met 2 melkbeurten per dag (zonder robot) produceren de melkkoeien 1,7 miljoen l melk per jaar. Dat is gemiddeld 12.300 kg melk per koe per jaar of 37 tot 41 l melk per koe per dag.
Grasklaver
Het rantsoen van de koeien bestaat uit ruw- en krachtvoer van de 75 ha eigen akkers, aangevuld met sojaschroot, bierdraf en perspulp van bieten. Sinds vorig jaar heeft Mattias 5 ha grasklaver en daar heeft hij goede ervaringen mee, ook na de voorbije droge zomer. Daarnaast zijn er 25 ha maaiweides en 5 ha begrazingsweides. Op termijn wil hij de hoevewinkel nog uitbreiden en een eigen merk van roomijs lanceren.

De keuze van Mattias om meer agro-ecologisch te gaan werken en meer te kijken naar de bodemgezondheid, kan hij goed motiveren. “Ik probeer nog meer dan vroeger zorg te dragen voor de bodem, terwijl ik vroeger vooral de focus had op het gewas en de opbrengst. Nu vraag ik me vaker af waarom een perceel goed of slecht presteert. Een goede bodem zorgt voor een betere benutting van meststoffen en mest. De rekening voor kunstmest loopt de spuigaten uit en daarom zoeken we naar manieren om het met minder of zonder kunstmest te gaan doen. Ik wil mijn eigen rundveemest maximaal benutten en zie mest als voeding voor bodem en gewas. De organische stof in de bodem is een belangrijk aandachtspunt. Ik gebruik daarnaast vaak een ‘kleine’ tractor en een klein aalvat om bodemverdichting tegen te gaan. Dat gaat een beetje in tegen de trend dat alle machines groter en krachtiger moeten zijn. Soms is wachten – niet op de akker gaan – nog de beste bodembewerking. Bodemstalen geven een goede indicatie van hoe je bodems eraan toe zijn. Ik vul dat aan met wat ik zelf zie op de percelen. Een goede stelregel is voor mij dat de bodem altijd bedekt moet zijn. Daarom zaai ik bijvoorbeeld snijrogge na het oogsten van de maïs. Beworteling houdt de bodem actief. Er worden door de bedekkers voedingsstoffen opgenomen en ze leveren organisch materiaal op”, vertelt Mattias.
Geduld nodig
Hij beseft dat er ter zake nog wel wat werkpunten zijn op zijn bedrijf. “We hebben al veel stapjes en stappen gezet en we zullen er nog veel zetten. In de toekomst wil ik bijvoorbeeld nog meer bezig zijn met de kwaliteit van de mest. De eerste stap zetten, dat was het moeilijkste. Vooral dan in het besef dat er niet 1 maatregel is die alles oplost. Het is de optelsom van verschillende maatregelen – organische stof, bodembedekkers, goede bemesting, beworteling, het vermijden van verdichting … en geduld. De resultaten komen maar geleidelijk. Je eigen percelen goed leren kennen, dat is heel belangrijk.”

Melkveehouder Stijn De Wulf uit Ledegem staat al een aantal stappen verder dan Mattias. Hij en zijn partner Charlotte Nuytten namen het bedrijf in 2008 over van zijn ouders, bouwden in 2013 een nieuwe melkveestal met een robot en lieten dit jaar een tweede melkrobot installeren. Hij heeft 80 melkkoeien (Red Holstein) en een tak akkerbouw. Zijn bedrijf is gangbaar met regeneratieve en agro-ecologische aspecten.
Voordelen van ploegloos werken
“Ik begon in 2017 ploegloos te werken om economische redenen en vanwege de tijdsbesparing. Bijna meteen zag ik de andere voordelen van de niet-kerende grondbewerking. Het is beter tegen de erosie, het bodemleven wordt niet verstoord en je moet niet meer op het land op momenten dat de bodem het eigenlijk niet verdraagt. Via Inagro ben ik dan bij een groep gelijkgestemden terechtgekomen. In 2019 schakelde ik over van de klassieke groenbedekkers naar de meer complexe varianten met meer verschillende plantenfamilies, met elk hun eigen worteldiepte. Die kunnen fantastische resultaten opleveren voor de bodem. Die mengsels kunnen de bodem beter bewerken dan machines. Met biodiversiteit boven de grond stimuleer je biodiversiteit onder de grond.”
In 2022 startte Stijn met kruiden in het grasland: weegbree, cichorei, luzerne, rode klaver, karwij … “Beweiding lukt voorlopig nog niet. Ik maai het gras ‘hoog’ af, op 10 of 12 cm. Dat zorgt voor een snellere hergroei en een betere fotosynthese. Ik let er voorts nog op om altijd exact dezelfde rijpaden te gebruiken voor het maaien en bemesten.”
Belang van bodembedekkers
Sinds 2023 werkt Stijn zonder of met minimale grondbewerking en zorgt hij ervoor dat de bodems altijd bedekt zijn. “Dat zorgt voor een goede koolstofopbouw, helpt tegen erosie, bindt voedingsstoffen, beperkt het UV-licht en voedt het bodemleven.” Hij paste voorts waar mogelijk zijn teeltplan aan aan de haalbaarheid inzake niet-kerende grondbewerking en geeft mee dat een teelt als maïs weinig meerwaarde biedt voor de bodem. Sinds 2025 probeert hij kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen.
Via de mestrobot voegt Stijn een preparaat toe aan de stalmest om de fermentatie te helpen. De stalmest wordt afgedekt en platgedrukt, om zo weinig mogelijk voedingsstoffen te verliezen. Met het preparaat voelt de stalmest bovendien frisser aan, wat beter is voor de hygiëne in de stal. Hij maakt zelf krachtvoer en voert geen sojaschroot aan zijn koeien.
Als resultaat van al die inspanningen ziet Stijn stabielere opbrengsten, maar niet op korte termijn. Net als Mattias kijkt hij nauwlettend naar de bodem van zijn percelen. “We kijken als boer misschien nog te weinig naar beneden. Je moet alert blijven. Onkruiden zijn signaalplanten. Zij geven – net als bepaalde bodemplagen – aan dat er iets te veel of te weinig in de bodem zit.” Dat ploegloos werken voor een grotere onkruiddruk zou zorgen, durft hij tegen te spreken.
Meer koolstof in de bodem
De ervaringen van Mattias en Stijn worden bevestigd door verschillende deskundigen. “Meer teeltrotatie zorgt voor meer koolstof in de bodem. Meer koolstof in de bodem zorgt ervoor dat die bodem meer water kan vasthouden, wat de voorbij zomer belangrijk was. Bodemverdichting door zware machines blijft een aandachtspunt. In een paar decennia is de gemiddelde maaidorser verzwaard van 2 tot 8 ton. Een bietenrooier weegt zoveel als een brachiosaurus. Dat geldt voor elke machine overal ter wereld, maar in Vlaanderen, met onze gemiddeld kleine percelen, zorgt dat voor gemiddeld veel bodemverdichting, omdat er op die kleine percelen meer gedraaid en gekeerd moet worden met die zware machines en ook omdat er hier veel gewassen geteeld worden die laat in het seizoen worden geoogst. Een bodem die te veel verdicht is, heeft geen goede waterhuishouding en belemmert de wortelgroei”, duidt Tommy D’Hose van ILVO.
Risicospreiding in ruwvoer
Jonas Hanssens van Boerenbond ziet verbanden tussen regeneratieve landbouw en winstgevendheid, al zijn dat niet altijd rechtstreekse verbanden. “De melkveebedrijven die goed presteren in arbeidsinkomen per koe, daarvan zie je dat die verhoudingsgewijs veel halen uit eigen ruwvoer. Bovendien vallen er met regeneratieve grondbewerking vaak premies te verdienen. Eiwitrijke en alternatieve ruwvoerteelten winnen in het algemeen aan belang in de boekhoudingen van melkveebedrijven. Hoe meer variatie in het ruwvoergewas, hoe meer je de risico’s spreidt inzake droogte en hitte. Wie bijvoorbeeld enkel Engels raaigras heeft en geen kruidenrijk grasland zal de voorbije zomer waarschijnlijk geld verloren hebben inzake ruwvoer. Een hoger aandeel van gras en grasachtigen in het rantsoen geeft geen lager inkomen. Wel blijft het zo dat makkelijke alternatieven als sojaschroot ‘te goedkoop’ zijn om een grote shift te zien in het areaal”, duidt Hanssens.
Koe in de weide
Adviseur Tuur Vandeweyer van Latitude heeft buiten boeren zonder kunstmest, het vermijden van zouten op akkers, het tegengaan van groene woestijnen en het verkennen van de mogelijkheden van onderzaai nog een advies voor melkveehouders. “Zet de koe opnieuw op de weide. In het speeksel van de grazende koeien zitten enzymen die de celdeling en de hergroei van gras stimuleren na begrazing”, besluit hij.





