Startpagina Uw stem

Opinie: Wanneer is de impact van landbouwonderzoek groot genoeg?

Onderzoeksprogramma’s worden steeds vaker beoordeeld op hun maatschappelijke en economische impact. Maar wat betekent het wanneer aantoonbare resultaten niet volstaan om een programma te behouden? Professor Pieter Spanoghe, voorzitter AgroLink Universiteit Gent, schreef er een opiniestuk over.

Leestijd : 5 min

Hoe meet je het succes van landbouwonderzoek?

Het antwoord lag vroeger vooral bij wetenschappelijke output: publicaties, doctoraten en persoonlijke citaties. Vandaag wordt steeds nadrukkelijker gevraagd wat onderzoek daadwerkelijk verandert op het landbouwbedrijf, in de keten, in het beleid en in de samenleving. De Vlaamse onderzoeksinstellingen zijn op deze vraag ingegaan en hebben uitgebreide programma’s op poten gezet die directe impact bewerkstelligen.

Maar plots speelt er een heel actuele dimensie. De Vlaamse Regering besliste bij de Septemberverklaring 2026 om de Vlaio-landbouwtrajecten na de lopende oproep stop te zetten. Net van die trajecten werd recent aangetoond dat ze positieve economische effecten en aldus impact genereren.

Daarmee ontstaat een ongemakkelijke maar relevante vraag: wat betekent het precies wanneer een onderzoeksprogramma aantoonbare resultaten oplevert, maar die positieve resultaten toch niet volstaan om het subsidiekanaal te behouden?

Als voorzitter van AgroLink, het netwerk van de 15 Vlaamse landbouwonderzoekscentra, houdt die vraag mij bijzonder bezig. Niet omdat wetenschappelijke excellentie minder belangrijk zou worden. Integendeel. Maar nieuwe kennis ontwikkelen is slechts één deel van onze opdracht. “Impact begint waar wetenschappelijke kennis iets in beweging zet: wanneer ze leidt tot een andere keuze, een betere praktijk of een duurzamere oplossing.”

Positieve cijfers, toch een eindpunt

Bert Beck (Vlaio) presenteerde eerder de resultaten van een doorlichting van de landbouwtrajecten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar klassieke wetenschappelijke output, maar ook naar bereik, toepassing en economische en maatschappelijke meerwaarde.

Uit die evaluatie bleek dat bedrijven die actief betrokken zijn bij landbouwtrajecten gemiddeld sterker presteren op verschillende economische indicatoren. Tegelijk wees Beck erop dat impact niet altijd eenvoudig in cijfers te vatten is. Projecten rond bijvoorbeeld biodiversiteit, klimaat of milieu kunnen belangrijke maatschappelijke effecten nastreven die zich pas op langere termijn manifesteren.

Sindsdien is de context grondig veranderd. Na de Septemberverklaring werd bekendgemaakt dat de landbouwtrajecten worden afgeschaft. De projectoproep 2026-2027 gaat nog door, maar dat zal dan ook de laatste keer in dat format zijn. De beslissing leidde inmiddels ook tot publiek debat. In een recente opiniebijdrage (Vilt) wees collega, KU Leuven-professor Barbara De Coninck, met ondersteuning van onder meer onze partners van AgroLink en verschillende landbouworganisaties, op het belang van praktijkgericht landbouwonderzoek en op de positieve evaluatie van de landbouwtrajecten.

Ik wil die argumentatie hier niet overdoen. De beslissing werpt vanuit het perspectief van onderzoeksimpact wel een andere fundamentele vraag op: “Als we aantonen dat onderzoek substantiële economische en maatschappelijke meerwaarde heeft, hoe wegen we die impact dan mee wanneer we als overheid beslissen welke onderzoeksinstrumenten we wel en niet voortzetten?” Die vraag gaat verder dan de huidige discussie over de landbouwtrajecten. Ze raakt aan onze huidige manier waarop we de waarde van onderzoek beoordelen.

Impact heeft soms 20 jaar nodig

Niet alle impact laat zich immers binnen de looptijd van een onderzoeksprogramma van maximaal 4 jaar vaststellen. Biocheck.UGent is daarvan een treffend voorbeeld. Het verhaal begon bij de collega’s van diergeneeskunde meer dan 20 jaar geleden vanuit onderzoek naar de verspreiding van dierziekten. Wat toen een wetenschappelijke onderzoeksvraag was, groeide stapsgewijs uit tot een internationaal gebruikte toepassing voor het beoordelen en verbeteren van bioveiligheid op veehouderijen. Vandaag wordt Biocheck in tientallen landen gebruikt en zijn al meer dan honderdduizend bioveiligheidsaudits uitgevoerd. Het instrument helpt veehouders en dierenartsen om gezondheidsrisico’s op bedrijven systematisch in kaart te brengen en gerichte verbeteringen door te voeren.

Volgens Evelien Biebaut (UGent), werkzaam bij professor Dewulf, toont het traject vooral dat impact tijd nodig heeft. Niet één publicatie zorgde voor de doorbraak. Jarenlange samenwerking met dierenartsen, sectororganisaties, overheden en varkens-, kippen-, schapen-, paarden- en rundveehouders zorgde ervoor dat het systeem verder werd ontwikkeld en verfijnd en wereldwijd ingang vond in de praktijk. “Biocheck illustreert voor mij waarom we voorzichtig moeten zijn wanneer we impact uitsluitend binnen de looptijd van een project willen meten. Soms wordt de echte waarde van onderzoek pas jaren later volledig zichtbaar.”

Niet alle impact laat zich binnen de looptijd van een onderzoeksprogramma van maximaal 4 jaar vaststellen.

Impact ontstaat niet aan het einde van een project

Ook Hans Ryckebusch van Impact vzw plaatst impact nadrukkelijk breder dan het afleveren van onderzoeksresultaten op het einde van een project. Communicatie wordt volgens hem nog te vaak gezien als de laatste stap: een rapport publiceren, een studiedag organiseren of resultaten via diverse kanalen bekendmaken. Maar gebruikers pas betrekken wanneer het onderzoek afgerond is is te laat.

Wanneer landbouwers, bedrijven, beleidsmakers en andere stakeholders al tijdens het onderzoeksproces betrokken worden, vergroot de kans dat de ontwikkelde kennis aansluit bij hun noden en daadwerkelijk wordt gebruikt. Communicatie over het lopend onderzoek is vanuit die benadering geen sluitstuk van onderzoek, maar een onderdeel van het onderzoeksproces zelf. Het vraagt de nodige aandacht van alle onderzoekers werkzaam binnen het project.

Uiteindelijk gaat het om wat mensen ermee doen

De verschillende voorbeelden wijzen daarmee steeds in dezelfde richting. Technologie, publicaties en onderzoeksbudgetten zijn noodzakelijk, maar uiteindelijk wordt impact zichtbaar in wat mensen met onderzoeksresultaten doen. Een landbouwer die een nieuwe werkwijze op het veld voor de waterhuishouding toepast. Een dierenarts die Biocheck gebruikt tijdens een bedrijfsbezoek. Een beleidsmaker die onderzoeksresultaten meeneemt in een beslissing. Een adviseur die nieuwe kennis in de vlasteelt vertaalt naar de praktijk. Dat zijn de momenten waarop wetenschappelijke kennis maatschappelijke betekenis krijgt.

Dat maakt impact tegelijkertijd moeilijk meetbaar. Economische indicatoren kunnen een deel ervan zichtbaar maken. Bereik en gebruik kunnen worden geregistreerd. Maar veranderingen in gedrag, beleid of bedrijfsvoering ontwikkelen zich soms over veel langere periodes dan de projecten waaruit ze voortkomen. “We moeten impact dus meten, maar we mogen niet de illusie creëren dat één succesindicator het volledige verhaal vertelt. Economische resultaten zijn belangrijk, net zoals bereik en gebruik. Tegelijk behoren ook veranderingen in gedrag, praktijk en beleid tot de opbrengst of de resultaten van onderzoek.”

Impact laat zich niet afdwingen

Onderzoekers kunnen impact niet garanderen. Ze kunnen wel de omstandigheden creëren waarin impact meer kans van slagen krijgt. We zien dat het betrekken van landbouwers vanaf het begin, zelfs nog voor het project van start gaat – in de fase van het schrijven van het projectvoorstel – belangrijk is. Beleidsmakers worden best ook in het projectverhaal meegenomen. Kennis moet tot slot naar de praktijk op een begrijpelijke en bruikbare wijze worden vertaald. Zo zorgen we er voor dat waardevolle resultaten na een project niet in de vergeethoek verdwijnen.

Voor AgroLink ligt daar een belangrijke opdracht. Het brengt niet alleen onderzoekscentra samen, maar het maakt ook zichtbaar hoe kennis naar praktijk en beleid doorstroomt en welke vormen van impact die daaruit ontstaan. De recente discussie over het subsidiëren van de landbouwtrajecten maakt die opdracht alleen maar relevanter.

Ze geeft mij vooral één conclusie mee: “De waarde van landbouwonderzoek wordt niet alleen bepaald door wat we aan het einde van een project kunnen rapporteren. De echte test is wat er daarna met die kennis gebeurt – soms morgen, soms pas vele jaren later.”

Pieter Spanoghe (voorzitter AgroLink, Universiteit Gent)

Lees ook in Uw stem

Opinie: Europa schrapt keuzevrijheid van je bord

Uw stem Recent keurde het Europees Parlement de versoepeling van nieuwe gentechnieken in de landbouw definitief goed. Voor de biosector blijft dat een heel moeilijke beslissing. Laura Van Selm, directeur van BioForum, heeft dan ook haar bedenkingen.
Meer artikelen bekijken