Opinie: Wanneer de wereld in brand staat, is biologische landbouw een slimme keuze
Naar aanleiding van het conflict in het Midden-Oosten en het bericht van het FAO dat we afstevenen op een nieuwe voedselschok, kroop Laura van Selm, directeur van BioForum, in haar pen. Er zijn immers antwoorden die de biologische landbouw zou kunnen bieden op de verschillende crises die nu samenvallen.

Recent waarschuwde de Wereldvoedselorganisatie FAO dat het conflict in het Midden-Oosten kan leiden tot een wereldwijde voedselschok. Een van de oorzaken is dat onze voedselproductie de afgelopen decennia steeds afhankelijker geworden is van externe inputs, in de vorm van kunstmest, pesticiden of krachtvoer. Alleen produceren we veel van deze middelen niet zelf. In rustige geopolitieke tijden is dat geen probleem, maar wanneer de vlam in de pan schiet zoals vandaag, worden de kwetsbaarheden van die aanpak snel duidelijk.
Reus op lemen voeten
Kritiek op het heersende landbouwsysteem werd vroeger weggewuifd met de boodschap dat deze inputs voor voedselzekerheid zorgden. Nu wordt duidelijk hoe dat een reus op lemen voeten is. Wordt het geen tijd om in te zetten op echte voedselautonomie? Net zoals onze regio graag onafhankelijker zou willen worden van olie en gas, gaan we het best ook op zoek naar hoe onze landbouw meer op eigen benen kan staan. Op die manier maken we onze samenleving weerbaarder.
Externe inputs vermijden
Biologische landbouw is op dat vlak een slimme, strategische keuze. Daarvoor bestaat een duidelijk juridisch kader dat Europees is opgesteld. Het wettelijke uitgangspunt bij biologische landbouw is dat externe inputs zoveel mogelijk worden vermeden. De biologische beweging streeft naar een autonoom systeem. Kunstmest is bijvoorbeeld niet toegelaten. Bioboeren gebruiken dierlijke mest en houden bij de toepassing ervan rekening met de draagkracht van de bodem en de omgeving.
Daarnaast blijven bioboeren weg van chemische pesticiden. Plagen en ziektes proberen ze te voorkomen via natuurlijke teelttechnieken en via het inzetten van natuurlijke vijanden. Alleen in uiterste gevallen mogen ze een beroep doen op biologische bestrijdingsmiddelen. Tot slot streeft de biologische wetgeving naar zoveel mogelijk regionaal geteelde voeders, met duidelijke quota over hoeveel voer er vanuit de eigen regio moet komen.
Die 3 elementen samen maken dat biologische landbouw onze maatschappij weerbaarder maakt wanneer de wereld in brand staat. Maar dat is niet alles. Ook voor het klimaatprobleem heeft bio sterke troeven in handen. De externe inputs waarop de landbouw vandaag steunt, hebben een negatief effect op de omgeving. Kunstmest zorgt voor uitgeputte bodems. Overzees krachtvoer leidt tot ontbossing, maar ook tot extra uitstoot, en pesticiden doden niet alleen de schadelijke, maar ook de nuttige insecten.
Dubbele winst met bio
Onder het mom van voedselzekerheid werden die nadelige effecten vaak onder de mat geschoven, maar die vlieger gaat dus niet helemaal meer op. Biologische landbouw heeft door zijn aanpak positieve effecten op de biodiversiteit, het klimaat, water, lucht en gezondheid. Tegelijkertijd maakt het de landbouw robuuster, waardoor het toekomstige klimaatuitdagingen beter de baas kan. Dat is dubbele winst.
Willen we dus een landbouw- en voedselsysteem dat zich weerbaar toont voor alle huidige uitdagingen en dat onze voedselproductie ook sterker maakt, dan loont het om als samenleving nog meer te kiezen voor biologische landbouw.





