Startpagina Actueel

Schade door ganzen bij landbouwers wordt onderschat

Wildschade kan in Vlaanderen geregistreerd worden via de smartphoneapplicatie ‘Wild in Zicht’. Minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns roept de landbouwers op om de schade die er wordt vastgesteld steeds te melden, ook wanneer er geen schadevergoeding tegenover staat.

Leestijd : 4 min

Volksvertegenwoordigster Lydia Peeters (Anders) haalde in de vergadering van 6 oktober van de commissie Leefmilieu in het Vlaams parlement de ganzenproblematiek uit haar aktetas. De exponentiële groei van zowel overwinterende als blijvende ganzenpopulaties veroorzaakt grote economische schade bij landbouwers. Peeters nam het op voor landbouwers uit regio’s als de Maasvallei, de kustpolders en het Scheldebekken in het Waasland. Daar signaleren ze steeds grotere groepen wilde vogels op hun percelen, met steeds toenemende schade aan de gewassen.

Maandelijkse tellingen

Jo Brouns (cd&v), minister van Landbouw en Omgeving, verduidelijkte dat het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) de tellingen van overwinterende watervogels coördineert. Daarbij horen ook alle ganzen en eenden. Die worden van oktober tot en met maart maandelijks gebiedsdekkend en per soort geteld in Vlaanderen. Het INBO beheert de getelde aantallen in de Watervogeldatabank. Specifiek voor de opvolging van zomerganzen gebeurt er jaarlijks midden juli een telling in enkele grote Vlaamse gebieden, met de IJzervallei, de Oostkustpolders en het Antwerpse havengebied als voorbeelden. In het Linkerscheldeoever-gebied gebeuren de tellingen sinds 2007 heel frequent, omdat daar heel wat schade werd en wordt gemeld.

Daarnaast worden jaarlijks ook de broedaantallen opgevolgd, en voor exotische ganzen worden hierrond al decennialang maatregelen genomen.

Op landschapsschaal

Peeters verwees naar de problematiek waarmee Nederland kampt met betrekking tot schade door ganzen, maar die is volgens minister Brouns van een andere orde dan die in Vlaanderen. De belangrijkste les die uit een proefproject in het Nederlandse Texel getrokken kan worden, is volgens Brouns dat ganzenbeheer het meest effectief lijkt wanneer het op landschapsschaal gebeurt. Ganzen verplaatsen zich moeiteloos tussen natuurgebieden, landbouwpercelen en waterpartijen. Een perceelsgewijze aanpak leidt volgens hem vaak tot een verschuiving van schade in plaats van tot een oplossing. Op Texel werken landbouwers, natuurbeheerders, jagers en de faunabeheereenheid gezamenlijk binnen een gebiedsstrategie. Minister Brouns verduidelijkte dat in Vlaanderen een gelijkaardige aanpak uitgerold wordt op de Linkerscheldeoever.

Naar een ganzenplan

De toenemende overzomerende ganzenpopulatie, met bijhorende landbouwschade, leidde tot de oprichting van een aparte werkgroep rond die ganzenproblematiek binnen de schoot van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. Die commissie wordt voorgezeten door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), met deelname van de stakeholders. De commissie houdt zich bezig met de opmaak van een ganzenplan voor dat gebied. Dat plan houdt rekening met de evolutie van de populatie, de monitoringresultaten, de doelstellingen, het juridisch kader voor de bestrijding en andere maatregelen om de populatie waar mogelijk te reduceren. De effecten van de maatregelen worden gemonitord. Een bijkomende uitdaging in dit gebied is dat ganzen zich vanzelfsprekend ook niet aan landsgrenzen houden. Minister Brouns: “De werking van de ganzenwerkgroep in het Linker-scheldeoever-gebied kan gezien worden als een testcase die mogelijk ook toegepast kan worden in andere gebieden.”

Grote onderschatting

Brouns stelt vast dat mensen niet zo gemakkelijk ganzenschade melden en dat er een heel grote onderschatting is. Er wordt veel minder schade gemeld dan er op het terrein waarneembaar is. De minister zei dat hij zal bekijken waar synergie kan gerealiseerd worden met bestaande databanken en instanties die vandaag al relevante gegevens verzamelen. Specifiek in de door commissielid Peeters gestelde vraag over schade in het Grensmaasgebied werden volgens de administratie tussen 2023 en nu 7 schademeldingen voor watervogels geregistreerd in de applicatie. Dat voelt aan als heel weinig. Het is de vraag of dat overeenstemt met de werkelijkheid. Voor 3 van deze meldingen dienden de schadelijders een schadevergoedingsaanvraag in.

Schade door wilde zwijnen wordt wel geregistreerd

De schademelding via ‘Wild In Zicht’ vindt wel degelijk meer en meer ingang in de bekende schadegebieden. Landbouwers kunnen via deze applicatie snel en eenvoudig schade melden en vergoeding aanvragen. Er kunnen foto’s of filmpjes gemaakt worden die kunnen dienen als bewijsmateriaal. In dezelfde regio wordt schade door wilde zwijnen wel frequent gemeld.

In het Waasland worden deze gegevens actief gebruikt door de ganzenwerkgroep om de acties te sturen. In Limburg worden ze bijvoorbeeld gebruikt om een beter beeld te krijgen van de evolutie en de verplaatsing van everzwijnen en van de schade die door hen veroorzaakt wordt. Minister Brouns zei dat dit wat hem betreft navolging kan vinden als het gaat over de ganzenproblematiek. Hij roept de landbouwers op om de schade die er wordt vastgesteld steeds te melden, ook wanneer er geen schadevergoeding tegenover staat. “Dat kan alleen maar helpen om het beheren en het beheersen nog verder te intensifiëren, ook in het Grensmaasgebied.”

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken