Startpagina Akkerbouw

Gericht beheer van winteronkruiden loont

De zaadbank van de winteronkruiden vogelmuur, straatgras en echte kamille wordt beïnvloed door diverse management- en bodemparameters. Een gericht onkruidbeheer met de juiste aanpak per soort biedt alvast het meest kans op succes.

Leestijd : 6 min

In Landbouwleven van 15 oktober kon je lezen dat de zaadbank van de winteronkruiden vogelmuur, straatgras en echte kamille wordt beïnvloed door diverse factoren. Uit de proef die werd uitgevoerd in het kader van het bio-onderzoeksproject ‘Winteronkruiden proactief aanpakken in biologische akkerbouw en groenteteelt’ konden echter nog enkele andere interessante zaken worden aangetoond. Daar gaan we in dit artikel dieper op in.

Arbusculaire mycorrhiza

Arbusculaire mycorrhiza (AM) is een belangrijke groep van schimmels in de bodem. Deze schimmels bevinden zich in en rond plantenwortels, en verhogen de beschikbaarheid van nutriënten (in het bijzonder fosfor) voor de plant. In ruil hiervoor krijgen ze suikers van de plant. Deze symbiose kan de plantensoort een competitief voordeel verschaffen ten opzichte van soorten die deze associatie niet kunnen aangaan, vooral dan in omgevingen met weinig plantbeschikbare nutriënten. Niet elke plantensoort haalt echter evenveel voordeel uit een associatie met deze mycorrhiza. Sommige soorten zijn sterk afhankelijk van deze symbiose, terwijl andere er eerder hinder van ondervinden. Bovendien gaan bepaalde plantensoorten (bijvoorbeeld brassicasoorten) nooit een symbiose aan met arbusculaire mycorrhiza.

Bij echte kamille is het duidelijk dat de soort sterk profiteert van bodems met een grote hoeveelheid aan AM. Dit strookt met gegevens uit de literatuur, waaruit blijkt dat echte kamille voordeel haalt uit deze associatie, in het bijzonder op arme bodems.

Bij vogelmuur is het omgekeerde effect merkbaar: de zaadbank is significant hoger in bodems met weinig AM. Dit is eerder een indirecte relatie, gezien deze soort geen symbiose aangaat met AM. Vogelmuur is een nutriëntbehoeftige snelle groeier, die sterk reageert op een hoog aanbod aan vrij beschikbare nutriënten in de bodem. Dit is ook te zien in figuur 1 (zie hieronder), waar de gemiddelde zaadbank van vogelmuur ongeveer verdubbelt in bodems met een hoog gehalte aan plantbeschikbare fosforreserve (ammoniumlactaat-P > 45 mg/100 g luchtdroge grond), in vergelijking met bodems met een lage beschikbaarheid (ammoniumlactaat-P < 45 mg/100 g luchtdroge grond). Bodems met veel plantbeschikbare fosfor zijn onaantrekkelijk voor arbusculaire mycorrhiza. Net als vogelmuur had ook straatgras een hogere zaadbank in bodems met weinig mycorrhiza en veel plantbeschikbare fosfor (zie figuur 1). Hoewel straatgras wel degelijk associaties aangaat met deze schimmels, lijkt het daarvan eerder nadelen dan voordelen te ondervinden. Dat komt mogelijk doordat deze associatie gepaard gaat met een onevenredig hoog verlies aan suikers, wat zich kan vertalen in een geringere zaadzetting.

De schimmels arbusculaire mycorrhiza verhogen de beschikbaarheid van nutriënten voor de plant.
De schimmels arbusculaire mycorrhiza verhogen de beschikbaarheid van nutriënten voor de plant. - Foto: Inagro

Onzichtbare onkruiddruk

Naast de duidelijke invloed van de arbusculaire mycorrhiza bleken ook andere vormen van bodemleven invloed te hebben op de zaadbank van winter-onkruiden. Zo lag de zaadbank van vogelmuur op bodems met relatief weinig actinomyceten (< 1.3 nmol/g droge bodem) ongeveer dubbel zo hoog dan op bodems met relatief veel actinomyceten (> 1.3 nmol/g droge bodem). Actinomyceten staan vooral bekend als afbrekers van relatief ‘resistente’ organische stof. Voorbeelden hiervan zijn houterig materiaal (rijk aan lignine) en het moeilijker afbreekbare ligninerijke restproduct dat ontstaat na eerdere afbraak van de (makkelijker afbreekbare fractie van) celwandbestanddelen in een organische reststroom door bacteriën. Bij de afbraak door actinomyceten is slechts beperkt sprake van stikstofmineralisatie. Zelfs stikstofimmobilisatie is mogelijk. Deze omstandigheden zijn ongunstig voor vogelmuur, dat vooral nood heeft aan snel beschikbare nutriënten om zijn snelle groei te ondersteunen.

Figuur 1: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van de concentratie plantbeschikbare fosfor (fosfor ammonium-lactaat, mg/100 g luchtdroge grond) in de bodem. Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’-nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen 2 bepaalde onkruidsoorten.
Figuur 1: De zaadbank van echte kamille, straatgras en vogelmuur (uitgedrukt in aantal per m2, bodemlaag 0-20 cm), in functie van de concentratie plantbeschikbare fosfor (fosfor ammonium-lactaat, mg/100 g luchtdroge grond) in de bodem. Het aantal percelen in elke categorie wordt weergegeven door het ‘N’-nummer. Significantieletters gelden enkel voor de vergelijking van zaadbanken tussen categorieën binnen 2 bepaalde onkruidsoorten. - Bron: Inagro

Nutriënten sturen winteronkruiden niet alleen rechtstreeks via de voedselbron, ze doen dit ook indirect via de bodemstructuur. Een sprekend voorbeeld hiervan is de verhouding tussen calcium en magnesium (Ca/Mg-ratio) in de grond. Lage verhoudingen zijn geassocieerd met een groot aandeel fijnere bodemporiën en een hogere gevoeligheid aan verslemping, terwijl hogere verhoudingen doorgaans leiden tot een meer open en stabielere bodemstructuur. De impact van de Ca/Mg-ratio op echte kamille is enorm. In bodems met een lage verhouding (ratio < 10) telt de zaadbank gemiddeld meer dan 3.000 zaden/m². Bij een hogere, gunstigere verhouding (ratio > 10) daalt die druk spectaculair en blijft de teller steken onder de 1.000 zaden/m². Dit enorme verschil heeft alles te maken met de overlevingsstrategie van de plant. Echte kamille heeft een competitief voordeel op verslempte gronden. Het is een echte opportunist: dankzij haar fijne, oppervlakkige wortelstelsel houdt de plant prima stand in een dichtgeslagen bodem, waar dieper wortelende soorten het al snel moeilijk krijgen wegens zuurstofgebrek.

Niet elke management- of bodemfactor heeft duidelijke impact

Zoals eerder aangehaald, wordt de zaadbank van de 3 winteronkruiden (vogelmuur, straatgras en echte kamille) beïnvloed door diverse parameters. Niet elke management- of bodemparameter in ons onderzoek had echter een duidelijke invloed op de zaadbank van deze onkruiden. Zo bleek er geen duidelijk verband te zijn tussen de drainageklasse van een perceel en de zaadbank van deze winteronkruiden. Dit betekent dat deze onkruiden geen voorkeur vertonen voor percelen die van nature goed (of juist slecht) afwateren.

Straatgras groeit snel en heeft een zeer ondiep wortelstelsel.
Straatgras groeit snel en heeft een zeer ondiep wortelstelsel. - Foto: Inagro

De snelheid waarmee nutriënten uit bemesting worden vrijgesteld, bleek ook geen invloed te hebben op de zaadbank van winteronkruiden. Concreet deelden we de percelen in volgens het type bemesting: ‘trage bemesting’ (bijvoorbeeld stalmest, compost...) versus ‘snelle bemesting’ (zoals drijfmest, biomix….). Zowel bij vogelmuur, echte kamille als straatgras was de gemiddelde zaadbank min of meer gelijkaardig op beide groepen van percelen. Ook het organischestofgehalte in de bodem beïnvloedde de zaadbank van deze winteronkruiden niet eenduidig.

Tot slot analyseerden we, naast de arbusculaire mycorrhiza en de actinomyceten, ook nog enkele andere aspecten van het bodemleven, waaronder de fungi-bacteriënverhouding. Hoge verhoudingen zijn doorgaans geassocieerd met stabiele bodems die weinig bewerkt worden. Theoretisch gezien zou je dus kunnen verwachten dat bepaalde onkruiden dominanter worden op bodems met een hoge fungi-bacteriënverhouding. In onze analyse bleek deze verhouding echter geen duidelijke invloed te hebben op de zaadbank van de winteronkruiden.

De juiste aanpak per soort

Vogelmuur gedijt vooral op percelen met een hoog aandeel laat geoogste groenteteelten in de rotatie. Afwisseling met vroeger geoogste gewassen (zoals wintergranen of een snel sluitend voorjaarsgewas), gevolgd door een tijdige inzaai (juli-augustus) van een competitieve groenbemester, helpt de druk te verlagen. Daarnaast is terughoudend bemesten – zo min mogelijk meststoffen gebruiken en alleen bemesten wanneer het strikt noodzakelijk is – belangrijk, vooral met meststoffen die rijk zijn aan snel plantbeschikbare nutriënten, in het bijzonder fosfor.

Vogelmuur gedijt vooral op percelen met een hoog aandeel laat geoogste groenteteelten in de rotatie.
Vogelmuur gedijt vooral op percelen met een hoog aandeel laat geoogste groenteteelten in de rotatie. - Foto: Inagro

Echte kamille blijkt sterk beïnvloedbaar door beheersmaatregelen. Het gebruik van een vals zaaibed – zelfs sporadisch – kan de zaadbank al merkbaar terugdringen. Ook beperkte kerende bodembewerking (enkel na jaren met een hoge zaadproductie) en een doordachte rotatie met minder wintergewassen dragen bij tot verdere reductie van de onkruiddruk. Mogelijk kan een vroegere zaai, in combinatie met een intensieve mechanische onkruidbeheersing in het najaar, het negatieve effect van wintergranen op de zaadvoorraad van echte kamille milderen. Echte kamille manifesteert zich minder in nutriëntenrijkere bodems met een lagere aanwezigheid van arbusculaire mycorrhizaschimmels en op weinig slempgevoelige bodems, gekenmerkt door een gunstige Ca/Mg-verhouding (> 10) en een stabiele bodemstructuur. Echte kamille is een ‘opportunist’, die dankzij zijn fijn oppervlakkig wortelstelsel prima overleeft op verslempte bodems.

Straatgras kan snel in grote aantallen voorkomen in de zaadbank, ongeacht het type teeltrotatie. Door de beperkte levensduur van de zaden is de soort heel gevoelig voor regelmatige kerende bodembewerking. Verdere reductie is mogelijk via het her-haald gebruik van een vals zaaibed. Ook het bevorderen van een actief bodemleven remt straatgras af. Bodems met meer aanwezigheid van arbusculaire mycorrhizaschimmels en actinomyceten zijn weinig aantrekkelijk voor straatgras, gezien ze geassocieerd worden met geringere hoeveelheden plantbeschikbare fosfor en stikstof. Voor een gunstig bodemleven kan je maar beter niet overdrijven met het aantal kerende of intensieve, diepe, niet-kerende bodembewerkingen. Straatgras groeit namelijk snel en heeft een zeer ondiep wortelstelsel. Daardoor is de plant extreem afhankelijk van een snelle en grote opname van direct beschikbare nutriënten in de toplaag. Ploegen is weliswaar gunstig om de zaadvoorraad te reduceren, maar dit gebeurt dus het best niet te frequent. Zo voorkom je een haperend of ‘lui’ bodemleven.

Joran Barbry, Lieven Delanote (Inagro), Jeroen Feys, Mattie De Meester, Benny De Cauwer (UGent), Koen Willekens (ILVO)

Lees ook in Akkerbouw

Uitzonderlijke zomer en economische situatie wegen zwaar op omzet Vlaamse land- en tuinbouw

Actueel 2026 is een moeilijk jaar voor de Vlaamse land- en tuinbouwsector. Dat blijkt uit de evaluatie van het productiejaar die Boerenbond elk najaar opmaakt. Door de uitzonderlijke droogte en hitte hebben veel teelten minder opgebracht terwijl ook de prijzen een sterke terugval kenden en de productiekosten stegen. De omzet komt uit op 7,33 miljard euro of 9,5% lager dan vorig jaar.
Meer artikelen bekijken