Startpagina Pluimvee

Broeierij Vepymo: "Wij hebben de aaibaarheidsfactor tegen"

Hoe kijken de legbroederijen zelf naar de problematiek rond het doden van eendagshaantjes? “Het gaat uiteindelijk maar om een haantje per inwoner elke 2 jaar. We moeten het probleem niet groter willen maken dan het eigenlijk is”, zegt Christophe Decroos van Vepymo.

Leestijd : 7 min

Voorzichtig banen wij ons een weg door het broederijcomplex van Vepymo in Poppel. De betegelde vloeren zijn spekglad nu het personeel van de legbroeierij alles grondig kuist in voorbereiding van de volgende ronde.

Jaarlijks kruipen er hier ongeveer 24 miljoen kuikens uit het ei. Die broedeieren worden gelegd op moederdierenbedrijven. Zij huisvesten de ouderdieren die Vepymo aankoopt van Hendrix Genetics, een van de twee grote wereldwijde geneticabedrijven in de legkippensector. “Eigenlijk zijn wij dealers van Hendrix Genetics, net zoals een garage die zich moet toespitsen op Mercedes of BMW“, legt Christophe Decroos, verantwoordelijke voor de verkoop bij Vepymo, uit. “Door de jaren heen is dat een verplicht nummertje geworden.”

Wanneer de broedeieren toekomen op de broeierij in Poppel start de klok. “De eieren kunnen we maar voor een beperkte tijd opslaan, anders gaat de kiem in het ei verloren. Daarna volgt 18 dagen voorbroed en 3 dagen in de uitkomstkast. Het totale broedproces duurt 21 dagen.” De vrouwelijke kuikens worden na het uitkomen direct gevaccineerd en de dag zelf vertrekken ze nog naar de opfokbedrijven van Vepymo of worden ze geëxporteerd binnen en buiten Europa, naar landen als Guinea, Ivoorkust en Ghana.

Eendagshaantjes

Kort nadat ze uit het ei komen, worden de kuikens uitgesplitst op basis van geslacht. Een fluitje van een cent voor de bruine eieren, omdat de veren van mannelijke kuikens een andere kleur hebben. “Na een kwartier oefenen kan iedereen dat.”

Voor de kuikens uit de witte eieren laat Vepymo gespecialiseerd personeel komen uit Zuid-Korea. “Zij kunnen in een paar seconden met een kuiken in elke hand het geslacht bepalen.” Subtiele verschillen aan de vleugelveren verraden de mannelijke kuikens. Zij worden op een lopende band gezet en zijn een paar minuten later ‘ingedommeld’, in de terminologie van de broederijen. De band leidt rechtstreeks naar een machine die de kuikens vergast.

Het is onmogelijk om zoals in de rundveehouderij het sperma van pluimvee op voorhand te seksen. De hen bepaalt immers het geslacht van haar nakomelingen, waardoor haankuikens niet te vermijden zijn. De broederijen doden deze haantjes omdat ze geen economisch nut hebben en niet rendabel kunnen opgefokt worden voor de slacht. De praktijk stuit steeds meer op kritiek.

Subtiele verschillen aan de vleugelveren tonen het geslacht van een kuiken.
Subtiele verschillen aan de vleugelveren tonen het geslacht van een kuiken. - Foto: FVDL

Een andere optie zijn technieken om het geslacht van het embryonaal kuiken al in het ei te bepalen, zodat de mannelijke embryo’s geaborteerd kunnen worden. Maar Vepymo’s eigen ervaring met deze in ovo-geslachtsbepalingstechnieken was allesbehalve positief.

Tussen 2023 en 2025 leasete de broeierij de Ella machine van het Nederlandse bedrijf In Ovo. De machine prikt een klein gaatje in het ei om een druppeltje vloeistof te testen. Op basis van specifieke biomarkers bepaalt een massaspectrometer het geslacht van de kuikens.

“In het begin waren we met veel enthousiasme begonnen met deze technologie. Maar voor het personeel was het zeer arbeidsintensief. Het was bijvoorbeeld een gedoe om de eieren constant warm te houden wanneer we ze voor de test uit de broedkast moesten halen. Er stond ook constant een technieker klaar om technische kwaaltjes op te lossen”, vertelt Decroos. Uiteindelijk deed In Ovo vorig jaar de boeken toe, volgens Decroos omdat deze techniek het niet kon winnen van andere, niet-invasieve methodes.

Met zo’n niet-invasieve techniek, die MRI-foto’s neemt om de geslachtsklieren te detecteren, heeft Vepymo in hun Duitse broederij een betere ervaring. “Maar het is wel een heel dure techniek.”

Europees verbod?

Daarmee zijn al de 2 belangrijkste bezwaren van de broederijsector tegen een (onmiddelijk) verbod op het doden van eendagshaantjes gezegd: de alternatieve technieken staan nog niet op punt en zijn te duur. “Wij zijn in principe niet tegen een alternatief voor het doden van eendagshaantjes, maar wie bepaalt, betaalt.” Of het nu de overheid, de retail of de eindconsument is, iemand gaat de meerkost van deze technologie moeten betalen. Anders belandt de rekening bij de pluimveehouder, die de legkuikens van Vepymo afneemt. “De landbouwer mag dit niet moeten dragen, hij zit tussen hamer en aambeeld”, meent Decroos.

De broederijen huiveren ook bij een eenzijdig Vlaams verbod. “Als Vlaanderen nu het doden van eendagshaantjes verbiedt, maken ze onze sector kapot”, zegt Eric Van Meervenne, voormalig pluimveehouder en vertegenwoordiger van de broederijsector. Decroos valt hem hierin bij. “Dan vertrekken de broederijen en worden er hier toch nog kuikens ingevoerd waarvan het broertje is vergast.”

Daarom is Vepymo vragende partij voor een sterk Europees kader, met een transitieperiode van minstens 10 jaar. “Laat de lidstaten zeker niet apart beslissen. De race to the bottom is gevaarlijk. Stel je voor dat je dan net met een politieke partij zit die er een statement van maakt”, stelt Decroos. Iedereen vaart zijn eigen koers momenteel in Europa, er zijn grote verschillen tussen de Europese lidstaten die al een verbod hebben. Duitsland heeft de strengste wetgeving, terwijl Frankrijk met genoeg uitzonderingen werkt, zodat de broederijen er al met een veel goedkopere technologie vanaf zijn. De deadline voor Italiaanse broederijen nadert op het einde van dit jaar, maar Decroos verwacht uitstel. “Zo kennen we Italië. Onder het mom van de dure winkelkar gaat het verbod terug uitgesteld worden.”

In deze machine worden de eendagshaantjes vergast. Terwijl de kuikens geselecteerd worden op basis van hun geslacht, leidt de band links naar de mond van de machine.
In deze machine worden de eendagshaantjes vergast. Terwijl de kuikens geselecteerd worden op basis van hun geslacht, leidt de band links naar de mond van de machine. - Foto: ThD

Een belangrijke voorwaarde voor een Europees verbod is een importverbod voor consumptie-eieren en leghennen van buiten de Unie. “Nu al moeten we het hoofd bieden aan zware concurrentie met Turkse en Oekraïense eieren die niet conform zijn met onze Europese regels voor kooisystemen. De Europese overheid kan deze eieren geen halt toeroepen, en dan gaan wij al praten over de volgende stap in het dierenwelzijnsbeleid. Onze sector wil gerust meegaan in Europese regelgeving, op voorwaarde dat alle import wordt tegengehouden. De grenzen moeten stante pede dicht voor andere eieren.”

Het gaat dan ook niet alleen over 1 eurocent meer per tafelei, een kost die consumenten misschien wel ophoesten. Eieren zitten in van alles, van mayonaise tot suikerwafels. De kans is volgens de broeierijen klein dat de industriële eierbrekerijen, die vloeibare ei-ingrediënten leveren aan de voedingsindustrie, deze cent meer gaan betalen zonder dat wetgeving hen ertoe dwingt, bijvoorbeeld door goedkopere eieren van buiten de EU aan de grens tegen te houden.

Sowieso zou een verbod, of het nu Vlaams of Europees is, het einde betekenen voor Vepymo’s Afrikaanse export van eendagskuikens. De lokale broederijen daar zijn volgens Decroos ook nog niet rijp genoeg om zelf in het gat te springen. “Een verbod hier betekent einde verhaal voor de Afrikaanse leghennensector. Met alle gevolgen van dien voor de economische stabiliteit daar. Dan zien we misschien wel nog meer emigratie naar Europa.”

Genbewerking

Het liefst zien de broederijen een mondiale oplossing. “Nu is de landbouw altijd pasmunt voor bijvoorbeeld de auto-industrie bij Europese handelsverdragen. Importequivalenten zijn een dode letter, want kennelijk is de heffing veel te laag. Ook boven het quota blijven de eieren immers komen. Daarom geloof ik meer in een mondiaal systeem. Gelijk waar in de wereld dat je een ei eet, heb je 50% kans dat het van Hendrix Genetics of Wesjohann komt. Als je hen overtuigt om met een oplossing over de brug te komen, betaalt een Rus, Chinees, Amerikaan of Europeaan evenveel voor zijn moederdierenkuikens”, aldus Decroos.

Als mogelijke oplossing geloven de broederijen in genbewerkingstechnieken als CRISPR-Cas. Daarmee zou het DNA van de ouderdieren zo bewerkt kunnen worden, dat eieren met een mannelijke vrucht op dag nul van het broedproces oplichten. “Een mooie oplossing. Hiermee hoeven we de eieren met een mannelijke vrucht niet meer uit te broeden en kunnen we ze valoriseren als diervoeder.” Een andere optie (zie artikel op p. 20) is dat de mannelijke embryo’s niet levensvatbaar zijn en vanzelf sterven op dag 3 of 4 van het broedproces. In de leghennen die uiteindelijk consumptie-eieren leggen, is geen enkel stukje bewerkt DNA te zien.

Hier bepaalt gespecialiseerd personeel uit Zuid-Korea het geslacht van de pas uitgekomen kuiken. De haantjes gaan op de band richting de vergasser.
Hier bepaalt gespecialiseerd personeel uit Zuid-Korea het geslacht van de pas uitgekomen kuiken. De haantjes gaan op de band richting de vergasser. - Foto: ThD

Volgens Decroos staan de grote geneticabedrijven ervoor open om genbewerking te introduceren in hun fokmateriaal. “Maar het blijven commerciële bedrijven, voor niets gaan ze dat niet doen. Eerst moet de EU ggo’s in dierlijke productie toelaten.” Pas als de Europese markt volgt, met zijn enorme hoeveelheid consumenten, is het de moeite waard voor de families Hendrix en Wesjohann om te investeren in een ouderpopulatie met genbewerking.

Liever ratten of muizen?

Finaal verdient Vepymo ook aan zijn eendagshaantjes. Het Nederlandse bedrijf Kiezebrink verwerkt alle dode haantjes van Vepymo tot voer voor exotische huis- en dierentuindieren. “Eendagshaantjes zijn het ideale rantsoen voor wilde vogels”, aldus Decroos. “En wij halen de kosten van de vergassing eruit met een klein plusje.” Haantjes die als embryo gedood worden, moeten daarentegen regelrecht naar Rendac en vormen een kostenpost voor de broederij.

Vallen de eendagshaantjes weg als voedingsbron, dan moeten de diervoederproducenten speciaal gekweekte muizen importeren uit het buitenland om deze voedingsbron te vervangen. “Hebben we dat dan liever”, vraagt Decroos zich af. “Wij hebben de aaibaarheidsfactor tegen, dat besef ik ook wel. Zo’n schattig kuikentje.” Van Meervenne: “Als we ratten doden, zou niemand ertegen zijn. Dierenrechtenorganisaties buiten dat uit.”

Uiteindelijk moeten we het probleem van de eendagshaantjes niet groter willen maken dan het is, zegt Decroos. “Het gaat maar om een haantje per inwoner elke 2 jaar. Waar praten we eigenlijk over? Maar zoveel miljoenen dode haantjes per jaar bekt natuurlijk gemakkelijk”, besluit Decroos over het imagoprobleem van de broederijsector.

Thor Deyaert

Lees ook in Pluimvee

Meer artikelen bekijken