Startpagina Veeteelt

Twee gevallen van sporidesminotoxicose in Vlaanderen

De voorbije weken werden op 2 rundveebedrijven (in het noorden van Antwerpen en in het Pajottenland) verschillende koeien aangetroffen met fotosensibilisatie door sporidesminotoxicose. Deze aandoening ontstaat na opname van een schimmeltoxine (mycotoxine) tijdens het grazen en werd recent ook in Nederland vastgesteld.

Leestijd : 3 min

De schimmel die traditioneel bekendstaat als Pithomyces chartarum groeit op afgestorven grasdelen in graasweiden. Warm en vochtig najaarsweer bevordert de groei en sporenvorming, waarbij het toxine sporidesmine vrijkomt. Bij kort afgrazen kunnen dieren meer van dit toxine opnemen, doordat ze dichter bij het afgestorven materiaal aan de bodem grazen.

Kan lever en galgangen beschadigen

Sporidesmine kan bij runderen en schapen de lever en galgangen beschadigen. Daardoor wordt fyllo-erythrine, een afbraakproduct van bladgroen, onvoldoende via de gal uitgescheiden en stapelt het zich op in het lichaam. Onder invloed van zonlicht kan deze stof huidbeschadiging veroorzaken, vooral op weinig of niet-gepigmenteerde huid. Dit noemen we secundaire fotosensibilisatie. De aandoening is niet overdraagbaar van dier op dier.

De gevoeligheid verschilt sterk van dier tot dier. De huidverschijnselen ontstaan doorgaans ongeveer 10 tot 14 dagen na blootstelling, maar het verloop hangt onder meer af van de opgenomen hoeveelheid toxine en de duur van de blootstelling.

Huidletsels en korstvorming

Bij de aangetaste dieren op de 2 rundveebedrijven ging de leverintoxicatie gepaard met fotosensibilisatie. De dieren vertoonden roodheid en korstvorming aan de neusspiegel en de slijmvliezen van de vulva. Ook op de uier, de spenen en de bleke huidgedeelten werden korstvormige letsels vastgesteld. Daarnaast kwamen abortus en vroeggeboortes voor.

Huidletsels op behaarde, niet-gepigmenteerde huid bij runderen.
Huidletsels op behaarde, niet-gepigmenteerde huid bij runderen. - Foto: DGZ

Ook bij schapen kan de aandoening ernstig verlopen en tot acute sterfte leiden. In Nederland is al sterfte bij schapen gemeld.

Bloedonderzoek en grasstalen ondersteunen de diagnose

Veehouders die de hierboven beschreven symptomen opmerken bij hun dieren moeten contact opnemen met hun dierenarts. Fotosensibilisatie kan wijzen op sporidesminotoxicose, maar heeft ook andere mogelijke oorzaken. Bloedonderzoek en microscopisch onderzoek van grasstalen helpen om de diagnose te stellen.

Bij bloedonderzoek kunnen verhoogde waarden van totaal bilirubine en GGT (gamma-glutamyltransferase) wijzen op een verstoorde galafvoer en schade aan de lever of galgangen. Ook LDH (lactaatdehydrogenase) kan verhoogd zijn, maar deze parameter is minder specifiek voor leverschade. Deze afwijkingen bewijzen op zichzelf geen sporidesminotoxicose. Ook dieren zonder zichtbare fotosensibilisatie kunnen al leverschade hebben.

De ‘handgranaatachtige’ schimmelsporen onder de microscoop.
De ‘handgranaatachtige’ schimmelsporen onder de microscoop. - Foto: DGZ

Voor het microscopisch onderzoek van grasstalen verzamelt men op minstens 5 verschillende plaatsen in de betrokken weide telkens minstens 25 gram gras. Snijd het gras kort tegen de bodem af en neem ook afgestorven grasdelen mee. Je mag het gras ook met de wortels nemen. Bij het microscopische onderzoek worden de typische ‘handgranaatachtige’ sporen opgespoord en geteld. Een sporentelling helpt om de mogelijke blootstelling in te schatten, maar meet niet rechtstreeks hoeveel toxine aanwezig is. Er kan een variabiliteit optreden in het te analyseren monster en ook niet alle stammen produceren evenveel sporidesmine. De dierenarts interpreteert het resultaat daarom samen met de klinische bevindingen en het bloedonderzoek.

Opstallen en ondersteunend behandelen

Stal de dieren op zodat ze niet verder kunnen grazen en geef ze kwaliteitsvol ruwvoer. Bescherm aangetaste dieren ook tegen direct zonlicht, zodat de huidletsels niet verergeren. Omdat de aandoening niet overdraagbaar is van dier op dier, moeten aangetaste dieren niet gescheiden van de rest in de stal geplaatst worden.

De dierenarts kan ZnO (zinkoxide) en/of ontstekingsremmers (NSAID’s) inzetten als ondersteunende behandeling. Herstel is mogelijk, maar de mate en duur ervan hangen sterk af van de ernst van de leverschade.

Vermijd te kort afgrazen, vooral bij warm en vochtig weer

Een goed weidebeheer helpt om het risico te beperken. Vermijd dat dieren de weide te kort afgrazen en zo meer afgestorven materiaal aan de basis van het gras opnemen. Wees extra alert tijdens warme en vochtige periodes in het najaar.

Je kunt de aanwezigheid van de schimmel niet betrouwbaar met het blote oog beoordelen. Afgestorven gras en roestverkleuring vormen op zichzelf geen bewijs dat de betrokken schimmel of het toxine aanwezig is. Bespreek bij een vermoeden met je dierenarts of onderzoek van de weide aangewezen is.

Wie vragen heeft over sporidesminotoxicose of meer informatie wil over fotosensibilisatie kan terecht bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) via helpdesk@dgz.be of telefonisch via 078 05 05 23.

DGZ

Lees ook in Veeteelt

Varkenshouders betaalden jarenlang te veel voor mestafzet door verouderde rekenformules

Varkens Verouderde rekenformules ramen de mestproductie van varkens gemiddeld 10% te hoog in. Hierdoor moesten varkenshouders de laatste jaren op zoek naar meer mestafzet dan eigenlijk nodig was, wat zorgde voor onnodige kosten. De Vlaamse regering update nu de rekenformules om eindelijk rekening te houden met een gestegen voederefficiëntie door evoluties in voeders en voedertechnieken en een verbeterde genetica.
Meer artikelen bekijken