Startpagina Veeteelt

Tekort aan biologisch eiwitvoer houdt aan

Op Europees vlak blijft er een tekort aan biologisch eiwitvoer voor biggen en jong pluimvee. Daarom staat Europa toe dat die diergroepen tot 5% niet-biologisch voer krijgen. Die uitzondering loopt eind dit jaar af en werd pas onlangs verlengd.

Leestijd : 3 min

Over het tekort aan biologisch eiwitvoer en de impact daarvan op de Vlaamse veehouderij stelde Leo Pieters van Vlaams Belang enkele vragen in de commissie Landbouw van 21 oktober. Het artikel over de toegestane verlenging door Europa vind je hier.

Tekort is structureel

Het Strategisch Plan Bio 2023-2027 wil de omzetwaarde van de biologische dierlijke productie, met inbegrip van zuivel, laten groeien tot 5% van de totale dierlijke productie in Vlaanderen. “Voor biologische varkens- en pluimveehouders botst die ambitie echter op een praktisch probleem: de beschikbaarheid van geschikt biologisch eiwitvoer voor hun jonge dieren. De Europese Commissie stelde eind september vast dat het tekort aan geschikt biologisch eiwitvoer voor varkens en pluimvee structureel is. Biggen en jong pluimvee hebben specifieke aminozuren nodig voor hun groei en welzijn”, duidde Leo Pieters.

Verlenging bevestigd

“Biologische veehouders kunnen daarom onder voorwaarden toelating krijgen om in het rantsoen van biggen tot 35 kg en van jong pluimvee maximaal 5% niet-biologisch eiwithoudend diervoer te gebruiken. Die mogelijkheid loopt op 31 december 2026 af. De Commissie gaf aan dat ze die met 10 jaar wil verlengen. Het nieuwe verslag van de Commissie van eind september maakt vooral duidelijk dat de sector na jaren van uitzondering nog altijd geen structurele oplossing heeft”, stelde Pieters.

Onvoldoende alternatieven

Op Vlaams niveau zijn er geen cijfers over hoeveel biologische varkens- en pluimveehouders gebruik- maken van de Europese uitzonderingsregel (derogatie). “De meeste Vlaamse biologische varkens- en pluimveehouders kopen voeder bij een voederfirma. Het aanbod bepaalt vaak of zij van de toelating gebruikmaken. Mijn diensten bespreken de afhankelijkheid regelmatig met de landbouworganisaties. Zo weten we dat er nood is aan de aminozuren in eiwitrijke voeders. Omdat het aanbod aan alternatieven nog onvoldoende is om deze derogatie te schrappen, steunen we de verlenging om bioveehouders niet in de problemen te brengen. Ik ga ervan uit dat er vanaf 1 januari geen onduidelijkheid meer is”, antwoordde minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns.

Uitdaging voor de biologische veehouderij

De vaststelling van de Europese Commissie dat geschikte biologische eiwitbronnen voor jonge varkens en jong pluimvee vandaag nog niet altijd in voldoende mate beschikbaar zijn, vormt volgens minister Brouns een uitdaging voor de verdere ontwikkeling van de biologische veehouderij. “Tegelijk mag dit niet los worden gezien van de inspanningen die reeds lopen om het aanbod van lokale biologische eiwitbronnen te versterken. Vlaanderen zet daarom in op een combinatie van teeltondersteuning en onderzoek”, heeft de minister gezegd.

Stelselmatig beter beschikbaar

“De groeidoelstellingen voor de Vlaamse biologische sector zijn gebaseerd op de verwachting dat de kennis over teelt, verwerking en voederformulering zal toenemen en dat nieuwe biologische eiwitbronnen stelselmatig beter beschikbaar zullen worden. Welke concrete vooruitgang tegen 2036 zal worden gerealiseerd, valt niet exact te voorspellen. Wel is het de verwachting dat de lopende inspanningen inzake onderzoek, innovatie en ketenontwikkeling zullen bijdragen aan een ruimer aanbod van geschikte biologische eiwitbronnen en dat die zo de verdere ontwikkeling van de biologische dierlijke productie zullen ondersteunen”, meende de minister.

Subsidies en onderzoek

De Vlaamse overheid ondersteunt de ontwikkeling van lokale eiwitbronnen via verschillende subsidie- en onderzoeksinstrumenten. Zo wordt de teelt van veldbonen ondersteund via een ecoregeling. Daarnaast komt ook luzerne in aanmerking voor steun via een agromilieuklimaatmaatregel. Ook via onderzoek wordt ingezet op de ontwikkeling en valorisatie van biologische eiwitbronnen. In dat kader werden reeds verschillende projecten uitgevoerd.

Bij die onderzoeksprojecten wordt niet enkel gekeken naar de teelttechnische en economische haalbaarheid van alternatieve eiwitbronnen, maar worden waar mogelijk ook effecten op dierprestaties, groei, productie en dierenwelzijn meegenomen. Zo wordt nagegaan in welke mate eiwitbronnen kunnen bijdragen aan een evenwichtige voeding die voldoet aan de nutritionele behoeften van de dieren.

Economische haalbaarheid is cruciaal

“De economische haalbaarheid blijft een belangrijke factor. In de praktijk zal de inzet van lokaal geproduceerde eiwitbronnen mee afhangen van hun concurrentiekracht ten opzichte van ingevoerde biologische of gangbare voeders”, besloot minister Brouns.

Filip Van der Linden

Lees ook in Veeteelt

Melkeiwitten blijven belangrijke groeier

Economie Raf Beyers, adviseur bedrijfsontwikkeling en risk management bij United Experts, overliep met ons de evoluties op de internationale zuivelmarkten in weken 39 tot 43. “ De eiwitprijzen blijven de zuivelmarkt domineren en vormen ook de belangrijkste drijfveer achter de stijgende melkprijzen.”
Meer artikelen bekijken