Startpagina Uw stem

Lezersbrief: Hoe kunnen we in Vlaanderen voldoen aan de Europese Nitraatrichtlijn?

Lezer Antoine Baecke kroop in zijn pen over de aanpak van de Nitraatrichtlijn. Hij pleit er in zijn analyse voor om álle nitraatbronnen in beeld te brengen en om gezamenlijk te zoeken naar alternatieven, zonder enkel de landbouw te viseren.

Leestijd : 4 min

Volgens Antoine Baecke moeten we ons daarbij de vraag stellen welke hoeveelheden nitraat alle betrokken sectoren in ons milieu brengen.

Concentraties en volumes

De metingen van concentraties geven niet de hoeveelheid nitraat aan, noch waar die nitraat vandaan komt. Het gebruik van enkel concentraties als maatstaf, criterium, norm of maatregel lost ons probleem niet op. We moeten ook de volumes in rekening brengen die afvloeien naar ons oppervlaktewater.

Is dit vraagstuk over hoeveelheid en afkomst oplosbaar? Ja, dat is het, als we kijken naar de beschikbare gegevens. Om zicht te krijgen op de hoeveelheid nitraat (NO3), moeten we concentratie vermenigvuldigen met de hoeveelheid liters of mg nitraat/l x liters = de hoeveelheid nitraat.

Waar komen die liters vandaan? Dit is een essentieel onderdeel van het vraagstuk. Een berekening voor Vlaanderen leert ons het volgende. Iets meer dan 55% van de oppervlakte van Vlaanderen zijn geen landbouwpercelen. Iets minder dan 45% van de oppervlakte zijn wel landbouwpercelen. Dit wil zeggen dat het regenwater voor 55% afkomstig is van buiten de landbouwpercelen.

De hoeveelheid regenwater die op de landbouwpercelen neervalt, is 45%, gezien de oppervlakteverhoudingen. Gemiddeld over de jaren wordt 7 à 8 maanden op een jaar in landbouwpercelen het regenwater gebruikt door de gewassen voor de groei ervan en loopt er in die maanden zelden water naar het oppervlaktewater. In de afgelopen 18 maanden van februari 2025 tot oktober 2026 is er vrijwel geen water uit landbouwpercelen naar het oppervlaktewater gelopen. Dit is met name het geval in vlakke gebieden, zoals de polders van West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen. De verwachting is, gezien de droge gronden en de lage grondwaterstanden, dat er gedurende een volle 2 jaar vrijwel geen water uit landbouwpercelen het oppervlaktewater zal bereiken.

De verhouding van de afstroming van regenwater naar het oppervlaktewater uit andere oppervlakten dan landbouwpercelen is hoger dan 55%. Dat komt doordat er in andere oppervlakten dan landbouwgebied veel verharding is door bebouwing (dorpen, steden, wegen, snelwegen, industriegebieden, spoorlijnen, parkeerterreinen, vliegvelden) en doordat hier het regenwater grotendeels af stroomt.

Daarbovenop komt veel water ons land binnen via rivieren zoals de Maas, Samber, Schelde, Leie en de IJzer. In de documentatie van Integraal waterbeleid van Vlaanderen worden deze hoeveelheden per stroomgebied vermeld. Een deel van dit rivierwater wordt gebruikt voor drinkwater en industriewater. Dit water komt weer in ons oppervlaktewater via lozingen uit de industrie, uit de zuiveringsstations en uit bedrijven en woningen. Wanneer men al de hoeveelheden in rekening neemt, betekent dit dat het merendeel van het volume van ons oppervlaktewater niet uit landbouwpercelen komt.

Nitraat komt van verschillende bronnen

Hoeveel nitraat komt nu van welke bron? Daartoe heb ik gedurende de laatste 10 jaar zoveel mogelijk informatie geraadpleegd die openbaar en in studies beschikbaar kwam. Veel informatie over nitraat is te vinden in documenten van onze overheidsdiensten, die hierover duidelijke up-to-date gegevens verstrekken in documenten en publicaties van onder meer VMM, Aquafin, VLM en van de universiteiten Gent, Brussel, Antwerpen, Leuven, Hasselt.

a. De hoeveelheid water uit zuiveringsstations rwzi’s en kwzi’s is in de rapportages duidelijk aangegeven, evenals de concentraties, zodat de totale hoeveelheid nitraat bekend is uit de zuiveringsstations.

b. Niet alle woningen zijn op zuiveringen of iba’s aangesloten. De aantallen niet aangesloten woningen worden vermeld, waardoor de hoeveelheden nitraat van niet aangesloten woningen bekend zijn. Over de concentraties nitraat van afstroming uit niet-landbouwgebieden zoals steden, dorpen, wegen, waterwegen, terreinen en natuurgebieden zijn onderzoeken en metingen te vinden uit wetenschappelijk onderzoek. Ook over fauna en wilde dieren en over vaartuigen bestaan gegevens over hun nitraatbijdrage.

c. De hoeveelheden water en concentraties uit de industrie en bedrijven zijn bekend via vergunningen.

Eerlijke, integrale aanpak

Willen we vooruitkomen om de nitraatproblematiek op te lossen, dan is het belangrijk om voor alle sectoren zowel concentraties als volumes te meten en in beeld te brengen, om te weten en te begrijpen waar de nitraat in ons oppervlaktewater vandaan komt. Zo kan iedere betrokken sector gericht werken aan de diverse bronnen waar reducties van nitraat effect sorteren om verbeteringen tot stand te brengen. Het genereren van meetgegevens verbetert de kennis om aan de eisen van de Nitraatrichtlijn te voldoen. De bedoeling is om ieder jaar vooruitgang te kunnen maken en om te weten wanneer we in de goede situatie komen te zitten, ook al vergt dit vele jaren.

Waarom krijgt de ene bron zoveel maatschappelijke en politieke aandacht, terwijl andere bronnen veel minder zichtbaar zijn in het publieke debat? Dat is een vraag die we onszelf moeten durven stellen. Ik pleit niet voor het ontzien van de landbouw. Ik pleit voor een eerlijke, integrale aanpak. Een aanpak waarin we alle relevante bronnen in beeld brengen, de daadwerkelijke milieubelasting meewegen en tegelijkertijd investeren in haalbare alternatieven. Want een verbod uitspreken op bepaalde concentraties bij één sector is één ding. Ondernemers vervolgens de mogelijkheid geven om verant-woord voedsel te blijven produceren, is minstens even belangrijk. Dat betekent niet dat we noodzakelijke maatregelen eindeloos moeten uitstellen. Het betekent dat we tijdig moeten investeren in innovatie, onderzoek, toelating van alternatieven en praktische oplossingen.

De landbouw is een relatief kleine groep in onze samenleving, maar vervult een grote rol in onze voedselvoorziening, inclusief de verwerking ervan. Juist daarom verdient deze sector een inhoudelijk en evenwichtig debat, geen tegenstelling tussen landbouw en milieu.

Verbinding zoeken

Als burger die zoveel mogelijk informatie opvolgt, voel ik de verantwoordelijkheid om verbinding te zoeken. Tussen landbouw en samenleving. Tussen economie en ecologie. Tussen de zorgen over onze leefomgeving en de dagelijkse praktijk van ondernemers. Schoon water, een gezond milieu én toekomstperspectief voor onze boeren en tuinders hoeven geen tegenpolen te zijn. Laten we daarom niet vooral naar elkaar wijzen, maar samen werken aan oplossingen die écht bijdragen aan minder vervuiling.

Pak nitraat aan bij de bron. Bij álle bronnen. En zorg voor perspectief!

Antoine Baecke

Lees ook in Uw stem

Meer artikelen bekijken