Startpagina Aardappelen

Naar de oorsprong van de aardappel

Van 27 tot 31 mei gaat het tiende aardappelcongres door in Cusco in Peru. Over de locatie is duidelijk nagedacht. Het is namelijk de bakermat van de aardappel. Peru wordt dan ook aanzien als de hoofdleverancier van de knol.

Leestijd : 3 min

Ook in België hebben we een belangrijke aardappelcultuur. Maar hoe geraakte die van Peru naar België? Welke geschiedenis er achter een van de belangrijkste voedingsgewassen voor de mens zit, werd onder meer uit de doeken gedaan in het Brussels Museum van de Molen en de Voeding.

En die geschiedenis gaat 10.000 jaren geleden terug. Waar nu Bolivia en Peru is, startten de jagers-verzamelaars toen met het kruisen van de eetbare aardappelsoorten. 7.000 jaar geleden ontstond de eerste gedomesticeerde aardappel. Toen de eerste agrarische gemeenschappen ontstonden werd duidelijk hoe belangrijk de aardappel wel niet was. Het was – en is – een veelzijdig product en zorgde ervoor dat de culturen in de Andes ontwikkelden. De Chiloe eilanden, dichtbij Chili, echter waren ook belangrijk aangezien daar de meest gecultiveerde aardappelsoort ontstonden.

Telen in de Andes

Aardappelen telen gebeurde dus in de bergen. Het was de gewoonte dat op lager gelegen delen de zaadgewassen groeiden, en hoger de knolgewassen, waaronder de aardappel. Aangezien er toen nog geen sprake was van opslag in loodsen, gebeurde de bewaring voor korte termijn gebruik ondergronds, in natuurlijk koude kuilen. Ofwel werden de aardappelen gevriesdroogd, met een techniek dat de chuño wordt genoemd. Hierbij worden de knollen eerst bevroren, waarna de bewoners met de voeten het vocht uit de knollen persen.

Voedselzekerheid

In die tijd zorgde de aardappel door zijn hoge voedingswaarde voor voedselzekerheid. Het liet toe dat de precolumbiaanse culturen konden uitbreiden en zo de eerste rijken in Zuid-Amerika ontstonden. Het belang van de aardappel werd duidelijk bij archeologische vondsten en cultuur. Op keramiek, urnen en potten vond men tekeningen van verse en gevriesdroogde aardappelen.

Ontdekt in 1537

De eetbare knol bleef niet enkel in de Andes en zijn verspreidingsgebied. In 1537 zou de aardappel ontdekt zijn door de conquistador Jimenez de Quesada die het vervolgens introduceerde op de Canarische eilanden en uiteindelijk Europa. De eerste aardappelteelt zou plaatsgevonden hebben in Spanje. Oorspronkelijk waren de Europeanen niet happig op de knol. Men dacht vooral dat het giftig was en dat het de oorzaak was van winderigheid. Men verwerkte het liever in veevoer.

Pas in de 18e eeuw kwam de aardappelproductie beter op gang, omdat er nieuwe rassen kwamen en politieke elites de consumptie van de aardappel begonnen te stimuleren om de honger aan te pakken. Eerst probeerde men brood te maken van de knollen, maar dat werd geen succes. Een latere en andere poging gebeurde bij Antoine Augustin Parmentier in de 18e eeuw. Die ontdekte tijdens zijn krijgsgevangenschap in de Zevenjarige Oorlog de voedingswaarde. Erna, terug in Frankrijk probeerde hij ook de aardappel te promoten. Pas nog later, toen de graanteelt getroffen werd door meerdere crisissen, werd de aardappel belangrijker als basisvoedsel, zodat in de 19e eeuw bijna iedereen wel eens een aardappel op zijn bord kreeg.

MV

Bron: Brussels Museum van de Molen en de Voeding

Lees ook in Aardappelen

6% minder aardappelproductie verwacht in de NEPG-zone

Aardappelen Tijdens de laatste meeting op 9 november schatte de North-western European Potato Growers (NEPG) dat de aardappelproductie voor de 4 belangrijkste productielanden (Nederland, België, Frankrijk en Duitsland) 6% lager is dan vorig jaar. Door de hoge productie- en bewaarkosten wordt in 2023 ook verwacht dat het areaal daalt.
Meer artikelen bekijken