Startpagina Actueel

Landbouwer beheert mee het landschap

Vijf jaar geleden begon het met een oproep van de minister van Landbouw, de Vlaamse Bouwmeester, ILVO, Ruimte Vlaanderen en het Departement Landbouw en Visserij. De opdracht aan de kandidaten was om projecten voor te stellen die een nieuwe dimensie of een nieuwe oplossing voor een ruimtelijke landbouwknoop in de steigers zetten. 28 voorstellen werden ingediend. Vijf voorstellen werden geselecteerd en kregen een begeleidingstraject op maat.

Leestijd : 5 min

O p het platteland en in de open ruimte komen tal van ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen samen. Met de verwachte bevolkingstoename stijgt de vraag naar voedsel, duurzame energievoorziening en nood aan recreatiemogelijkheden. Maar door de toenemende verstedelijking is er tegelijk steeds meer druk op ruimte en dus minder ruimte om aan landbouw te doen. De klimaatverandering zorgt bovendien voor meer overstromingen en langere periodes van droogte. De bodemkwaliteit staat onder druk en de grondprijzen pieken.

Om op deze uitdagingen een antwoord te bieden, is creativiteit nodig. Landbouw heeft als belangrijkste beheerder van de open ruimte nood aan goede ontwerpen, voorbeelden van vernieuwende bedrijfsvoering met een kwalitatieve meerwaarde voor landschap en samenleving. Maar de wereld van de ontwerpers en die van landbouwers liggen ver uit elkaar. Elke Vanempten: “Een strategische alliantie tussen landbouw, landschap en ontwerp dringt zich op. Het is vanuit dit idee dat de toenmalige minister van Landbouw samen met ILVO, het Team Vlaams Bouwmeester en de departementen Omgeving en Landbouw en Visserij in 2013 het traject Pilootprojecten Productief Landschap in het leven heeft geroepen.”

Pilootprojecten

Productief Landschap

Dat traject startte met een verkennend onderzoek uitgevoerd door Architecture Workroom Brussels (AWB) en Maat-Ontwerpers. Dit leverde vijf mogelijke werkvelden op: de herbestemming van (voormalig en bestaand) landbouwpatrimonium, de schaalsprong binnen landbouwbedrijven, het inzetten van kringlopen, een duurzaam en gecoördineerd waterbeheer en het potentieel van landbouwparken in verstedelijkt Vlaanderen.

In februari 2014 volgde de oproep om pilootprojecten in te dienen: een open uitnodiging aan landbouwers, landbouwbedrijven, landbouworganisaties en andere spelers met een sterke affiniteit voor landbouw en open ruimte. Men zocht én vond ambitieuze projecten die vernieuwende bedrijfsvoering combineren met een kwalitatieve wisselwerking met het landschap en de samenleving. Uit 40 ideeën en 28 finale kandidaat-dossiers werden er uiteindelijk vijf geselecteerd: de collectieve bioboerderij en pachthoeve De Kijfelaar (Herentals), het Landbouwpark Tuinen van Stene (Oostende), de Vleesveeboerderij Hoeve De Waterkant (Herk-de-Stad), de dakserre Agrotopia van Inagro op de REO-veiling (Roeselare) en stadslandbouw op een voormalig woonuitbreidingsgebied in Maasmechelen.

In de loop van 2015 en 2016 kreeg elk van die projecten begeleiding van adviseurs en experts. Samen gingen de landbouwers, projectregisseurs en ontwerpteams aan de slag, met als doel de effectieve uitvoering van de innovatieprojecten op het terrein en tegelijk lessen trekken uit de opgedane ervaringen. In de kaderstukken leest u hoe het twee van de vijf cases is vergaan.

Ervaringen

uit de pilootprojecten

Het stedelijk karakter van Vlaanderen biedt behalve uitdagingen ook heel wat kansen. Op het platteland en in de open ruimte worden oplossingen gezocht voor de veelal stedelijke vraagstukken zoals klimaat, energie en voedselvoorziening. Steden herontdekken almaar vaker de open ruimte in hun omgeving. De Pilootprojecten leren dat een structurele werking rond voedsellandschappen noodzakelijk en dringend is. Boven dien kunnen veel nuttige synergiën ontstaan door de werelden van landbouw en ontwerp samen te brengen. In het ontwerp van die open, rurale ruimte in Vlaanderen zit dus duidelijk nog veel potentieel.

Er zijn met andere woorden heel wat mogelijkheden voor een veerkrachtige landbouw in Vlaanderen, maar ook heel wat werkpunten. Er zijn kansen op ruimtelijk vlak , zoals onderbenutte dakoppervlakken van (toekomstige) bedrijventerreinen of vrijkomende hoeves die actieve of nieuwe landbouwers duurzame perspectieven kunnen bieden. Maar evengoed zijn er kansen op landbouwkundig vlak , waar een nieuwe generatie landbouwers op zoek is naar grond, gebouwen en samenwerkingsverbanden. Ook op beleidsmatig vlak zijn er tot slot kansen, want heel wat goedbedoelde initiatieven en regels kunnen de noodzakelijke innovatie bemoeilijken. Elke Vanempten: “Die kansen benutten vergt een volgehouden proactieve houding, samengelegde budgetten en gecoördineerde – al dan niet sectorale – initiatieven.”

Manifest van het Productief Landschap: 5 aanbevelingen

Uit die ervaringen konden de partners ILVO, Team Vlaams Bouwmeester, het Departement Omgeving en het Departement Landbouw en Visserij een manifest opstellen met vijf aanbevelingen, die nodig zijn voor een productief landschap met duurzame voedselproductie:

Blauwe klimaatdiensten : Van blauwe klimaatdiensten zoals wateropvang op landbouwpercelen met het oog op een betere waterkwaliteit en beter waterbeheer en waterbeheersing, moet werk gemaakt worden. Er is nood aan een kader op maat en begeleiding voor landbouwers. Een systemische aanpak moet ervoor zorgen dat de investeringen in klimaatdiensten echt renderen.

Transformatiebegeleiding : De cumulatieve effecten die druk uitoefenen op landbouwruimte moeten in beeld worden gebracht. Dit vergt de ontwikkeling van mechanismen waarmee landbouwers een faire kans krijgen om voort te boeren op een plek waar hun landbouwactiviteit maatschappelijk gewenst is. Een onafhankelijke en ontwerpende begeleiding is nodig, zodat gebiedsgericht, systemisch en effectief flankerend werk kan worden gemaakt van de overgang naar een maatschappelijk gewenste, duurzame en economisch rendabele landbouwbedrijfsvoering.

Een voedselregisseur : Een structurele werking rond (stedelijke) openruimteprojecten moet worden opgezet, samen met een netwerk van stedelijke voedselregisseurs die tijd en ruimte krijgen om actief aan openruimteprojecten en hun voedselverhaal te sleutelen. Om stadsnabije voedselproductie in Vlaanderen echt kansen te geven moet bij stads- of stadsrandontwikkeling structureler gewerkt worden rond voedsel dan vandaag het geval is.

Agrarische reconversie : Het bestaand en toekomstig agrarisch patrimonium moet zo optimaal mogelijk benut worden, in de eerste plaats door landbouw zelf. De cirkel van niet-landbouwkundig hergebruik moet worden doorbroken door de criteria te actualiseren van wat landbouw is. Ook omkeerbaar bouwen en andere maatregelen voor landbouwreconversie moet worden gestimuleerd.

Productieve stedelijke ruimte : Stedelijke verticale oppervlakte zoals daken biedt nog heel wat perspectieven voor productieve ruimte. Meervoudig ruimtegebruik moet eenvoudiger gemaakt worden door via regelgeving voedselproductie op daken en in andere stedelijke ruimtes mogelijk te maken.

Elke Vanempten: “De landbouwsector verandert voortdurend, net als de maatschappij. Globalisering, klimaatverandering, verduurzaming, verstedelijking en bevolkingsgroei zijn enkele trends die ruimte vragen en impact hebben op de landbouwbedrijvigheid. De landbouwer moet zich noodzakelijkerwijs continu aanpassen, maar die aanpassingen worden bemoeilijkt omdat individuele belangen niet altijd stroken met collectieve belangen en omdat beslissingen van private en publieke partijen het speelveld kunnen inperken. De aanbevelingen in dit manifest kunnen daar een oplossing voor bieden.”

Geen Pilootprojecten Productief Landschap 2.0

Voorlopig komt er geen Pilootprojecten Productief Landschap 2.0, maar de partners zijn wel benieuwd naar wat de actuele ruimtelijke vragen uit de landbouwsector zijn. Op welke gebieden is er nog het meeste nood aan ondersteuning? Met andere woorden: als landbouwers vandaag een pilootproject zouden indienen, wat zou dan het werkveld zijn?

ILVO

Lees ook in Actueel

FAVV-actie brengt risicozones rond zware metalen in groenten in Luik en Namen in beeld

Groenten In 2025 voerde het FAVV een gerichte controleactie in de provincies Luik en Namen uit. Daarbij liet het cadmium analyseren op gewassen die zijn geteeld in gebieden waarvan verondersteld wordt dat ze door historische industriële activiteiten vervuild zijn. De resultaten bevestigen dat er een verhoogd risico bestaat in die gebieden, waar de concentraties van zware metalen ook in de bodem hoger liggen.
Meer artikelen bekijken