Melk van op het water

H et idee van een drijvende boerderij ontstond in 2012. Minke en Peter van Wingerden zijn de initiatiefnemers. “Peter was tijdens de storm Sandy in New York”, vertelt Minke. “Die zorgde voor onvoorziene overstromingen in Manhattan. Gedurende meerdere dagen was geen aanvoer van vers voedsel mogelijk. Toen vroegen we ons voor het eerst af of productie op het water zou kunnen. Daarmee verkort je immers de milk miles en breng je de productie dichtbij. Dit betekent lokaal produceren, lokaal consumeren.”

Voedselproductie nabij de stad

De creatie van een nieuw voedselsysteem, een future food system, is belangrijk want de wereld staat onder druk. De wereldbevolking groeit. Meer en meer mensen gaan in de steden wonen. Die raken overbevolkt en er ontstaan transport- en milieuproblemen.

Hoe kan je daar iets aan doen? “Wij denken daaraan bij te dragen door op een klimaatadaptieve manier voedsel te produceren dichtbij de stad. 70% van de aardbol bestaat uit water dus waarom hiervan geen gebruik van maken om voedsel te produceren? En eigenlijk is er in iedere stad wel ergens water.”

Living lab

De Rotterdamse havenautoriteiten waren akkoord met het unieke project. De Floating Farm kon terecht in experimenteergebied.

“We huren er een kade en kregen daardoor het aanpalende dok ter beschikking. Dit project van een drijvend melkveebedrijf is een living lab . We laten hier zien dat het kan. Wat wij hier doen is uniek in de wereld. We doen dit weliswaar op kleine schaal. Er kunnen slechts 40 koeien op de Floating Farm.”

Minke en Peter kozen bewust voor een beperkt aantal dieren, het is een demoproject, maar natuurlijk ook omdat het financieel haalbaar moest zijn. “Dit is immers een particulier project, zonder subsidies. Dat betekent dat we financieel moeten roeien met de riemen die we hebben. De uitdagingen voor dit project waren geld genereren en de vergunningen rond krijgen. Als je met dergelijk initiatief start dan ben je bezig met de toekomst, maar je hebt te maken met de bestaande regelgeving. Dat levert dus wel wat spanning op.”

De financiering verliep via particulieren en aandeelhouders en zelf staken ze ook heel wat geld in dit project. De totale investering bedroeg zowat 2,7 miljoen euro. “Veel mensen vragen ons of het project wel lonend is, of het dus een goede business case is… Wij vinden van wel want voor een deel van de investering gingen we een lening aan. En om een lening te krijgen, moet je business case kloppen. Bij ons bestaat die uit de verkoop van melk en yoghurt, maar ook van vlees, en het organiseren van educatie en presentaties.”

Positieve aandacht voor landbouwsector

Doel van het project is om te laten zien dat je voedsel dichtbij de stad en op het water kan produceren. Daarnaast gaat het om reconnecting van de stadsbewoners met voedselproductie en over bewustwording hoe voedselproductie in mekaar zit. “Als je ziet hoeveel energie en liefde een boer moet geven aan de koeien vooraleer je melk hebt, dan zal je ook minder snel die melk weggooien en heb je meer respect voor het product”, meent mijn gastvrouw.

“Mede door de iconische architectuur van deze stal proberen we aandacht te vestigen op de agrarische sector. We maken er de landbouwsector wat aantrekkelijker, wat meer sexy, mee.”

Restproducten voor het rantsoen

De Floating Farm bestaat uit drie lagen. De onderste laag is het drijflichaam. “Aanvankelijk wilden we hier voeder – namelijk gras – voor de koeien produceren met ledlicht. Het drijflichaam bestaat uit betonnen bakken en het is er donker. We onderzochten dit met Philips maar al snel bleek dat dit niet voldoende zou zijn.

Hoe konden we dan wel de koeien voederen, zonder teveel voedertransport. We wilden de milk miles immers zo laag mogelijk houden. Toen bleek dat er in de stad Rotterdam veel restproducten beschikbaar zijn die ook geschikt zijn als diervoeder, richtten we ons hierop om een rantsoen samen te stellen.” Vandaag krijgen de koeien voeder vanuit vier reststromen: bierbostel van een kleine brouwerij, zemelen van een molen, gras van de golfbanen en voetbalterreinen en aardappelschraapsel van de frietfabriek. “Daarnaast beschikken we aan de rand van Rotterdam nog over een stuk land met weidevogels van Natuurmonumenten. Wij doen er het onderhoud, waardoor we voldoende hooi hebben. In totaal is dit voldoende voor ongeveer 80% van het voer. Agrifirm, onze voederadviseur, levert het aanvullend voeder. Samen met hen bekijken we hoe we zoveel mogelijk de koeien met lokale voedselstromen kunnen voederen.

Een student van Wageningen UR onderzocht trouwens recent hoeveel reststromen die als diervoeder gebruikt kunnen worden, er in Rotterdam beschikbaar zijn. Uit haar studie blijkt dat er voldoende is om 1.500 koeien te voederen. De vraag hoeveel koeien er nodig zijn om Rotterdam (Rotterdam telde in 2018 bijna 639.000 inwoners) van melk te voorzien, draaiden wij dus om door na te gaan hoeveel koeien we hier op deze manier kunnen voederen.”

Verwerking verloopt ter plaatse

De eerste etage bestaat uit de procesvloer, de educatie- en winkelruimte. Infopanelen sieren de muren.

Minke van Wingerden toont trots de bezoekersruimte op de Floating Farm.
Minke van Wingerden toont trots de bezoekersruimte op de Floating Farm. - Foto: AV

De melk komt er rechtstreeks van de melkrobot in de melktank. De melkverwerking, namelijk het pasteuriseren en het maken van yoghurt, gebeurt in hygiënisch ingerichte ruimtes achter glas. Alles moet immers voldoen aan de voedselveiligheidsnormen.

Op deze etage zit ook de voerkeuken waar alle voederstromen worden gemengd. Het voer gaat via een voerband naar boven waar de koeien huizen. Ook de gesepareerde mest belandt op deze verdieping. “De droge fractie gebruiken we voor de bedding van de koeien. De nutriënten uit de natte fractie gaan uiteindelijk terug naar de stad. Rotterdam gebruikt ze voor de bemesting van de plantsoenen, voetbalvelden en golfbanen. Het resterende water lozen we hopelijk binnenkort gewoon ter plaatse in het dok waar we gevestigd zijn. Die laatste processtap realiseren we hier vandaag nog niet, het moet voldoen aan strenge milieunormen. We ronden de laatste stappen hiervoor af in samenwerking met een gespecialiseerd bedrijf uit Engeland.”

Diervriendelijk koeienverblijf

De koeienstal beneemt de tweede verdieping. Het is de ereplek voor de koeien. De dieren staan op een rubberen vloer met gleufjes om voldoende grip te hebben. Een Lely-mestrobot houdt deze vloer proper. Door het droge rantsoen is dat vandaag niet zo evident, maar ook daaraan wordt gewerkt.

Ook de melkrobot is van Lely. Deze melkrobot is nu wat ruim gedimensioneerd, maar het project was omwille van budgettaire redenen gelimiteerd tot 40 koeien. In de melkrobot kunnen de dieren krachtvoer op maat vreten.

Verder is de stal ingericht met diervriendelijke rubberen EasyFix-afscheidingen tussen de ligbedden. Die zijn buigzaam waardoor ze geen letsels bij de runderen veroorzaken. In de ligbedden komen nog matrassen. De koeien beschikken ook over koeborstels. “Toeval wil dat deze gericht staan naar de kade. Hier staan dikwijls voetgangers en fietsers te kijken naar de stal. Het lijkt dan echt of de koeien zich mooi maken voor hun publiek”, lacht Minke van Wingerden.

Koeien van het Maas-Rijn-Yssel (MRIJ)-ras zijn robuust en rustig. Ze pasten zich op korte tijd prima aan.
Koeien van het Maas-Rijn-Yssel (MRIJ)-ras zijn robuust en rustig. Ze pasten zich op korte tijd prima aan. - Foto: AV

Het dakgebinte is gemaakt volgens het serrestalprincipe. Het is een erg open concept maar op termijn worden windschermen geplaatst voor bijkomende bescherming. De stal onderging op korte tijd al heel wat weerstypes. Maar de recente stormen en hitte stoorden de koeien niet echt. “Net als op de weide draaiden ze hun kont in de wind en gingen nadien weer liggen. Tijdens de hittedagen voerde boer Albert extra vroeg in de ochtend en ‘s avonds.” Gelukkig worden de dieren ook niet zeeziek. Per getijde beweegt het geheel, bijna onmerkbaar, zo’n 2 meter op en neer rond ijzeren palen.

Duurzaam water- en elektriciteitsverbruik

Op het water moet je zelfvoorzienend zijn inzake nutsvoorzieningen. “Voor de aanvoer van voeder en de afvoer van de mest zorgen we – zoals eerder aangehaald – zelf. We vangen al het regenwater op en dit wordt gereinigd in het drijflichaam. We gebruiken dit water als drinkwater voor de koeien. Die hoeveelheid is onvoldoende, maar we laten in dit living lab zien dat het kan.

De energieproductie gebeurt met zonnepanelen die naast de stal op het water liggen. Ook hier werd een kwinkslag gemaakt naar het project: samen hebben ze namelijk de vorm van een melkfles op het water. Binnenkort komt er op het terrein ook nog een (kleine) windmolen voor de productie van windenergie.

“We werken hier ook nauw samen met Microsoft. We genereren hier natuurlijk veel data. We willen die naast elkaar leggen en vergelijken, zodat we op basis hiervan kunnen sturen. Precision farming is immers de toekomst van de agrosector. Microsoft ziet ook dat de agrarische sector aantrekkelijk is voor dit soort automatisering.”

Brabantse MRIJ-koeien het water op

“We kozen voor koeien van het oerhollandse ras Maas-Rijn-Yssel (MRIJ)”, vertelt Minke van Wingerden enthousiast verder. “Dit ras ontleent zijn naam aan de regio waar het ras ontwikkeld werd. Het is een dubbeldoelras, met dus productie van melk zowel als vlees. Het is een rustig ras; wat gunstig is bij de vele bezoekers die we verwachten, dat goed voor zichzelf zorgt. Deze koeien zijn bovendien weinig ziektegevoelig.

We kochten deze koeien van een Brabantse veehouder die stopte met zijn bedrijf omdat hij geen opvolger had. Hij gaf zijn zegen voor de verkoop na een bezoekje aan de Floating Farm. Hij was blij met deze diervriendelijke stal. 13 mei was een bijzondere dag, want dan verhuisden de koeien naar hun nieuwe verblijf op het water. Dat ging vlot. We strooiden wat stro uit de oude stal waardoor de dieren hun weg naar boven vonden. Ze gingen er snel behaaglijk liggen in de ligbedden, een teken dat ze zich onmiddellijk comfortabel voelden. Ook dat vond de oude eigenaar geruststellend.

De koeien moesten wel wat wennen aan de robot, aangezien er op de thuislocatie een ander melksysteem werd gebruikt. Om dit aan te leren kreeg onze boer tijdens de eerste dagen en nachten de hulp van enkele ervaren veehouders uit de regio. De vele veranderingen hadden wel impact op de melkproductie, maar ook die gaat nu – twee maanden na de verhuis – weer in stijgende lijn.”

Boer Albert

Bij een boerderij – al dan niet op het water – hoort natuurlijk een boer. Boerenzoon Albert Boersen reageerde op een advertentie van Minke en Peter. Hij deed zijn eindwerk over stadslandbouw en bleek de ideale kandidaat om het dagdagelijkse beheer van deze unieke Floating Farm te doen. Hij volgt nu het reilen en zeilen van de koeien van heel nabij op.

Boer Albert volgt het reilen en zeilen van de MRIJ-koeien van nabij op.
Boer Albert volgt het reilen en zeilen van de MRIJ-koeien van nabij op. - Foto: AV

“Ik vind die verbinding met de stad, met de burgers, hier heel mooi”, reageert Albert Boersen. “Het is belangrijk om het verhaal van de melkproductie te kunnen vertellen. De Floating Farm is hiervoor de perfecte plek. Het is kleinschalig, maar het is wel een reëel bedrijf.”

Rechtstreekse verkoop

De melk is al een tijdje goedgekeurd voor verkoop. “We wilden bij aanvang eerst enkel gepasteuriseerde melk verkopen, maar dat hebben we aangepast. Mensen in de stad weten niet dat die oproomt, waardoor ze denken dat de melk slecht werd. Daarom lieten we nu een homogenisator installeren. Er is ook een rauwemelktap op het terrein. Rauwe melk heeft veel succes bij de allochtonen uit de omgeving. Die maken er vaak hun eigen yoghurt mee.”

Melk van ‘ons’ gras

Floating Farm deed vooraf twee bijeenkomsten om de buurtbewoners te informeren. “We kregen veel vragen, onder meer over mogelijke geurhinder. We ervaren vooral dat ze trots zijn dat dit drijvend melkveebedrijf in hun buurt ligt. Dit betekent immers wereldnieuws. We kregen al journalisten uit de hele wereld over de vloer. In alle hoeken van de wereld werd het nieuws gepubliceerd. Ze vinden het ook leuk dat het gras van hun populaire voetbalclub Feyenoord hier wordt omgezet in melk en dat ze die verse melk hier kunnen kopen. Zo krijgen we een mooie verbinding met de stedelingen, dat is waar we naar streven. Het werkt!

Dit havengebied is trouwens in transitie, het is een stadsuitbreidingsgebied. Over 10 tot 15 jaar staan hier veel huizen en kantoren. De huidige activiteiten verhuizen naar het nieuwe deel van de haven. Wij noemen die omschakeling in combinatie met onze Floating Farm transfarmation.”

De deuren van de Floating Farm werden al enkele weekends opgegooid. Bezoekers kunnen –mits betaling van een kleine toegangsprijs - vrij rondlopen, de uitleg staat op infopanelen. “Het was telkens een enorm succes. Het toont de nieuwsgierigheid, zowel van stedelingen als van boeren. Zelf leerden we welke vragen er nog leven en hoe we de bezoekersstroom vlot kunnen verwerken.” Groepen kunnen de boerderij na afspraak bezoeken.

Living Lab experimenteert verder

Intussen loopt ook een vergunningsaanvraag voor een ontwerp voor eierproductie en eentje voor groenten en kruiden via vertical farming. Voor dit laatste staat er momenteel al een proefcontainer op het terrein om dit verder uit te dokteren in samenwerking met de firma’s Priva en Philips.

Minke van Wingerden is trots dat ze met dit ambitieuze project twee Nederlandse innovatieve topsectoren – landbouw en water – konden verenigen. “Het is bovendien ook een mooi voorbeeld van circulaire economie. We kunnen dit principe hier werkelijk laten zien en aan de bezoekers duiden wat dit betekent.”

Anne Vandenbosch

 

Meer info: www.floatingfarm.be.

Volg boer Albert ook op Instagram @floatingfarmnl.

Meest recent

Meest recent