Frederik Covemaeker en Cindy Rosseel: ‘Eigen aanvoelen, gemak van werken en haalbaarheid centraal’

Het echtpaar Frederik Covemaeker en Cindy Rosseel, met dochter Eline.
Het echtpaar Frederik Covemaeker en Cindy Rosseel, met dochter Eline. - Foto: LV

Het zal in het eerste weekend van augustus ook in Dranouter bijzonder stil zijn. Normaal gezien wordt de buurt dan bevolkt door duizenden festivalbezoekers die volop genieten van het meerdaags muziekfestival, maar door de coronacrisis is er geen muziek, geen tenten en geen bezoekers, alleen maar stilte.

Veel tegenslag

Ook voor Frederik Covemaeker en Cindy Rosseel van het Lokerhof wordt het wennen. “Na de eerste graszaad-snede worden deze percelen gebruikt als parking voor de bezoekers van het festival Dranouter, en ook voor een van de campings van het festival.” Dit jaar niet dus.

Frederik Covemaeker (45) bleef niet gespaard van tegenslag. Toen hij 7 jaar oud was overleed in 1983 zijn vader-landbouwer door een ontplofte obus. “Mijn ene grootvader was ook al overleden, de andere volgde kort daarna. Mijn moeder zette daarna het bedrijf alleen voort en was ook altijd afhankelijk van betaalde hulp.”

Na zijn middelbare studies aan het VABI Roeselare bleef Frederik in 1993 onmiddellijk thuis om zijn moeder voltijds bij te staan. In 1998 leerde hij Cindy Rosseel kennen. “Ik kom helemaal niet uit een landbouwersgezin”, zegt Cindy, die in Klemskerke (De Haan) opgroeide, geboren én getogen aan de kust.

Ze is van opleiding laborant en oefende die job uit tot hun eerste zoon Jonas in 2003 werd geboren. Het koppel was in 2001 getrouwd en ze hadden intussen ook het ouderlijk bedrijf van Frederik samen overgenomen. Na Jonas (2003) volgden nog Jens (2005) en Eline (2009). “Het was onmiddellijk duidelijk dat we samen voor de verdere uitbouw van het landbouwbedrijf moesten gaan”, zegt Cindy.

Akkerbouw voor hem en varkens voor haar

Frederik bekommert zich over de akkerbouw, in totaal 68 ha. In het teeltplan zitten aardappelen, suikerbieten, tarwe, gerst, graszaad, erwten, bonen en wortelen. In het gesloten varkensbedrijf zijn er 240 zeugen en 2.400 vleesvarkens. “De vleesvarkens neem ik voor mijn rekening”, zegt Cindy. “De zeugen doen we samen, maar we kunnen wel de taken van elkaar overnemen als dat nodig is, bijvoorbeeld tijdens drukke veldwerkzaamheden. Het reinigen van de stallen is wel hoofdzakelijk mijn werk.”

Cindy Rosseel werkt voornamelijk met de varkens op het gemengd bedrijf.
Cindy Rosseel werkt voornamelijk met de varkens op het gemengd bedrijf. - Foto: LV

De uitbouw van het volledige landbouwbedrijf gebeurde stap voor stap. Beredeneerd, niet overhaast. “De overname van het bedrijf in 2001 was met de aankoop van een groot aantal ha landbouwgrond een grote financiële last. Het is een van de redenen waarom we toen voorzichtig zijn geweest met betrekking tot investeringen in de varkenshouderij. We hadden zo ook voldoende tijd om na te denken en aan te voelen hoe het verder moest met de varkens.”

Belangrijke bedrijfsbeslissingen worden het best goed beredeneerd én becijferd. “Vergeet niet dat we er toen hoofdzakelijk alleen voor stonden. Frederik was toen meer akkerbouwer en als laborante was ik ook geen varkens gewoon. Hadden we toen geluisterd naar onze erfbetreders dan had ons bedrijf er wellicht helemaal anders uitgezien en waren we er misschien niet meer. We hebben het bedrijf kunnen uitbouwen naar eigen aanvoelen, arbeidsgemak en haalbaarheid.”

Nieuwe varkensstal

In 2006 werd op het einde van de VLIF-reglementering met 40% subsidie voor grondgebonden emissiearme varkensstallen op de valreep nog beslist om een nieuwe stal voor vleesvarkens te bouwen. “Bedoeling was om zo efficiënt mogelijk gesloten te worden, uitgaande van onze bestaande 16 kraamstalplaatsen en de overschakeling naar een 5 wekensysteem”, zegt Cindy. “Zo kwamen we uit op een stal van 800 vleesvarkens, gecompartimenteerd: 4 groepen van 200 vleesvarkens.” De oude vleesvarkensstal werd afgebroken.

In 2013 zou de groepshuishouding verplicht worden. “Wat nu? Het ombouwen van de bestaande, verouderde zeugenstal was voor ons geen optie. We wilden een gesloten bedrijf blijven, rekening houdend met onze groepen van 200 vleesvarkens in de bestaande varkensstal.” Het Lokerhof zou vervolgens kunnen uitgebreid worden tot 240 zeugen en nog eens 1.600 bijkomende vleesvarkens. “Die zouden weer worden gecompartimenteerd per 200 vleesvarkens. We zouden daarvoor wel weer overschakelen naar een 3-wekensysteem en 400 biggen per leeftijdsgroep.”

Archeologische opgravingen op eigen kosten

Voor die uitbreiding werd in 2012 de vergunning in 2 fases aangevraagd. “Tegen onze verwachting in werd deze eigenlijk vrij vlug goedgekeurd. Er was wel een voorwaarde aan gekoppeld: nog voor de nieuwe regeling rond archeologie werden archeologische opgravingen opgelegd. Dat was zowel emotioneel als financieel een zware dobber. Ondanks de inspanningen van sommigen hebben we alle kosten zelf moeten betalen, op uitzondering van het vooronderzoek”, aldus Cindy.

In dat archeologie-onderzoek werd gezocht naar sporen van de middeleeuwen, sporen van de oorlog. “Oorlogen hebben met niemand compassie, zelfs al die jaren later niet.” De ontstaansgeschiedenis van het Lokerhof gaat terug op een oude kasteelsite, die behoorde tot ‘de Heren van Loker’, 12de eeuw. Na een brand werd het kasteel in de 16de eeuw afgebroken. “Het Lokerhof werd in WO I gebruikt als kampplaats achter de frontlinie. In april 1918 kwam het Lokerhof in de frontlinie te liggen na de verovering van de Kemmelberg door het Duitse leger.”

De bestaande hoeve werd toen volledig plat gebombardeerd en in 1921 heropgebouwd, enkele meters verder zoals het nu nog is. “Had de hoeve niet gebombarbeerd geweest en toen heropgebouwd geweest op dezelfde plaats, dan hadden we die archeologische kosten niet gehad. Wederom gestraft door de oorlog”, zegt Cindy. “Alle archeologische kosten zijn op rekening van de bouwheer. Je moet ook zelf alles daarvoor organiseren: bureaus aanschrijven, offertes aanvragen. Je wordt die verplichting opgelegd, maar je moet wel je plan trekken. De controle en toezicht houden deden ze natuurlijk wel.”

Crisis in de varkenssector

Toen alles rond archeologie was afgewerkt en de nieuwe zeugenstal er stond, sloeg de crisis in de varkenssector ongemeen hard toe. “De prijzen zakten in elkaar. Daarbovenop, alsof alles nog niet erg genoeg was, kregen we nog een enveloppe met de oranje kleur in de bus in het hele PAS-verhaal. Dat was zo oneerlijk. In 1 klap voelden we de grond onze voeten wegschuiven en lag onze toekomst aan diggelen. We hadden toen echt geen idee hoe het met het bedrijf verder moest”, aldus Cindy.

Gelukkig liep het allemaal nog zo’n vaart niet. “Alles werd on hold gezet, maar onze vergunning bleef wel geldig. Maar toen die vergunning dreigde te vervallen en we waarschijnlijk nooit meer een nieuwe gingen krijgen, waren de regels voor oranje bedrijven gelukkig wat aangepast. We beslisten in 2017 om dan toch de nieuwe stal voor de vleesvarkens te bouwen.”

Tegelijkertijd werd ook gestart met de eigen aanfok van jonge zeugen. “Het sanitair aspect daarvan is onbetaalbaar. De jonge gelten doorlopen heel het bedrijf tot ze uiteindelijk weer in dezelfde kraamstal komen waar ze geboren werden. Dit resulteert dan ook meteen in betere productiecijfers”, aldus Cindy, die erop wijst dat het voor haar en haar man Frederik heel belangrijk is dat ze in alles wat ze hebben gedaan altijd hun zelfstandigheid hebben kunnen bewaren.

Bijleren door actief sociaal leven

Door de coronacrisis en de lockdown verlopen de contacten natuurlijk ook totaal anders, ook die met de buitenwereld. “We leren ook graag bij van onze collega’s, tenminste als die daar voor openstaan. We zijn ook lid van de producentenorganisatie VPOV. We hebben dat lidgeld al voor vele jaren dik terugverdiend”, zegt Cindy. Dan wordt gedacht aan interessante informatie met betrekking tot de vergelijking van prijzen, toeslagen, adviesvoederindekking… “In kleine groepjes varkensboeren is er nu ook gestart met technische benchmarking vleesvarkens.”

Frederik Covemaeker en Cindy zijn ook al vele jaren lid van een bedrijfsleiderskring akkerbouw en varkens. “Daarin worden prijzen vergeleken, de boekhouding, de resultaten, de regelgeving… Maar tussendoor steken we ook heel veel op bij een kopje koffie, onze dagelijkse bezigheden, belevenissen, problemen… Het zijn niet alleen productiecijfers die het einde van de rekening bepalen of betalen.”

Onzekere toekomst

Over de jaren heen heeft het gezin ook het belang ontdekt om af en toe een uitlaatklep te hebben. “Er is veel meer in het leven dan pakweg varkens en aardappelen. Jens en ik zijn fervente supporters van KAA Gent geworden en pikken regelmatig een voetbalwedstrijd mee”, zegt Frederik. Beiden zijn ook lid van een supportersclub. “Het is belangrijk om eens het hoofd te kunnen leegmaken en er daarna weer keihard tegenaan te gaan.” “We proberen er in de zomervakantie ook eens een weekendje op uit te trekken. Of gewoon eens lekker op het gemak anoniem een namiddaguitstapje maken. Dat kan zo’n deugd doe. Ook dat moeten we nu allemaal missen”, zegt Cindy Rosseel.

Wat de toekomst betreft, is het koffiedik kijken. “We voorzien geen verdere uitbreiding in de varkens. Door het verbod op vloeibare kiemremming moet verder nagedacht worden over de toekomst van onze aardappelteelt. Onze loods is niet geschikt voor de vergassing van de kiemremming. Wat de verdere toekomst betreft, zijn we er nog niet uit.”

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent