Startpagina Melkvee

Wat verandert er voor I2-bedrijven inzake IBR-aanpak?

Op zondag 24 mei ging het mini-KB IBR van start. Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) vatte de nieuwigheden voor I2-bedrijven samen.

Leestijd : 3 min

Met het mini-KB IBR neemt de sector verdere stappen die noodzakelijk zijn om het IBR-virus volledig uit te roeien en maatregelen om het verlies van het IBR-vrije statuut te beperken.

Maar wat verandert er door dit mini-KB concreet voor I2-bedrijven? En wat wordt er nu verwacht van de resterende I2-bedrijven binnen het bestrijdingsprogramma?

Concrete acties in het kader van de handel

Voer bij aankomst van een dier op je bedrijf altijd een tweede bloedonderzoek uit, want dat is vanaf nu verplicht voor alle I2-bedrijven (behalve voor I2-afmest) en elk verhandeld rund (ongeacht leeftijd en origine), dit 28 tot 50 dagen na aankomstdatum. Let wel, als blijkt dat een dier bij aankomst IBR-drager is, kan het niet worden toegevoegd tot het bedrijf.

Breng je als I2-bedrijf dieren in de handel? Weet dan dat runderen van een lager statuut (I2 of I2D) tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen die afkomstig zijn van en bestemd zijn voor vrije bedrijven (I3/I4). Geef daarom steeds duidelijk aan dat jouw dieren afkomstig zijn van een I2-statuut. Veemarkten en handelaars kunnen je hierover specifieke richtlijnen geven.

Ongewijzigd bij de handel

Zowel de primovaccinatie bij aankoop als het eerste bloedonderzoek binnen de 5 dagen na aankomst blijven behouden voor I2-bedrijven.

Afvoer van IBR-dragers kan nog steeds enkel ofwel rechtstreeks naar het slachthuis ofwel naar een I2-afmestbedrijf.

De maatregelen bij aankomst gelden ook wanneer een rund terugkeert naar het bedrijf (herintroductie).

Opsporen van IBR-dragers blijft ongewijzigd

Het opsporen van IBR-dragers gebeurt via de jaarlijkse serologische screening waar DGZ I2-bedrijven bij begeleidt. In volgende stappen – wellicht najaar 2020 – zullen termijnen vastgelegd worden voor verplichte afvoer van IBR-dragers naar het slachthuis of I2-afmestbedrijven. Hou hier nu al rekening mee en voorkom dat je jongvee ondanks vaccinatie toch besmet wordt.

Concrete acties omtrent IBR-vaccinatie

Hou nu rekening met de nieuwe wettelijk bepaalde maximumleeftijd van vaccinatie: bij primovaccinatie is dit uiterlijk 6 maanden in plaats van 10 maanden.

Bij rappel/hyperimmunisatie is dit uiterlijk 12 maanden (in plaats van 16 maanden)

Op bepaalde probleembedrijven is nóg vroeger vaccineren dan de wettelijke termijn aangewezen omwille van te hoog besmettingsrisico van het jongvee. Dit neem je best op met je bedrijfsdierenarts.

Ongewijzigd bij vaccinatie

Als meer dan 10% van de dieren in de leeftijdscategorie 12-24 maanden tijdens de laatste serologische screening IBR-drager is, kan enkel de bedrijfsdierenarts de vaccinaties uitvoeren en niet meer de veehouder zelf, met uitzondering van bedrijven die de voorgaande 4 jaar hun IBR-vrij statuut verloren hebben.

Concrete acties om virusverspreiding binnen en buiten het bedrijf te beperken

DGZ zal vanaf nu aanbevelingen opstellen voor bedrijven waar meer dan 15% van de aanwezige runderen in de leeftijdscategorie 12 -24 maanden IBR-drager zijn om de virusverspreiding te verminderen. Deze bedrijven kunnen een beroep blijven doen op de begeleiding die DGZ én de bedrijfsdierenartsen bieden.

Wordt er op uw bedrijf een klinische IBR-uitbraak vastgesteld? Dan is het vanaf nu verplicht om een risicoanalyse uit te voeren. Contactbedrijven (bijvoorbeeld weideloop) kunnen op de hoogte gebracht worden en mogelijk een opvolgingstest opgelegd krijgen.

Ongewijzigde items in kader van virusverspreiding

Weidebeloop op I2-bedrijven is nog steeds toegestaan (met uitzondering van I2-bedrijven die opgeschort zijn en I2-afmestbedrijven) op voorwaarde dat contact tussen eigen runderen en deze van aangrenzende weiden vermeden wordt.

Behaal zo snel mogelijk het IBR-vrij statuut!

Op 26 mei 2020 zijn er in Vlaanderen nog 922 I2-bedrijven. Op I2-bedrijven zijn mogelijk nog IBR-dragers aanwezig, daarom wordt op deze bedrijven gevaccineerd om de verspreiding van het virus te verminderen. Het doel van de sector is dat alle I2-bedrijven zo snel mogelijk het IBR-vrije statuut behalen en dus doorgroeien naar I3.

IBR26mei
Figuur: DGZ

Op de I2-bedrijven waar nog IBR-dragers aanwezig zijn dient alles in het werk gesteld worden om te vermijden dat er nieuwe IBR-dragers bijkomen. Niet alleen op het bedrijf zelf, maar ook om te vermijden dat het virus een besmettingsbron vormt voor vrije bedrijven. Door zo snel mogelijk het IBR-vrij statuut te behalen, zorgen zij er mee voor dat het IBR-virus uit de Vlaamse rundveestapel kan verdwijnen.

 

Meer weten over de aanpak van IBR op jouw bedrijf? Contacteer je bedrijfsdierenarts om een plan van aanpak op te stellen of de helpdesk van DGZ op tel. 078 05 05 23 of e-mail helpdesk@dgz.be.

Lees ook in Melkvee

Zonne- en windenergie combineren voor een gelijkmatigere voorziening

Agribex Een landbouwbedrijf kan niet zelfvoorzienend genoeg zijn. Leen Mertens en haar vader kozen er 3 jaar geleden bewust voor om extra zonnepanelen te leggen, en om dit te combineren met een windmolen en batterijen voor opslag. “Zo kunnen we het maximum uit ons bedrijf halen”, vertelt Leen.
Meer artikelen bekijken