Startpagina Economie

‘Europese politiek heeft juist baat bij een sterke landbouwlobby’

Weinig sectoren zijn zo zwaar gereguleerd en gesubsidieerd als de landbouw. Op het niveau van de EU worden de krijtlijnen bepaald, waarbinnen de 27 lidstaten beleid moeten maken. Waar besluiten vallen en de belangen groot zijn, zijn er lobbyisten. Met Pieter Verhelst (Boerenbond) spraken we over hun rol.

Leestijd : 7 min

Het landbouwbeleid wordt al vele decennia in grote mate bepaald op het niveau van de EU. In het Verdrag van Rome in 1957, toen de Europese Economische Gemeenschap werd geboren, werden de doelen van het landbouwbeleid vastgelegd. Momenteel wordt onderhandeld over een hervorming van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het budget lijkt omlaag te gaan. Er moet meer gewerkt gaan worden vanuit doelen in plaats van middelen, met dus meer invloed voor de lidstaten.

De politici die besluiten over deze ingrijpende veranderingen worden continu benaderd door lobbyisten. In het officiële lobbyregister van de EU staan 11.000 namen geregistreerd. Maar: het register is vrijwillig en het werkelijke aantal ligt veel hoger. Sommige bronnen denken dat het aantal lobbyisten dat van EU-ambtenaren (circa 40.000, waarvan driekwart in dienst is van de Europese Commissie) overstijgt.

Pieter Verhelst is namens Boerenbond actief in het Brusselse circuit. Samen met 1 collega is Verhelst, lid van het hoofdbestuur van de landbouworganisatie, geaccrediteerd om in het Europees Parlement rond te lopen. Zonder accreditatie kom je de gebouwen alleen in door aangemeld en opgehaald te worden door iemand die er werkt. Boerenbond is lid van Copa, een Europees verbond van landbouworganisaties. Copa werkt in de EU-lobby structureel samen met Cogeca, een verbond van organisaties die landbouwcoöperaties vertegenwoordigen.

Verhelst onderstreept de belangrijke positieve rol die de lobby – hij noemt het zelf liever ‘het gestructureerde middenveld’ - speelt, door te wijzen op de oorsprong van de Europese landbouwlobby. “Copa en Cogeca zijn mede op vraag van toen de Europese Commissie opgestart, om een partij te hebben om van gedachten te wisselen en relevante informatie te delen. Wat de lobby inbrengt is de specifieke techniciteit die politici vaak al helemaal niet hebben maar eigenlijk de Europese administratie ook niet. De Europese administratie heeft betrekkelijk weinig mankracht ten opzichte van de administraties van de lidstaten. Er zijn Europese grootsteden met meer ambtenaren… Daarnaast brengt de lobby een diepte in het debat en context voor het voetlicht,” denkt Verhelst. “De Europese politiek heeft juist baat bij een sterke landbouwlobby.”

Hoe wordt de landbouwlobby gepercipieerd?

Als je een financieel eigenbelang dient, dan word je vlugger weggezet als een lobbygroep die ten koste van het maatschappelijk belang opereert. Dat geldt voor ons, maar ook voor de auto-industrie, de chemie… wat betreft de ngo’s is er geen sprake van een financieel belang – of in elk geval ogenschijnlijk niet. Dus wordt men als sympathiek gezien. Maar er zit wel een ideologie achter en natuurlijk hebben zij ook financiële belangen. Ook Greenpeace wil haar organisatie graag in stand houden en uitbouwen.

Waar bestaat een lobby inhoudelijk uit?

Heldere, eenduidige standpunten opstellen en delen, in woord en schrift. En daarbij altijd rekening houden met tegenargumenten en met gevoeligheden. Je moet jezelf kunnen verplaatsen in de ‘andere kant’ om een goed afgewogen beleid voor te stellen, waar breed draagvlak voor kan zijn. Het inbrengen van heel eenzijdige standpunten werkt sowieso niet.

Je netwerk - je adresboekje - en het gemak waarmee je dat kunt aanspreken doet heel veel. En dat doe je via recepties, lunchen... Dat doe je om gezichten te kunnen plakken op nota’s en tussenkomsten. Maar het werk is en blijft het opstellen van argumenten, die het belang en de techniciteit van een accent dat je wil leggen voor het voetlicht brengen. Je moet een ambtenaar ‘helpen’, zonder domweg te pushen. Je moet andere argumenten ook behandelen en respecteren. Argumentatie beknopt opbouwen, rekening houden met de context. Liefst zelf de ‘numbers’ zo sterk mogelijk maken. Kijk: deze mensen en organisaties staan achter mij.

Van de kant van ngo’s hoor ik vaak: ze zijn verdomd machtig. Ze krijgen zelfs als enige inspraak als de Raad van landbouwministers samenkomt.

Het landbouwbeleid evolueert toch lang niet altijd zoals wij het willen, wat een teken is dat er vandaag ook een sterke groene lobby is. Er worden gewasbeschermingsmiddelen verboden, er wordt bezuinigd op inkomenssteun… het is niet alsof het beleid volledig wordt gedicteerd door Copa-Cogeca! Vanuit Ngo’s wordt inderdaad de klacht opgeworpen dat Copa in de marge van de Landbouwraad inspreken. Misschien moeten zij eenzelfde inspraakrecht regelen daar waar zij de meest direct betrokkene zijn, dus in de Raad voor het Leefmilieu. Dan moeten ze wel 1 spreekbuis hebben want er zijn nu veel tinten groen.

Boerenbond vertegenwoordigt de meeste Vlaamse boeren, maar er zijn nog Brussel en Wallonië.

ABS is niet betrokken bij Copa maar FWA wel. Op het Europese toneel moet België positie innemen. Daarom sluiten we voor de echt grote dossiers binnen Agrofront kort, met de FWA, maar dus ook met ABS... België heeft een contingent stemmen op het Europese toneel. Verdeeldheid leidt vaak tot een onthouding en daar wordt niemand beter van.

Bij wie lobby je het meest? In eigen land, de Commissie, het Parlement?

De inzet hangt af van de fase van het dossier. Is een wet in voorbereiding, dan ga je naar de Commissie. Zij hebben het initiatiefrecht. Als het voorgesteld is, verschuift de Commissie naar de achtergrond. Dan kan het Parlement bijsturen met amendementen en kan er een tussenkomst in de Raad plaatsvinden. Voor de Raad werken we natuurlijk richting de regionale en Belgische landbouwministers. Daarna volgt de zogeheten trialoog, waarbij iedereen in beeld is.

Werkt Team België vooral samen met Noord- of Zuid-Europa?

Dat houdt verband met de politieke cultuur waar we bij aanleunen. In de praktijk is dat Zuid-Europa. Hoewel we letterlijk zo tussen Noord en Zuid-Europa zitten en qua mentaliteit ook, passen we voor onze dossiers in het Europese spel het best bij de opstelling Latijnse en katholieke culturen. Veel meer dan bij pakweg de Scandinavische landen. Zie bijvoorbeeld de flat-rate (hectarepremie). In Nederland had men al flat-rate beslist voordat het Europees beslist was, Duitsland ook, dus gingen we in Zuid-Europa. Ook als we naar het budget kijken, zien we een groot verschil tussen Noord- en Zuid-Europa.

Een veteraan-journalist zei me eens: België is Europees als land een nonfactor geworden. Als de deelstaten het oneens zijn, stemt de landbouwminister niet eens.

Ja, toen België een unitaire staat was, was de invloed groter. Toch is dat volgens mij niet de belangrijkste reden dat we aan invloed hebben ingeboet. De grootste verandering was de komst van Oost-Europa. Politiek zijn zij een vreemde wereld voor ons, en omgekeerd. Het is ingewikkelder geworden… katholiek versus protestant en Latijns versus noordelijk. Dat was overzichtelijk. De Duitsers en Oostenrijkers zijn veel beter dan ons geplaatst om bruggen te slaan. Maar we zijn als geheel nog niet in staat om gemakkelijk consensus te vinden.

Welke overwinningen behaalde de ‘Belgische’ landbouwlobby?

De snelle flat-rate haalde het niet als enige optie voor de herverdeling van de inkomenssteun, terwijl als je in het begin de koppen telde er weinig aan te doen viel. Met het ‘Ierse’ model waar we sterk hebben op ingezet, kan de inkomenssteun meer geleidelijk worden herverdeeld. Ook de quotumdiscussies waren voor België moeilijk. We konden niet tussenkomen omdat Vlaanderen en Wallonië op een andere lijn zaten. Maar in de vetcorrectie, een technisch aspect, is wel een zware toegift geweest. Een ruime uitbreiding eigenlijk van het quotum, wat in de Belgische context goed was.

Over welke nederlagen baalt u?

Wat me gefrustreerd heeft over GLB: de vergroening en het vaste idee dat er 3 maatregelen moesten zijn die voor heel Europa hetzelfde waren. De groene lobby hield daar heel sterk aan vast. Er is geen gemiddelde Europese boer… Laat ons de ruimte om dat in te vullen op een manier die voor ons het verschil kan maken. De groene lobby speelde het hard, en zei dat als de regels niet voor iedereen hetzelfde zijn men onder de lat zou doorgaan. Uiteindelijk was het resultaat heel ongelukkig. Men heeft met die one-size-fits-all 7 jaar verloren eigenlijk. En dan zo geportretteerd worden als: jullie hebben het uitgehold, het werkt niet...

Hoe groot is het belang van de Eurocommissaris?

Het verschilt per keer. Dat de Eurocommissaris nu een Pool is, had een troef kunnen zijn. Polen heeft een sterke landbouwgemeenschap, de sector is belangrijk voor het land en heeft nog veel opportuniteiten. Maar hij is geen lid van 1 van de 3 grote politieke families. Ciolos, een Roemeen die perfect Frans spreekt, werd door Frankrijk gepiloteerd. Wojciechowski heeft geen sterke fractie of natie als bondgenoot naast zich staan en bespeelt een interne Poolse agenda. Hij zoekt eerder het conflict met andere landen.

Op papier dient een landbouwcommissaris altijd het Europese belang, niet dat van zijn lidstaat.

In principe werkt men in het Europese belang maar in nevendossiers, bij kleinere beslissingen, wordt het accent gelegd dat hun lidstaat beter past dan een andere. Voor brexit kwam er snel een steunpakket voor de Ierse land- en tuinbouw, niet toevallig. De Eurocommissaris van dienst, Phil Hogan, was Iers. Ciolos regelde een premie van 5.000 euro voor kleine boeren… zonder veel voorwaarden. Goed voor Roemeense kleine grondeigenaren… De Oostenrijker Franz Fischler zette niet toevallig in op plattelandsbeleid.

Zorgt de lobby voor een democratisch deficit?

Vroeger was er een echt gebrek aan transparantie. Er was een kleinere, besloten Raad, de obscuurdere Commissie en een machteloos Parlement. Er is nu weinig reden tot klagen. Als er 1 instelling is die heel transparant is, dan wel de EU. Ingewikkeld soms, maar het kan en wordt goed gevolgd, terwijl in onze federale politiek journalisten zich vaak beperken tot verhalen over de poppetjes. Op Vlaams en federaal niveau zie je zelden omvangrijke strategiedocumenten open en bloot voor iedereen openliggen. Het proces is wel complexer en trager, maar dat is de prijs die je betaalt voor samenwerking met veel landen.

Jan Cees Bron

Lees ook in Economie

Belgapomprijs vlakt terug af na stijging

Aardappelen Vorige week steeg de Belgapom-notering voor de eerste keer sinds februari. Deze week blijft de prijsnotering voor de rassen Fontane en Challenger dezelfde als vorige week, 400 euro/ton (zonder btw).
Meer artikelen bekijken