Startpagina Liefhebberstuin

Winterajuin: nu zaaien of straks planten

De teelt van winterajuin is een risicovolle onderneming. Het is één van de langstdurende teelten in de moestuin, winterplantajuin heeft een teeltduur van ongeveer 9 maanden en winterzaaiajuin zelfs een teeltduur van 12 maanden, en hoe langer de teeltduur hoe groter het risico op ziekten en plagen. Deze teelt staat in de winter ook bloot aan natte periodes en extreme temperaturen wat nog extra risico's oplevert. Maar omdat we als gevorderde tuinier willen aantonen dat we wel iets meer kunnen dan radijsjes of sla kweken en omdat er nu toch genoeg plaats is in de moestuin, laten we ons door al deze gevaren niet afschrikken.

Leestijd : 5 min

M aar gelukkig worden we de laatste jaren echt wel verwend. De lang uitlopende zomers en de talrijke nazomertjes zorgen voor ideale omstandigheden om nog een late teelt op te starten. De bodem is droog en goed te bewerken zonder risico op structuurbederf, de temperatuur (van de bodem) is voldoende hoog voor een spoedige kieming van zaden of een snelle wortelontwikkeling van het plantgoed en er is nog voldoende licht om de fotosynthese en dus de groei vlot te laten verlopen. Zo kunnen we nu nog starten met de teelt van o.a. wintersla, winterspinazie, winterpostelein, kervel, veldsla en voor de durvers: winterajuin.

Soorten uien en hun teeltwijze

De ui ( Allium cepa ) is een overblijvend, meerjarig bolgewas, dat in de moestuin geteeld wordt als 1- of 2-jarige teelt. Bij de ui komen grote verschillen voor in bolvorm, bolkleur en periode van afrijpen. Ook de teeltwijze kan verschillen afhankelijk van het ras. Zo onderscheidt men ondermeer, zaai-, plant-, en winteruien . Zaaiuien zijn uien die in het voorjaar (of als het winteruien betreft, in de late zomer) ter plaatse worden gezaaid en in hetzelfde jaar uitgroeien tot volwassen uien. Plantuien behoren tot dezelfde groep als de zaaiuien, maar de teelt verloopt over 2 seizoenen, waarbij in het eerst seizoen, door professionele telers, vroeg en dicht op elkaar gezaaid wordt. De nog kleine uitjes worden al half juli geoogst en het volgende seizoen (of nog hetzelfde najaar als het gaat om rassen van winterui) gebruikt als plantgoed voor de teelt van plantajuin. Winterui , dit zijn zeer sterke uienrassen die in ons klimaat normale winters goed kunnen overleven, als ze maar niet op natte gronden geteeld worden. Men kan winterui kweken vertrekkende van zaad (zaaien eind augustus, begin september) of vertrekkende van plantuitjes (deze zijn nu verkrijgbaar in de handel) die wat later (half september tot eind oktober) geplant kunnen worden. Bedoeling van de teelt van winterui is om al vroeg op het seizoen, zo rond half juni, verse uien te kunnen oogsten. In de literatuur en bij ervaren tuiniers staat deze teelt, omwille van het bevriezingsgevaar in strenge winters en het risico op afsterven in natte tuinen, gekend als een risicoteelt. Maar als het lukt, m.a.w. als het weer meezit, heeft men al vroeg verse uien en kan men, in vergelijking met de gangbare teelt, ruim een maand eerder bewaarajuin oogsten.

Winteruien teelt technisch

Wie nog winterajuin wil zaaien mag niet lang maar wachten. De ideale periode hiervoor is eigenlijk eind augustus, maar gezien de goede weersomstandigheden is begin september zeker nog niet te laat. Te vroeg zaaien geeft kans op bloemstengelvorming, terwijl bij te laat zaaien de plantjes niet meer voldoende uitgroeien, waardoor ze niet of minder winterhard zijn. Het pootgoed of de plantajuintjes van winterajuin is vanaf begin september beschikbaar in de handel en wordt bij voorkeur tussen half september en half oktober gepoot. Winterajuin doet het goed op de meeste bodemtypes, als de bodemstructuur maar goed is en de standplaats niet te nat (zeer belangrijk voor winterajuin). Winterajuin kan best geplant/gezaaid worden op grond die in het voorjaar goed bemest is. Wordt gestart op armere, lichtere grond dan kan eventueel een kleine hoeveelheid blauwe korrel gestrooid worden na het spitten van de grond, alvorens de grond goed fijn te maken. Kies in elk geval voor een meststof met een niet al te hoog stikstofgehalte (N), anders krijgt men te veel loofgroei en kleine uien. Een hoog kaliumgehalte (K) zorgt voor een krachtige smaak van de ui en zorgt ervoor dat deze lang en goed bewaard kan worden. Een goede startbemesting voor winterajuin, zeker op lichte gronden, is patentkali aan 30 gr/m². Het plantuitje wordt zachtjes in de grond geduwd tot het topje nog net boven de oppervlakte komt. Soms worden de pas geplante uitjes door vogels weggepikt, in dat geval kunnen ze met een dun laagje grond afgedekt worden, zodat ze niet meer zichtbaar zijn voor de vogels. Planten gebeurt op rijen met een onderlinge afstand van 25 cm en 10 cm afstand tussen de uitjes in de rij. Zaaien gebeurt op rijen met een onderlinge afstand van 25/30 cm en 8/10 cm afstand in de rij.

0nderhoud van de teelt

Onkruidbeheersing: Bij ajuin is overwoekering door onkruiden een van de grootste bedreigingen. Door zijn opgaande groeiwijze geeft ajuin alle kansen aan de onkruidzaden om te kiemen en onbelemmerd te groeien. Daarom is het belangrijk tijdig te starten met wieden en dit tijdens de hele teeltduur regelmatig te herhalen. Bij het wieden van grotere onkruiden bestaat immers het risico dat de ui mee losgetrokken wordt en daardoor verdroogt. Schoffelen is af te raden omdat de ui slechts oppervlakkig wortelt en zelfs al bij zeer ondiep schoffelen de kans bestaat op ernstige beschadiging van de uienworteltjes. Bij het hernemen van de groei in het voorjaar kan eventueel een lage dosis samengestelde meststof tussen het gewas gestrooid worden (lage N en hoge K-verhouding).

Winteruien.
Winteruien.

Oogstperiode

Groot voordeel van winterajuin is dat hij reeds vroeg in het voorjaar (vanaf eind april) oogstbaar is als jonge busselui voor directe consumptie. Vanaf eind juni hebben we een nieuwe oogst verse ajuin ter beschikking en na het afrijpen (zo’n dikke 3 weken vroeger dan de gewone plantajuin) en drogen kunnen we ze net als de gewone ajuin nog een hele periode bewaren in droge omstandigheden.

Rassen

- Radar: het bekendste ras winterplantajuin, kwalitatief een van de betere gele winterplantajuinen.

- Shakespeare: de sterkste winterplantajuin. Gele ajuin met goede bewaareigenschappen die hij dankt aan zijn goede huidvastheid.

- Red Electric: rode winterplantajuin (ook verkrijgbaar als zaaiajuin). Vormt glanzende donkerrode uien met inwendig mooie rode ringen.

- Snowball: een sterke, witte plantajuin, die ook afgerijpt mooi wit blijft. Geeft een goede opbrengst en heeft goede bewaareigenschappen.

- Knoflook: ook knoflook is nu te koop in de tuincentra. De tot teentjes gesplitste look kunnen op dezelfde manier uitgeplant worden als plantuitjes. Het beste planttijdstip is eind september tot eind oktober. In het najaar geplante knoflook geeft dikkere bollen dan knoflook geplant in het voorjaar. De look is dan al oogstbaar in juli, een volle maand vroeger dan knoflook geplant in het voorjaar.

GB

Lees ook in Liefhebberstuin

Vaste planten geven kleur aan je herfsttuin

Liefhebberstuin Tijdens de herfst zijn de schitterende bladkleuren van de bomen, maar ook bessen, kleurrijke vruchten en fraai gevormde zaaddozen rijkelijk aanwezig, maar ook de zomerbloeiers en de terrasplanten, die nu stilaan uitgebloeid raken. Voor wie echter niet genoeg kan krijgen van bloeiende planten zijn er heel wat vaste planten die nu op hun mooist zijn en die de zomer verlengen met een flink scheut kleur in de tuin.
Meer artikelen bekijken