Syngenta ambieert 20 ton wintertarwe in nieuw project

Syngenta streeft 20 ton wintertarwe per hectare na in het nieuwe project.
Syngenta streeft 20 ton wintertarwe per hectare na in het nieuwe project. - Foto: Syngenta

H et zaaizaad- en gewasbeschermingsmiddelenbedrijf Syngenta pakt in 2020 uit met een gewaagd project. Door alle expertise en kennis in de markt te bundelen, willen ze de graanteler vooruit helpen met het streven naar een hogere opbrengst. 20 ton wintertarwe per hectare is het streefdoel. Dit lijkt alleszins hoog gegrepen als je weet dat de gemiddelde opbrengst dit jaar en de laatste jaren rond de 11 à 12 ton bedroeg.

Om dit doel te bereiken, is rekening houden met alle aspecten in het productieproces. Zo zal er worden gefocust op grondbewerking, zaaitechniek, maar ook op gewasbescherming en bemesting. Verder wordt nagedacht over het inzetten van de juiste machines, gecombineerd met smart farming. Op die manier wil Syngenta een duurzame graanteelt opzetten, waarbij men meer opbrengst kan verkrijgen met minder middelen. “Natuurlijk moet je starten met een goede grond en goede genetica”, geeft Edward Vander Linden van Syngenta Benelux mee. Syngenta werkt dan ook met eigen zaaizaad en gewasbescherming.

Verschillende partners

De andere partners worden ingezet naar eigen sterktes. Voor bodembewerking, zaaitechniek en meststofstrooien wordt gekeken naar Lemken. CNH komt in beeld als het gaat om smart farming technologie, zoals sensoren. Hun producten worden dan ook gebruikt in het project, zoals de CropXplorer en de SoilXplorer uit de AgXtend-lijn. Het in de basis Israëlische bedrijf ICL zal dan weer de meststoffen leveren, namelijk Polysulphate dat perfect aan de behoeften van de plant kan voldoen. Inagro ten slotte zal zich ontfermen over de data die verkregen worden van de percelen. Op basis hiervan zal Inagro advies kunnen verstrekken in de vorm van taakkaarten.

De proeven zelf werden uitgevoerd op praktijkpercelen van 2 landbouwers, aan het Interra Farm in Ittre (Waals-Brabant), en op percelen in Ooike (Oost-Vlaanderen). “Op die manier kunnen we 2 teeltsystemen met elkaar vergelijken”, vertelt Vander Linden. “Echter, concrete oplossingen kunnen uit één jaar proefvoering niet aangeboden worden, daarvoor zijn meerdere jaren nodig.”

Grondbewerking en zaaitechniek

Voor de grondbewerking en zaaitechniek gekeken naar de expertise van Lemken. In Ittre werd niet-kerend bewerkt met een Karat voorzien van smalle beitels. Die gaf goede resultaten ondanks de regen van de vorige dagen. In Ooike koos men om te ploegen met de Juwel 8V isobusploeg. Ook hier waren de resultaten bevredigend, met een goed losse grond.

Inzaaien gebeurde op beide locaties met een VarioPack in de fronthef, gecombineerd met een Zirkon 12+ Saphir 8. Over heel het veld werd een zaaidiepte aangehouden van 2 cm. Bovendien werd er gevarieerd met zaaddensiteit, om het verschil in opkomst te meten. Hieruit bleek dat meer zaden inzaaien niet nodig is. Met 300 zaden per m² was de opkomst al zeer goed. Stijn Vercauteren van Lemken is enthousiast over het project: “Het laat ook ons toe bij te leren over het agronomische aspect, en na te denken over Smart Farming”, klinkt het.

Gleam uitzaaien

Voor zaaizaad kijkt Syngenta vooral naar het eigen gamma. De ogen zijn gericht op het wintertarweras Gleam. Dit ras deed het volgens de LCG-resultaten zowel in de kustpolder als in de leem- en zandleemstreken het heel goed deed qua opbrengst, met respectievelijk een gemiddelde van 103,1% en 105,0% ten opzichte van de getuigerassen. “Het is een voedertarwe met een gemakkelijk te telen profiel, en is bovendien resistent tegen de oranje tarwegalmug. Momenteel behoord Gleam tot de meest uitgezaaide rassen in België”, vertelt Roel Van Avermaet namens Syngenta.

Syngenta legt zich bovendien al enkele jaren toe op de hybride tarwegerstrassen, die gemiddeld over de laatste 3 jaar 7% meeropbrengst kunnen bieden. De ontwikkeling van hybride gerst gaf ons goede inzichten voor de ontwikkleing van hybride tarwe. Het is de bedoeling dat we binnen dit project ook met de eerste hybride tarwe aan de slag gaan.“Het gaat hier om een betere plant in het algemeen”, aldus Van Avermaet. “Het heeft minder water en stikstof nodig, waardoor de teelt duurzamer wordt. De kosten zullen hoger zijn dan normaal zaad, maar dat haal je zeker uit de opbrengst uit.” Ten slotte wordt benadrukt dat efficiënte zaaizaadontsmetting, zoals Vibrance duo, onontbeerlijk blijft; hierdoor ontwikkelen de wortels beter en krijg je een sterkere plant.

Gericht meststoffen strooien

Voor het bemesten in Ittre werd ook een Lemken machine gebruikt, namelijk de Polaris 14/3200. Voor de strooimeststof zelf, is ICL partner in het project. Die stelt voor om in het najaar al 100 kg Polysulphate per ha toe te dienen, dat kaliumsulfaat, magnesiumsulfaat en calciumsulfaat bevat. In het voorjaar is het de bedoeling terug te komen met het product Agromaster, een gecoate meststof op basis van ureum en zwavel die toelaat om de beschikbare voedingsstoffen gecontroleerd te laten vrijkomen. Dit leidt tot minder uitspoeling en vervluchtiging.

Een kwalitatieve meststof is één ding, het precies toedienen is een ander cruciaal aspect. En hier komt CNH kijken met hun AgXtend productgroep, en dan specifiek de CropXplorer en de SoilXplorer. Hiermee kunnen de gewassen als de grond worden gescand. Door de bodem te scannen kom je bijvoorbeeld meer te weten over de EC-waarde, de waterhuishouding en de bodemstructuur. Door het gewas te scannen kan de biomassa, alsook de N-opname in kaart brengen. Hier zijn 2 types sensoren mogelijk: de CropX Active die vooraan de tractor op een boom kan worden gemonteerd, en de CropX Basic, die gemonteerd kan worden aan de spiegels. “Elk systeem heeft zijn eigen voordelen. In ieder geval zijn we in staat om het volledige potentieel van het veld te gebruik, doordat we in real time de dosis kunnen aanpassen en strooien”, klinkt het

Smart Farming en data interpreteren

In heel het project zal heel wat data verzameld kunnen worden door de verschillende partners, over de bodem, de gewassen, gebruikte meststoffen en gewasbescherming. Inagro kan dan de terugkoppeling maken met de opbrengsten, en advies geven in de vorm van taakkaarten voor de komende jaren. Zo zou men kunnen variëren in zaaidichtheden of meststoffen.

Dit jaar bleek alvast dat er een goede correlatie was tussen de scans en de opbrengsten, maar de variatie in opbrengsten varieerde enorm. Edward Van der Linden: “Soms bedroeg de gemiddelde opbrengst 6 ton, terwijl op andere plaatsen de opbrengst 15 ton per ha was. Volgend jaar wordt de proef herhaald, met nog meer een focus op het optimaliseren van de inputs, smart farming en toepassen op basis van verkregen data. Maar vooral: op dit moment moeten we vooral nog veel leren”, klinkt het concluderend.

Marlies Vleugels

Meest recent

Meest recent