verbod op groei via NER-MVW
Aantal dieren op bedrijf
Deze doelstelling vertaalt zich in de nutriëntenemissierechten (NER): dat zijn individuele en verhandelbare rechten die op basis van mestproductie bepalen hoeveel dieren in een bedrijf mogen worden gehouden. De NER’s worden toegekend aan een landbouwer, aan 1 of meerdere exploitanten, die elk 1 of meerdere exploitaties kunnen hebben en waarbij er geen autonoom beheer is aangetoond van de afzonderlijke leden.
Elke landbouwer heeft de verant-woordelijkheid om de nutriënten van zijn bedrijf correct te beheren. Het principe is dus: de landbouwer moet ervoor zorgen dat hij voor een bepaald jaar niet meer dierlijke mest produceert dan toegelaten volgens de nutriëntenemissierechten.
De NER-MVW worden uitgedrukt in NER-MVWr (rundvee), NER-MVWv (varkens), NER-MVWp (pluimvee) en NER-MVWa (andere). Met die specifieke NER-MVW kan men alleen de overeenkomstige diersoort houden. De toegekende NER-MVW kun je niet overdragen, tenzij het om een volledige bedrijfsoverdracht gaat. Dat is het algemene principe.
Uiteraard bleef het mogelijk om het bedrijf uit te breiden. Dat kan door de overname van de nutriëntenemissierechten van andere bedrijven of door bijkomende nutriëntenemissierechten te ontvangen die niet verder overdraagbaar zijn. Daartoe moet men aan een aantal randvoorwaarden voldoen, zoals een bewezen efficiënte mestverwerking.
Uit het VLM-Mestrapport 2020 blijkt dat in 2019 in totaal 311 miljoen NER beschikbaar waren. De hoeveelheid was voornamelijk gestegen door de toekenning van de NER-MVW in het kader van de uitbreiding na bewezen mestverwerking. Van de 311 miljoen NER in 2019 waren er 270,5 miljoen NER-D en 40 miljoen NER-MVW. Daarnaast werd een tijdelijke hoeveelheid NER-D (TNERD-D) toegekend in het kader van natuurbeheer, wetenschappelijk onderzoek, onderwijs of beheer van onroerende goederen. In 2019 ging het in totaal over ongeveer 547.000 TNER-D.
Van de 311,0 miljoen NER in 2019, is 40,5% toegekend voor rundvee, 41,8% voor varkens, 16,1% voor pluimvee en 1,7% voor andere dieren. De initieel toegekende NER-D voor een bepaalde diersoort kunnen ook gebruikt worden voor het houden van andere diersoorten.
Zodra de NER-D van een bepaalde diersoort verhandeld worden, geldt dat enkel dieren van die bepaalde diersoort kunnen gehouden worden met de overgedragen NER-D. De toegekende NER-MVW of TNER-D voor een bepaalde diersoort mogen enkel gebruikt worden om die bepaalde diersoort te houden.
“Snel ingrijpen nodig”
Om de veestapel te plafonneren, heeft Vlaanderen nu beslist om de uitbreidingsmogelijkheid via de NER-MVW tot 31 december tijdelijk te schorsen. Hiervoor wordt het uitvoeringsbesluit bij het Mestdecreet dan ook gewijzigd.





