Marcel Heylen: “Vorig jaar stonden 5 van mijn koeien in de top 7 van hoogste productie in Vlaanderen”

Samen met zijn kleinzoon toont Marcel trots zijn koe Rivanhoe, die een productie van 10.000 kg vet en eiwit behaalde.
Samen met zijn kleinzoon toont Marcel trots zijn koe Rivanhoe, die een productie van 10.000 kg vet en eiwit behaalde. - Foto: SN

Zijn ouders gingen op pensioen, waarna Marcel en zijn jongste broer in 1984 elk de helft van de koeien overnamen. Dat waren er 17 per persoon. Vandaag staat zijn huis vol met prijzen voor zijn topkoeien van eigen kweek.

Opstart van landbouwbedrijf

Marcel studeerde voor onderwijzer, maar ging jaren lang van interim naar interim. Dat was hij beu. Zijn vrouw Chris had eerst twijfels bij de overstap naar een landbouwbedrijf, maar ze steunde Marcel in zijn keuze. De voorwaarde was wel dat ze zelf niet op het bedrijf moest helpen. Chris was verpleegster en had geen affiniteit met de landbouw.

De vader van Marcel was ambulancier op de Britse basis en deed thuis het werk op de akkers, want hij had niet echt een band met de koeien. Zijn moeder werkte thuis en verzorgde de dieren. Het koppel fokte alles zelf en heeft nooit koeien of vaarzen bijgekocht.

Na hun pensioen werden de koeien verdeeld onder de 2 zonen. “Een tante die bij ons inwoonde, legde alle identiteitskaarten op tafel en trok zo één voor één een kaart voor ons”, vertelt Marcel. “Ik had spijt van 2 koeien, maar met de rest was ik zeer tevreden.”

Altijd gewerkt met KI

“Mijn ouders werkten zo lang ik me kan herinneren al met kunstmatige inseminatie (KI). Zij waren bij de eersten. Zelf ga ik ook steeds op zoek naar de stier die volgens mijn gevoel het best op elke koe past. Daar kan ik uren naar zoeken en daar heb ik geen hulp bij nodig. Een inspecteur ziet de koeien maar één keer en maakt zo een momentopname die als basis dient om via een paringsprogramma een goede stier te zoeken. Uit ervaring weet ik dat koeien zeer sterk kunnen veranderen naar mate ze ouder worden.

Zo was onze topkoe Keur Qase als vaars ingeschreven met 84 punten voor algemeen voorkomen en 85 punten voor benen. Toen zij op de leeftijd van 14 jaar opnieuw door de inspecteur gekeurd werd, kreeg ze 92 punten voor benen en 90 punten voor exterieur.

Dat is waarom ik liever zelf een stier zoek. Ik kijk bijvoorbeeld ook naar het karakter en de melkbaarheid van de koe. Dat is altijd best goed gelukt, want in 2017 had ik mijn eerste 10.000 kg vet- en eiwitkoe met als vader een stier uit Australië. Mijn tweede 10.000 kg vet- en eiwitkoe was een dochter van een Franse stier.”

MRIJ gekruist met Holstein

“Ik startte met Kempense roodbonte Maas-Rijn-IJsselvee-koeien en vanaf 1985 heb ik die gekruist met Holsteins. Toen ik in 2007 40 koeien had, kocht ik een melkrobot. Eerst kreeg ik geen VLIF-steun omdat ik zogezegd geen leefbaar bedrijf had met 40 koeien, maar men hield rekening met het aantal koeien en niet met de productie.

Ik had dat jaar de 2de hoogste productie in Vlaanderen met gemiddeld 12.000 l. Het algemeen gemiddelde was toen 7.000 l. Mijn bedrijf kon dus zeker bedrijven van 70 koeien evenaren. Na een overbodig onderzoek kregen we dan toch die VLIF-steun.”

Opfok van jongvee

Marcel heeft zijn eigen manier van aanpak bij het jongvee: “Mijn kalveren krijgen koemelk tot een leeftijd van 3 maanden. Dat heb ik altijd zo gedaan en dat zal niet veranderen. Dat zie ik als één van de redenen waarom onze vaarzen zo’n hoge productie halen. De kalveren zitten tot 6 maanden op stro. De eerste 14 dagen zitten ze in afzonderlijke kotjes waar ze melk krijgen. Dan gaan ze naar afzonderlijke iglo’s, waar ze voordroog, korrels en melk krijgen. Na 1,5 maand krijgen ze 12 l melk per dag. Dan zie ik ze héél goed groeien.

Stierkalveren voor de verkoop laat ik in de zomer wel eens bij de koeien lopen. Dan zie ik heel goed het verschil in grootte met kalveren die van de speenemmer drinken. Bij de moeder drinken ze veel meer en daarom ben ik ook meer liters beginnen geven. Ze kunnen dat gemakkelijk verzetten en ze hebben zo een heel goede jeugdgroei.

Sommigen zullen hun ogen opentrekken als ze dat horen, maar de resultaten bewijzen dat het werkt. Een andere techniek waar discussies rond zijn, is het droogzetten van koeien. Ik zet mijn vaarzen in 80% van de gevallen niet droog. Dat doe ik pas als ze minder dan 10 l geven. verschillende koeien staan daardoor nooit droog. Naar mijn gevoel kunnen die koeien de volgende lactatie nog even goed een topproductie leveren. Een goed voorbeeld daarvan is één van mijn 100.000 l koeien. Die heeft nooit droog gestaan en haalde toch een topproductie.”

Topkoeien

Marcel heeft bij de start van zijn boerderij verschillende doelen opgesteld: een 100.000 l koe, een 10.000 kg vet- en eiwitkoe, een excellente koe en een stier bij de KI.

Ondertussen heeft hij die doelen met glans behaald. Marcel overloopt trots zijn prestaties: “Ik kweekte de afgelopen jaren 6 100.000 l koeien, 2 10.000 kg vet- en eiwitkoeien, 1 excellente koe, en de eerste sterkoe van Vlaanderen. Ik had ook 10 keer de vaars met de hoogste productie van Vlaanderen. In 2020 stonden 5 koeien van mij in de top 7 van Vlaanderen voor hoogste productie.

Ik ben dus wel een beetje trots op mijn bedrijf. Zo won ik in 2005 ook de Dairy Management Award voor beste melkveetechniek. Dat was een prijs voor de beste technische prestaties op vlak van ruwvoeder, melkproductie, eiwitgehalte in de melk en langleefbaarheid van de koeien. Nu bestaat die prijs niet meer, maar het bord dat ik daarvoor kreeg, staat nog mooi te pronken op mijn erf. Ook de trofeeën die ik won, staan verspreid in huis of in een open kast.”

In deze kast staan enkele prijzen die Marcel doorheen de jaren won.
In deze kast staan enkele prijzen die Marcel doorheen de jaren won. - Foto: SN

Debby en Nancy

De eerste keer dat Marcel een 100.000 l koe had, was in 2002. Die koe heette Carine. Vijf jaar later, in 2007 gaf ook de dochter van Carine, genaamd Feltonca, 100.000 l. “Met Feltonca mochten mijn vrouw en ik naar de show van Debby en Nancy in de opnamestudio in Lint”, lacht Marcel. “Daar kregen we een bon voor een weekendje weg en een cabrio om een weekend te gebruiken.”

Namen voor elke koe

“Carine was ook de eerste koe bij ons waarbij we embryotransplantie (ET) lieten uitvoeren. Daaruit werd toen Eureka geboren. Die heeft 50.000 l gegeven. Een kalf daarvan was Ivanhoe, die heeft 72.000 l gegeven. Daarna kwam Rivanhoe en dat was onze tweede 10.000 kg vet en eiwit koe. Rivanhoe is nu bijna 15 jaar oud en heeft al meer dan 140.000 l gegeven (zie foto).

Elke koe krijgt hier een naam en elk jaar beginnen die namen met een andere letter van het alfabet. Ik heb vroeger altijd gezegd dat ik wel bijna klaar zal zijn met werken als het alfabet rond was, maar nu zit ik al terug aan de letter G”, lacht Marcel.

“Ik begon op mijn 11 jaar met het bijhouden van een groot namenboek. In een atomaschriftje schreef ik in een aantal kolommen de naam van de vader, de naam van het kalf, de geboortedatum, de naam van de moeder en de kleur. Ik kan nu dus een stamboom van onze koeien maken tot in 1967. Sommige namen keren terug omdat ik vind dat die ook nu nog bij de kalveren passen, maar soms veranderen de namen door omstandigheden. Zo mochten mijn kleinkinderen bijvoorbeeld al eens een naam kiezen.”

In de woonkamer hangt een schilderij van Nessaja and Peace, moeder en dochter. Peace (roodbont) is geboren via embryotransplantatie en was de eerste vaars op het bedrijf die meer dan 50 l per dag gaf.
In de woonkamer hangt een schilderij van Nessaja and Peace, moeder en dochter. Peace (roodbont) is geboren via embryotransplantatie en was de eerste vaars op het bedrijf die meer dan 50 l per dag gaf. - Schilderij: Luc Degrande

Begonnen zonder quotum

“Tijdens de eerste maanden na de opstart had ik nog geen quotum. Dat had mijn broer overgenomen samen met het ouderlijk bedrijf. Dat zorgde ervoor dat ik na een paar maanden geen melkgeld meer kreeg, en dat was echt niet aangenaam. Toen ik uiteindelijk toch quotum toegewezen kreeg, kreeg ik het melkgeld terug. We moesten starten met een quotum van 114.000 l, maar toen ik kon aantonen dat onze koeien een stuk meer melk gaven, kregen we een quotum van 172.000 l.”

Hoge productie

“Voor een hoge productie heb ik altijd ingezet op 3 punten”, vertelt Marcel. “Genetica, management en gezondheid. Op gezondheid ben ik heel streng. Wij hebben al sinds 2008 het vrij statuut van IBR, en we doen al sinds 2006 mee aan het paratuberculoseprogramma. Verder waren we in 2012 bij de eersten die ear notchen bestelden om BVD te onderzoeken.

Sinds 2009 ben ik ook begonnen met het fokken op hoornloosheid. 80% van onze koeien is nu ongeveer hoornloos, net als 90% van het jongvee. Verschillende van hen zijn al homozygoot hoornloos. Dat wil zeggen dat je daar een stier op kan zetten met hoorns, maar de kalveren zullen altijd hoornloos zijn. Dat komt doordat de groei van hoorns enkelvoudig recessief is.”

Altijd sociaal geëngageerd

Marcel ziet zichzelf als iemand die kritisch is: “Je kan kritisch zijn op het systeem en alleen maar klagen, maar je kan er ook zelf iets aan proberen te doen. Ik heb mij altijd sociaal geëngageerd. Zo was ik van 1987 tot 1999 secretaris van de veevereniging van ons gewest. Van 1990 tot 2011 was ik, net als mijn vader in de jaren 70, voorzitter van de bedrijfsgilde van Geel.

Wij waren syndicaal zeer actief. Zo heb ik er mede voor gezorgd, door een bezoek aan de bevoegde minister, dat een gebied dat volgens de beschrijving in de begeleidende nota uitermate geschikt was voor inkleuring als Natura 2000-gebied, uiteindelijk geschrapt werd uit de afbakening omdat we konden aantonen dat er wel degelijk een aantal professionele landbouwbedrijven in dit gebied gelegen waren.

In 2007 stapte ik in het bestuur van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), en toen ik in 2011 voorzitter van DGZ kon worden, stopte ik binnen de bedrijfsgilde. Bij DGZ kon ik nog meer betekenen voor de boeren.” Verder omschrijft Marcel zichzelf als een babbelaar: “Die blabla heb ik van mijn vader. De liefde voor het boeren heb ik van mijn grootvader.”

Geen opvolger voor het bedrijf

“Eigenlijk heb ik al lang de doelen behaald die ik voor ogen had, maar ik kan niet stoppen. Binnen 2 jaar word ik in oktober 67, en dan zal alles op zijn einde lopen. Mijn vrouw zou graag vaker samen dingen doen. Het is wel heel jammer dat ik geen opvolger heb. Mijn oudste zoon doet graag machinewerk, maar net zoals mijn vader heeft hij niets met koeien. Mijn kleinzoon dan weer wel, maar die is nog maar 6 jaar. Daar ga ik dus niet op wachten”, lacht Marcel.

“Ik zou hier graag blijven wonen, want we hebben alles hier zelf opgebouwd. Mijn vrouw zou liever verhuizen, maar ze weet dat die kans klein is. Nu moet ik beginnen met wat afstand te nemen van mijn koeien. Ik verkocht onlangs een vaars die ik normaal nooit zou verkopen, maar ik moet realistisch zijn. De klik in mijn hoofd moet nog wel gemaakt worden, want ik kan me niet inbeelden dat hier binnenkort geen koeien meer zouden staan. Die koeien zijn mijn passie en eigenlijk ook mijn levenswerk, dus het is moeilijk om daar afstand van te nemen.”

Sanne Nuyts

Meest recent

Meest recent