Onkruid observeren kan ons veel leren

De kleine brandnetel duikt wel eens op in goede, lichtzuremoestuinen.
De kleine brandnetel duikt wel eens op in goede, lichtzuremoestuinen. - Foto: www.pflanzenbestimmung.info

Z o is het ook met onkruiden. Bepaalde onkruiden kunnen echt dominant aanwezig zijn in de tuin en ons op die manier een inzicht geven in de voedingstoestand, de zuurtegraad, de textuur en het vochtgehalte van de bodem. Een goed voorbeeld daarvan is vogelmuur, dat in vele moestuinen aanwezig is, omdat dat plantje de voorkeur geeft aan lichtzure en goed bemeste bodems. Hieronder een overzicht van een aantal courante (on)kruiden die ons iets kunnen leren over de gesteldheid van onze tuingrond.

Voedzame en (te) N-rijke bodems

Herderstasje : dit kruidje geeft de voorkeur aan eerder doge, goed waterdoorlatende gronden. Groeit op zowat ieder bodemtype met een uitgesproken voorkeur voor de lichtere zand- en leemgronden. Is typerend voor (zeer) voedselrijke, neutrale tot eerder basische bodems.

Knopkruid : nog zo een typisch moestuin-onkruid dat al heel vlug aan het woekeren gaat. Dit plantje geeft de voorkeur aan lichtere zand- en leemgronden die matig droog tot vochtig zijn. Zijn voorkeur voor de moestuin komt voort uit het feit dat hij graag groeit op bewerkte, rijke tot zeer rijke, goed bemeste bodems.

Kleine brandnetel : een van de meer bekende indicatorplanten die voornamelijk duidt op een grond met een goede structuur en (zeer) rijk aan stikstof en/of ammoniak. Hij geeft de voorkeur aan matig droge tot vochtige, zwakzure, bewerkte bodems. Deze plant duikt dus wel eens op in goede, lichtzure moestuinen.

Uitstaande melde : dit onkruid met zijn uitgesproken voorkeur voor zwaardere en vochtige gronden, durft al eens opduiken in de moestuin, bij mesthopen en voederkuilen. Deze plant duidt op een zeer voedsel- en humusrijke bodem. Kan ook groeien op vaak betreden bodems en bodems met een verstoorde structuur.

Kleefkruid : dit plantje met zijn stengels, blaadjes en zaadjes vol weerhaakjes kan zich op gunstige bodems heel snel verspreiden. Dit plantje duidt op een stikstofrijke bodem, maar groeit op alle soorten grond vaak op half beschaduwde plaatsen.

Armere bodems

Gewone ereprijs: minder algemeen in de moestuin maar wel vaak terug te vinden in gazons of kort gemaaid weiland. Geeft de voorkeur aan zwaardere (slibrijk zand, leem en kleigronden), matig droge tot matig vochtige gronden, met een zwakzure tot basische pH. De plant duidt eerder op een armere tot matig voedselrijke grond met een goede structuur.

Bodems met een verdichte structuur

Uitstaande melde: dit onkruid met zijn uitgesproken voorkeur voor zwaardere en vochtige gronden, durft al eens opduiken in de moestuin, bij mesthopen en voederkuilen. Deze plant duidt op een zeer voedsel- en humusrijke bodem. Kan ook groeien op vaak betreden bodems en bodems met een verstoorde structuur.

Varkenskers: dit onkruid geeft de voorkeur aan vochtige, eerder zware, zeer voedselrijke bodems. Zijn aanwezigheid duidt op dichtgeslempte bodems, vandaar dat dit plantje vaak voorkomt in vaak belopen gazons, langsheen wagensporen en langs wegranden. Deze plant kan ook groeien op verzilte bodems.

Grote en getande weegbree: de grote weegbree komt voor op vochtige matig voedselrijke bodems met een eerder slechte structuur. Zijn aanwezigheid duidt op eerder kalkrijke gronden. Getande weegbree groeit vaak op gronden die 's winters waterziek zijn en in de zomer droogvallen. Komt vaak voor in dichtgetrappelde weilanden, speelvelden en gazons.

Zure bodems

Melganzevoet: dit krachtig groeiend onkruid groeit op alle grondsoorten (zand, leem, klei), maar geeft de voorkeur aan bewerkte bodems (moestuin). Het groeit voornamelijk op vrij droge tot vochtige, zeer voedselrijke bodems. Dit onkruid wijst op een eerder zure bodem.

Perzikkruid: ook dit onkruid met zijn uitgesproken voorkeur voor bewerkte, goed bemeste bodems komt vaak voor in de moestuin. Het groeit op alle grondsoorten als ze maar niet te droog zijn. Het duidt op een eerder zure bodem.

Ridderzuring: dit fors groeiende onkruid met zijn stevige penwortel en grote bladeren onderaan komt vaak voor in grasland (gazons en weiden) en soms ook in de siertuin in bewerkte grond. Dit onkruid wijst op vochtige, stikstofrijke tot zeer stikstofrijke gronden. Zijn naam verraadt zijn voorkeur voor eerder zure gronden.

Schapezuring : Dit onkruid komt niet zo vaak voor in de tuin, maar is eerder typisch voor kort blijvend (begraasd) grasland. Groeit zowel op eerder droge zand, leem als kleigronden. Dit onkruid wijst op een eerder voedselarme, verstoorde, dichtgeslemtpte grond met een lage pH (te zuur).

Gewone spurrie : Dit onkruid komt vooral voor op akkers en in plantsoenen op droge tot matig vochthoudende gronden. Spurrie is typerend voor matig voedselrijke bodems met een (te) lage pH (te zuur).

Kalkrijke bodems

Akkerwinde: nog zo een moeilijk te bestrijden wortelonkruid. Dit plantje duidt op een goed vochtige tot natte, voedselrijke grond. Het groeit graag op zonrijke plaatsen met een voorkeur voor bodems met een wat hogere zuurtegraad.

Akkerdistel: is een lastig wortelonkruid dat zich ook vermeerdert met zaadpluis. Zorgen dat de plant niet bloeit kan vele problemen voorkomen. Deze plant groeit minder goed op zeer droge gronden maar kan in kalkgronden en humusrijke leemgronden echt gaan woekeren. Het heeft een algemene voorkeur voor losse bodems en zal dus minder vaak voorkomen in de siertuin.

Conclusie

Tot hier het overzicht van de planten die ons iets kunnen vertellen over de toestand en de samenstelling van de bodem. In moestuinen komen vooral zaadonkruiden voor, die duiden op een goed bemeste bodem die rijk is aan stikstof. Komen er in de moestuin veel wortelonkruiden voor, zoals paardenbloem, dan kan dat duiden op een minder goede structuur en kan het toedienen van kalk en humus nodig zijn. Onkruiden in de siertuin, in gazons en op weilanden geven vaak een goed beeld van de samenstelling, de voedingstoestand, de vochthuishouding en de zuurtegraad van de bodem. Dat komt doordat die bodems minder bewerkt worden en dus meer aanleunen bij de oorspronkelijke toestand dan de bodem in de moestuin.

Vaak komen dezelfde onkruiden in grote groepen voor en het zijn vooral die massaal voorkomende onkruiden die ons meer vertellen over de grond waarop ze groeien. Voor de liefhebber die minder vertrouwd is met die materie kan het interessant zijn om een exemplaar van het woekerende onkruid mee te nemen naar het tuincentrum. Vaak kan men daar op basis van het overheersende onkruid een meer gericht bemestingsadvies geven. Of, en dat is het beste advies voor de gloednieuwe tuineigenaar, ze kunnen een staal van de grond opsturen om te laten ontleden. Het uitgebreide verslag van deze ontleding geeft een gedegen inzicht in de structuur en de voedingstoestand van de tuingrond. Want vergeet niet: een gezonde bodem is de beste basis voor jarenlang tuinplezier.

Geert Brantegem

Meest recent

Meest recent