Startpagina Actueel

Brazilië en Vlaamse landbouw : ‘duurzamere ontwikkeling’ in plaats van ‘boycot’

Hoewel de Braziliaanse markt maar een heel kleine markt is, baart de mogelijke boycot van landbouwproducten uit dat Zuid-Amerikaans land wel enige zorgen. “Eerder dan boycots met het mes op de keel, pleit ik voor een ambitieuze, maar haalbare weg van duurzame ontwikkeling met respect voor elkaars soevereiniteit”, zegt minister Hilde Crevits (CD&V) in de commissie Landbouw.

Leestijd : 4 min

Emmily Talpe, Vlaams parlementslid voor Open VLD, vroeg in de commissie Landbouw in het Vlaams parlement naar de gevolgen voor onze Vlaamse land- en tuinbouw van een mogelijke boycot door supermarkten en voedingsbedrijven van landbouwproducten uit Brazilië.

Beperkt aantal producten

Uit het antwoord van Vlaams landbouwminister Hilde Crevits (CD&V) blijkt dat ons land slechts een beperkt aantal agrovoedingsproducten uit Brazilië importeert. Het gaat om vruchtensap (50 %), koffie (20 %) en soja (10 %, goed voor in totaal 800 miljoen euro per jaar dat vanuit Brazilië wordt geïmporteerd. “Met handelscijfers op lidstaatniveau moet men wel voorzichtig omspringen, want niet alle goederen die in onze havens binnenkomen worden ook in Vlaanderen of België geconsumeerd”, merkt minister Crevits op.

Op Europees niveau ligt de zaak veel gevoeliger. Op EU-niveau is Brazilië de tweede belangrijkste handelspartner betreffende de aanvoer van agrovoedingsproducten. Het gaat over 11 miljard euro in 2020 op de totale Europese invoer van 141,6 miljard euro in 2020. “De EU-invoer vanuit Brazilië omvat– naast sojabonen en schroot– in belangrijke mate gevoelige producten voor Europa, met name suiker, rund- en kippenvlees, en verder ook voedingsproducten, zoals koffie, thee, vis- en vleesbereidingen en groente- en fruitbereidingen, zoals appelsiensap.”

Wat met tegenboycot?

Volgens minister Hilde Crevits zijn de effecten op de langere termijn voor de Vlaamse landbouw en voedingsindustrie moeilijk in te schatten als het tot een boycot van Braziliaanse voedingsproducten zou komen.

“Een tegenboycot zou op dit moment een heel beperkt effect hebben”, gaat minister Crevits verder. “Dit zou voornamelijk gevolgen hebben op de Vlaamse/Belgische uitvoer van fruit (peren), graan- en moutproducten, diepvriesaardappelen (frieten) en bereidingen met cacao.

Toch is er enige voorzichtigheid. Zo is Brazilië voor de export van frieten onze vierde grootste exportbestemming in 2020 in volume, na Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Brazilië is dan ook meteen onze belangrijkste exportmarkt voor fruiten buiten de EU met een aandeel van 5,7 % in volume van de totale export naar de wereld en 11,6 % naar derde landen.”

Een privé-initiatief

Bovendien kende de Belgische export van frieten verleden jaar nog een sterke stijging, met een volumegroei van maar liefst 49 % ten opzichte van 2019. “Wat betreft de totale Europese export van agrifoodproducten staat Brazilië slechts op de 19de plaats met 17 miljard euro. Bijgevolg zou een tegenboycot op Europees niveau een eerder beperkte impact hebben.”

Voor alle duidelijkheid: een mogelijke boycot zou gaan over een privé- initiatief, het gaat niet om overheidsbeleid. Op vlak van de vrijhandel moet een onderscheid worden gemaakt tussen de rol van overheden en die van privébedrijven. Overheden hebben binnen de Wereldhandelsorganisatie (WHO) multilaterale afspraken gemaakt die het algemene kader vormen voor handelsbetrekkingen. Willen 2 of meer handelspartners daar verder in gaan, dan kunnen ze daartoe onderling handelsakkoorden sluiten.

Ontbossing Amazonewoud

“Uiteraard impliceren overheidsregels die handel mogelijk maken niet dat ondernemingen vervolgens ook verplicht zijn om effectief handel te drijven met elkaar”, duidt Vlaams minister Hilde Crevits. “Aankopers van goederen beslissen zelf hoeveel, wat en van wie ze kopen. Het gaat hier om het interne handelsbeleid van enkele privébedrijven, niet om het handelsbeleid van de overheid.” Een groot verschil met het Russisch embargo, dat wel gaat over een overheidsbeslissing.

Hoe dan ook vindt minister Hilde Crevits het positief dat de risico’s en gevolgen van de ontbossing van het Amazonewoud in de actualiteit gebracht worden. Dat is immer een belangrijk thema, ook in de context van de huidige Mercosur-onderhandelingen, waarin het uitgebreid aan bod komt.

Boycot doeltreffend?

De vraag is echter of dergelijke privé- boycot de meest doeltreffende manier is om deze problematiek aan te pakken, te meer omdat de EU niet de enige handelspartner is van Brazilië en anderzijds voor de mogelijke negatieve escalerende gevolgen op gebied van handel van andere producten.

“Het valt niet te ontkennen dat de duurzaamheidsnormen die wij binnen de Europese Unie neerleggen bij onze eigen landbouwers, zelden in dezelfde mate worden opgelegd in derde landen.”

“Sommigen grijpen dit ongelijke speelveld aan om te pleiten voor gesloten grenzen tot zolang die derde landen de Europese duurzaamheidsverordeningen en -richtlijnen in hun nationale regelgeving hebben gekopieerd. Dat is van vandaag op morgen niet realistisch. In de EU zijn die normen ook niet van de ene op de andere dag ingevoerd”, zegt minister Hilde Crevits.

Voor lokale boeren

“Er moeten zeker stappen vooruit gezet worden, laat dat duidelijk zijn, maar net zoals dat bij ons het geval is moet het pad haalbaar zijn voor de lokale boeren. Het is ook nog maar de vraag welke incentive die lokale boeren nog zouden hebben om verder te verduurzamen als EU-bedrijven niet meer zouden afnemen bij hen.

Dus eerder dan boycots met het mes op de keel, pleit ik voor een ambitieuze, maar haalbare weg van duurzame ontwikkeling met respect voor elkaars soevereiniteit”, besluit minister Crevits in de commissie Landbouw.

Lieven Vancoillie

Lees ook in Actueel

Aalst blaast hopteelt nieuw leven in

Akkerbouw Op de site Walstroom in Aalst zijn donderdag 1 december 20 plantjes Groene Bel aangeplant, een hopsoort uit de streek. Met deze actie hoopt de stad om het brouwen van bier nieuw leven in te blazen.
Meer artikelen bekijken