Turnhouts Vennengebied: enkel verlenging van de aflopende vergunningen

Het Turnhouts Vennengebied strekt zich uit tussen Turnhout, Merksplas, Ravels en  Baarle-Hertog.
Het Turnhouts Vennengebied strekt zich uit tussen Turnhout, Merksplas, Ravels en Baarle-Hertog. - Foto: Natura2000.Vlaanderen.be

Naast de generieke maatregelen in de Definitieve Programmatorische Aanpak Stikstof (DPAS) heeft de Vlaamse regering ook een aantal maatwerkgebieden vastgelegd.

Aanpak maatwerkgebieden

Het gaat onder meer over de Kalmt-houtse Heide, De Maten, de Mechelse Heide en over de Voerstreek. Tegen 2030 komen daar geen bijkomende lokale emissiereducties, maar wel een aantal andere (natuur)aanpassingen.

Voor het Turnhouts Vennengebied, waar tientallen landbouwbedrijven zijn gelegen en de onrust bijzonder groot is, ligt dat totaal anders.

Het Turnhouts Vennengebied, in de provincie Antwerpen, is een belangrijk heidegebied in Vlaanderen met zijn kenmerkende vennen, heide en graslanden.

Het strekt zich uit tussen Turnhout, Merksplas, Ravels en Baarle-Hertog.

Volgens de Vlaamse regering leidt het generieke PAS-emissiereductie-scenario hier tot onvoldoende emissiereductie om de doelstelling tegen 2030 – 50% reductie van de KDW-overschrijding (kritische depositiewaarde) van de stikstofgevoelige habitats tegen 2030, 100 % tegen 2045 – te behalen.

Naast lokale inzet is echter ook een inspanning vanuit Nederland belangrijk. “Voor Nederland baseren we ons voor 2030 op de verplichtingen van elke lidstaat in het kader van de NEC-richtlijn (Nationale Emissieplafond-richtlijn).”

“De passende beoordeling zal een indicatie geven in hoeverre bijkomende inspanningen in Nederland nodig zijn om onze gunstige staat van instandhouding te bereiken.” In overleg met de noorderburen zal hiervoor naar oplossingen worden gezocht.

Volgens de Vlaamse regering is aanvullend maatwerk, met onder meer de opstelling van een ontwikkelingsplan voor dit gebied, nodig met het oog op een gunstige passende beoordeling van het emissiereductieluik van het definitieve PAS. Beslist werd om Piet Vanthemsche, ex-voorzitter Boerenbond, als intendant aan te stellen om dit ontwikkelingsplan vorm te geven. Hij krijgt hiervoor 2 jaar de tijd.

Bewarend beleid

De intendant koppelt driemaandelijks terug aan de Vlaamse regering over de voortgang van het ontwikkelingsplan. In afwachting van dit ontwikkelingsplan wordt door de Vlaamse regering een bewarend beleid inzake bedrijfsontwikkeling voorzien in het werkingsgebied (geen vergunningen voor nieuwe bedrijven of voor uitbreiding van landbouwbedrijven, geen omzetting naar vergunningen van onbepaalde duur, aflopende vergunningen kunnen worden verlengd tot ontwikkelplan + 2 jaar). Dat zet een totale ‘stop’ op de verdere ontwikkeling.

Opgelegde doelstellingen

Het ontwikkelingsplan moet leiden tot het realiseren van de volgende doelen tegen 2030 die vastgelegd worden door de Vlaamse regering in de PAS:

- Bijkomende emissiereducties die nodig zijn om tegen 2030 de afgesproken 50% reductie van de KDW-overschrijding van de stikstofgevoelige habitats te realiseren. “Verkennende berekeningen geven aan dat hiervoor ruwweg een structurele, bijkomende emissiereductie van 100 ton NH3 bovenop DPAS vereist is in de perimeter.” Deze berekening wordt bij aanvang van de opdracht van de intendant verfijnd door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Daarbij kunnen Nederlandse reductiemaatregelen die in uitvoering zijn en voldoende juridisch geborgd zijn, worden meegenomen.

- Buiten Speciale Beschermingszone (SBZ): aangepaste bemesting in zones die hydrologisch in contact staan met venlocaties (intrekgebieden, afwateringsgebieden) in functie van wegwerken milieudruk om IHD-realisatie (instandhoudingsdoelstellingen) mogelijk te maken. Om in een gunstige regionale staat van instandhouding te komen is vereist dat in 2050 minstens 90% van het tot doel gestelde areaal van habitattype zich in een gunstige toestand bevindt.

- Binnen SBZ: Aangepaste bemesting in functie van wegwerken milieudruk om IHD-realisatie mogelijk te maken. (Opmerking: aangepaste bemesting bovenop andere maatregelen van DPAS).

- Hydrologisch herstel in het gebied om de realisatie van de instandhoudingsdoelen binnen dit SBZ-H (habitatrichtlijngebied) mogelijk te maken.

- Ontwikkelmogelijkheden lokale landbouw (inclusief. bij reconversie) worden bekeken in functie van heroriëntatie of verbreding van activiteiten, of wijzigingen in de bedrijfsvoering in overeenstemming met de kwaliteiten en bovenstaande doelstellingen van het gebied, samenwerkingsverbanden tussen landbouwers...

- Uitvoeren van specifieke maatregelen voor natuurinrichting en beheer in functie van het gebiedsgericht reduceren van deposities. Inrichtings- en beheermaatregelen in bestaande vennen zijn evenwel pas zinvol na het oplossen van de structurele knelpunten. Daarbij wordt ook aandacht gegeven aan het reduceren van de eutrofiëring ten gevolge van zomerganzen.

- Sociale en bedrijfseconomische begeleiding.

De timing om te komen tot een definitief ontwikkelingsplan is 2 jaar na definitieve vaststelling PAS.

Het werkingsgebied van intendant Piet Vanthemsche voor het ontwikkelingsplan van het Turnhouts Vennengebied wordt aangegeven op deze kaart. Geel: deelgebieden met 3110-habitat of zoekzone daarvoor, fuchsia: SBZ-H-deelgebieden met 3130-habitat of zoekzone daarvoor, blauw: 2 km contour rond de SBZ-H-gebieden. Het werkingsgebied gaat uit van een ruime perimeter. Maatregelen kunnen zich beperken tot deelzones of tot een kleinere perimeter binnen het werkingsgebied.
Het werkingsgebied van intendant Piet Vanthemsche voor het ontwikkelingsplan van het Turnhouts Vennengebied wordt aangegeven op deze kaart. Geel: deelgebieden met 3110-habitat of zoekzone daarvoor, fuchsia: SBZ-H-deelgebieden met 3130-habitat of zoekzone daarvoor, blauw: 2 km contour rond de SBZ-H-gebieden. Het werkingsgebied gaat uit van een ruime perimeter. Maatregelen kunnen zich beperken tot deelzones of tot een kleinere perimeter binnen het werkingsgebied. - Foto: Vlaamse regering

Meest recent

Meest recent