Startpagina Veeteelt

Op bezoek bij 3 boeren die klimaatmaatregelen namen

Eind november organiseerde Boerenbond de Klimaatroadshow, waarbij landbouwers 3 landbouwbedrijven bezochten die haalbare klimaatmaatregelen namen zonder hun verdienmodel uit het oog te verliezen. Tijdens de rondrit was er niet enkel aandacht voor wat de landbouwer kan doen voor het klimaat, maar ook voor wat het klimaat kan doen voor de landbouwer.

Leestijd : 7 min

Met een reisbus bezochten 50 deelnemende boeren ’t Geysenhof, Ivaco en de Jerseyhoeve. Op elk bedrijf werden de genomen klimaatmaatregelen toegelicht door de landbouwer zelf, de consulenten klimaat en technologie van Boerenbond, en door een vertegenwoordiger van de technologie. Vragen werden dus meteen duidelijk beantwoord.

Windmolen op ‘t Geysenhof

De eerste stop vond plaats op ’t Geysenhof in Zevekote (Gistel). Op het gemengd bedrijf met akkerbouw, melkvee en varkens van Dirk Devreese en Lut Vercuyce werd een windmolen geplaatst, er wordt gewerkt met alternatieve eiwitbronnen en het regenwater wordt zoveel mogelijk opgevangen.

De windmolen van 15 kW en met een diameter van 12 m werd in 2019 geplaatst als aanvulling op de zonnepanelen. Doordat hun bedrijf zo dicht bij de kust gelegen is, kan de windmolen op een beperkte ashoogte van 15 m een gemiddelde windsnelheid van 4,8 m/s behalen. De snelheid is het hoogst in de wintermaanden. Een masthoogte van 15 m zorgt ervoor dat de visuele impact beperkt is.

2021 was een relatief windstil jaar, waardoor de productie van de windmolen eerder mager was, met 23.000 kWh. In 2020 werden er grotere windsnelheden gemeten, waardoor de opbrengst dat jaar hoger lag, met 30.000 kWh.

Alternatieve eiwitbronnen

Op ’t Geysenhof wordt zoveel mogelijk ruwvoer zelf geteeld. Naast de traditionele teelten, zoals gras en maïs, worden er ook klaver, veldbonen, voederbieten en mengteelten zoals méteil geteeld. Elke teelt heeft zijn eigen voor- en nadelen.

Witte klaver wordt beter verteerd door runderen en bevat meer ruw eiwit dan rode klaver. Het gewas is ook niet geschikt voor reinteelt, waardoor het wordt ingezet als mengteelt met gras.

Rode klaver is dan weer wel geschikt voor reinteelt, maar het heeft een relatief lage energie- en eiwitwaarde en is moeilijk in te kuilen. De rode klaver wordt wel beter opgenomen dan graskuil met dezelfde ruwecelstofgehalte. Door rode klaver in te zaaien met gras, kunnen voordelen van beide teelten gecombineerd worden.

Luzerne heeft diepe wortels en is daardoor redelijk goed bestand tegen droogte. Het wordt voor melkvee het best als kuilvoer aangeboden. Het is goed verteerbaar en rijk aan eiwitten. Als hooi is het meer geschikt voor jongvee of paarden.

Méteil is een mengteelt van granen en peulvruchten. De granen halen profijt uit de stikstof die de vlinderbloemigen fixeren, waardoor de bemesting gereduceerd kan worden. De granen vormen het basiselement en zorgen voor het grootste deel van de opbrengst. De peulvruchten voegen smaak toe en vergroten het eiwitgehalte. De verschillende rijpingsfasen maken de teelt en de oogst met méteil wel complex.

Met deze teelten kan ’t Geysenhof wel 6 ton voer van 1 ha halen. De nood aan het gebruik van kunstmest daalt, aangezien eiwitrijke teelten stikstof fixeren.

Watergebruik

Dirk en Lut vangen op hun bedrijf zoveel mogelijk regenwater op door middel van een keienput, 3 waterputten en een vijver. Het water op het dak van de melkveestal stroomt in een keienbak rond de stal, waaronder een zandlaag aanwezig is. De keien filteren dat water een eerste keer, en het zand doet dat een tweede keer. Daarna wordt het water verpompt naar 3 waterputten.

Het hemelwater vanop de andere daken gaat naar een vijver. Een deel van dat water wordt in de zomer gebruikt om het dak af te koelen. Dat zorgt ervoor dat de temperatuur in de stal daalt, waardoor er minder ventilatie – en dus energie – nodig is.

Door het regenwater op die manieren op te vangen en te hergebruiken, daalde het gebruik van leidingwater, steeg de kwaliteit ervan, en verbeterden het dierenwelzijn en de melkproductie. De temperatuur in de stal daalde immers met 7°C.

De Jerseyhoeve

Op de Jerseyhoeve in De Haan kozen Bruno De Grande en Steffie Colpaert voor een totaalaanpak op het vlak van klimaat. Ze plaatsten zonnepanelen en een windmolen om zelf te voorzien in hun energie, en de energie die ’s nachts wordt opgewekt, wordt opgeslagen op een batterij, om die later nog te kunnen gebruiken. Hun keuze voor Jersey-runderen zorgt er dan ook nog eens voor dat ze minder krachtvoer nodig hebben en dat er minder mest geproduceerd wordt.

De windmolen van 15 kW werd in april 2021 geplaatst door EAZ, in combinatie met een batterij (115 kW). De windmolen is complementair met de zonnepanelen, omdat ze elkaar afwisselen in energievoorziening. De opgewekte energie zorgt voor 86% van het energieverbruik van de boerderij.

De batterij zorgt ervoor dat opgeslagen energie ingezet kan worden op momenten dat het verbruik piekt. Een overschot wordt op die manier niet meteen op het net gestuurd, maar Bruno en Steffie kozen er toch voor om aangesloten te blijven op het net. Zo kunnen ze later eventueel alsnog overschotten overzetten.

Emissiereductie

Bruno en Steffie kozen bewust voor Jersey-koeien om de uitstoot van de koeien te verminderen. Het ras produceert minder melk dan Holstein-koeien, maar doordat ze kleiner van gestalte zijn, hebben ze minder voer nodig. Daardoor produceren ze ook minder mest. Het vet- en eiwitgehalte liggen bovendien ook hoger.

De Jerseyhoeve experimenteert ook met zeolieten. Dat zijn kleimineralen van vulkanische oorsprong die gebruikt kunnen worden als voederadditief voor het verbeteren van de darmwerking en de mestkwaliteit. Het mineraal werkt als een soort zeef, waardoor ze bepaalde moleculen, zoals waterstof en voedingsstoffen, zou kunnen opnemen en langzaam weer afgeven, wat de werking van de darmflora bevordert.

Het ILVO doet onderzoek naar het ammoniak bindend potentieel van dat kleimineraal. Producenten van zeolieten beloven immers een daling tot 87% in ammoniakemissies. Als dat klopt, kunnen boeren via zeolieten besparen op onder andere kosten in mestafzet en op emissiearme stalsystemen. Momenteel is het onderzoek daarnaar nog aan de gang en moeten de cijfers nog bevestigd worden.

Ivaco

Ivaco, het bedrijf van varkenshoudster Carine Decloedt in Eernegem, is het toonvoorbeeld van hoe restproducten nuttig gebruikt kunnen worden op een landbouwbedrijf. Bij Ivaco werd een volledige kringloop opgezet die beoogt om van mest water te maken, zonder iets verloren te laten gaan. Ivan Tolpe, de man van Carine, was een van de eerste landbouwers die aan biologische mestverwerking deden in 2000.

Biogasproductie

De dierlijke mest wordt vergist onder anaerobe (zuurstofloze) omstandigheden in gesloten reactoren. De kleinschalige vergister op het bedrijf van Carine kan tot 12.500 ton organisch materiaal per jaar vergisten. De varkensmest van het eigen bedrijf wordt gemengd met aangeleverde mest van andere bedrijven en met organisch-biologische afvalstoffen.

Zo’n 80% van de capaciteit van de vergister wordt ingevuld met mest, en 20% met organisch-biologische afvalstoffen, waarbij de covergisting het rendement verhoogt. Daarbij zijn een temperatuur van 37°C en een goede menging belangrijk. Via een consortium van micro-organismen in het vergistingsproces, wordt biogas geproduceerd. Jaarlijks gaat het over 820.000 m3. Dat gas bestaat onder andere uit methaan en koolstofdioxide. Het kan worden ingezet als een hernieuwbare brandstof voor een WKK, om zo groene elektriciteit en warmte te produceren. Bij een gemiddeld aantal draaiuren van 7200 per jaar, zal jaarlijks 820.000 m3 biogas geproduceerd worden. Dat kan omgezet worden in 1.235.000 kW elektriciteit en 2.175.000 kWh warmte.

De elektriciteit en warmte kunnen dan worden ingezet op het bedrijf zelf. De warmte wordt bijvoorbeeld gebruikt om de vergister en de compostering op temperatuur te houden.

Biologische mestverwerking

De ruwe mest wordt binnen het mestverwerkingssysteem eerst in een decantorcentrifuge gescheiden in een dikke fractie (15%) en een dunne fractie (85%). In de dunne fractie zit zo’n 70-80% van de stikstof die aanwezig is in de mest. Die wordt behandeld in de mestverwerking, waar de stikstof door middel van een systeem van nitrificatie en denitrificatie omgezet wordt in stikstofgas.

Doordat de beluchtingsmatten een hoge zuurstofoverdracht hebben, resulteert dat in een laag energieverbruik, en op die manier kan ook een hoge slibconcentratie aangehouden worden in de biologische zuivering. Dat zorgt ervoor dat een compacte installatie gebouwd kan worden waarvoor minder beton nodig is én het zorgt ervoor dat de slibproductie beperkt blijft.

Na de biologische zuivering bevat de dunne fractie slechts 5-10% van de oorspronkelijke hoeveelheid nutriënten. Om die hoeveelheid nog te doen dalen en te zuiveren tot loosbaar water dat men later kan gebruiken om de varkensstallen schoon te maken, worden constructed wetlands ingezet.

Dat zijn aan elkaar geschakelde rietvelden, die, in interactie met het microbieel leven, effluenten zuiveren tot loosbaar water. De constructed wetlands hebben een laag energieverbruik, en als er genoeg ruimte voorhanden is, is het ook eenvoudig te construeren. Het helpt daarnaast ook nog eens bij de ontwikkeling van de biodiversiteit.

Uit de verwerking van 32.000 m3 dunne fractie in de biologie en de nageschakelde rietvelden, verkrijgt men jaarlijks 15.000 m3 loosbaar water.

Compostering

De dikke fractie maakt slechts 15% uit van het oorspronkelijke gewicht van mest, maar het bevat toch 80-90% van de fosfor. Het organisch materiaal wordt bij compostering door micro-organismen omgezet en afgebroken in aanwezigheid van zuurstof (aeroob proces).

De temperatuur in de mest stijgt door de bacteriële groei, en via een verkort composteringsproces, ook wel biothermische droging genoemd, worden de kiemen gedood. Ook wordt het organisch materiaal gestabiliseerd en worden het mestvolume en het gewicht verminderd via verdamping van vocht. Als eindproduct creëer je dan een gemakkelijk exporteerbare en gehygiëniseerde organische meststof.

De dikke fractie van varkensmest, de dikke fractie van digestaat van eigen vergister en paardenmest worden op het bedrijf van Carine gebruikt als grondstoffen voor de compostering. Zo bekomt ze een optimale C/N-verhouding. Ook de zuurstofconcentratie in de geproduceerde compost-hoop is van belang. Die wordt op peil gehouden door regelmatig te keren.

Vanop Carine haar bedrijf wordt elk jaar 4400 ton biothermisch gedroogde compost, of bodemverbeteraar, geëxporteerd naar Frankrijk. Daar gebruiken ze het in de tuin- of wijnbouw.

Sanne Nuyts - Boerenbond

Lees ook in Veeteelt

Melkprijs Vreugdenhil stijgt opnieuw

Melkvee Sinds april leverden de eerste Belgische melkveehouders aan Vreugdenhil Dairy Foods uit Nederland. Daarom zijn ze gestart met de publicatie van hun Belgische melkprijs.
Meer artikelen bekijken